Recife hunkert naar Maurits, 17de-eeuwse slavenbaron

RECIFE - Eigenlijk gaat het best lekker met Recife. De Atlantische badplaats is al lang niet meer de moordhoofdstad van Brazilië. De monumentale binnenstad kreeg het afgelopen decennium een fikse opknapbeurt. De eerste hippe reclamebureaus en ICT-bedrijfjes zijn gesignaleerd. Onlangs besloot zelfs autofabrikant Fiat zich in de regio te vestigen met een enorme productie-unit.


Maar het had nog zoveel beter kunnen gaan met Recife. Want stel nou dat de Nederlandse kolonisten zich niet hadden laten verjagen in 1654? 'Dan hadden we nu betere wegen gehad. Ook zou de haven er veel beter bij liggen. De universiteiten en hogescholen zouden van een nog hoger niveau zijn. Het juridisch systeem zou efficiënter functioneren en onze musea zouden wereldfaam genieten', zegt Betânia Corrêa de Araújo, directeur van het Museu da Cidade, het stadsmuseum van Recife. Dat is gevestigd in Fort das Cinco Pontas, héél toepasselijk een van oorsprong Nederlands fort uit 1630.


De Braziliaanse museumdirecteur staat niet alleen in deze romantische overtuiging. Vraag een willekeurige voorbijganger in Recife naar 'João Maurício de Nassau' en er volgt een zucht. Niet voor niets staat pontificaal op het centrale Praça da Républica een standbeeld van Johan Maurits van Nassau, zoals wij deze achterneef van de stadhouder Maurits kennen.


De status van de zeventiende-eeuwse gouverneur uit Nederland heeft in Recife mythische proporties. 'Na de verovering van de heuvelstad Olinda op de Portugezen in 1630 besloot hij een nieuwe stad te bouwen aan de naastgelegen riviermonding: Mauritsstad, het huidige Recife. Dit was de eerste geplande stad van het Amerikaanse continent, iets waarmee de Nederlanders ervaring hadden opgedaan met de aanleg van de Amsterdamse grachtengordel', verduidelijkt de Corrêa de Araújo.


Daarnaast had Maurits van Nassau interesse voor wetenschap en kunst. Hij haalde kunstschilders als Frans Post en Albert Eckhout naar Brazilië om het land in kaart te brengen. Hij opende een observatorium en een dierentuin. Ook deed hij onderzoek naar de nieuwe suikerrietgewassen; de suikerproductie verzesvoudigde tijdens zijn bewind.


Maar toch, de bewondering lijkt overdreven. Het is al bijna vierhonderd jaar geleden dat de Nederlandse kolonisten hier Nieuw-Holland stichtten. Ze bleven slechts 24 jaar; Maurits zelf amper zeven (van 1637 tot 1644 om precies te zijn). Een economisch succes was het Braziliaanse avontuur evenmin. De West-Indische Compagnie (WIC) besloot zich terug te trekken vanwege de enorme verliezen die er werden geleden op Nieuw-Holland. De enige die uiteindelijk rijk zou worden van het Braziliaanse avontuur was Maurits zelf. Na zijn gedwongen vertrek uit Recife vestigde hij zich in het Mauritshuis in Den Haag (thans een museum) waar hij zich omringde met zijn exotische schatten.


Progressief

Tijdens een wandeling door de binnenstad van Recife doet niets meer denken aan Nederland. Van de oorspronkelijke gebouwen van Mauritsstad staat er geen meer. Het smetteloos witte Fort das Cinco Pontas is door de Portugezen herbouwd op de locatie van het fort Vijfhoeck. Ook de belangrijke Mauritsbrug ligt weliswaar nog op dezelfde plek en vormt een cruciale verkeersader maar is inmiddels van beton.


De verf op de Portugese herenhuizen is afgebladderd. Voor de geopende kofferbakken langs de markt en aan de stalletjes met kokosnoten floreert de informele economie. Op een straathoek bedelt een melaatse. Zelfs de meeuwen lijken verlamd door de vochtige hitte.


Niettemin is het nostalgische sentiment hardnekkig. 'Maurits van Nassau was alles wat de Portugezen niet waren. Progressief, nieuwsgierig, ondernemend en behept met een scherpe handelsgeest. En daarmee dus ook de ideale persoon om je mee af te zetten tegen deze conservatieve Portugezen na de onafhankelijkheid van Brazilië in 1822', verklaart historicus Hugo Coelho, als archivaris werkzaam bij het Instituto Ricardo Brennand, een particulier museum in Recife. 'Tegenwoordig gebruikt een intellectuele en bestuurlijke elite de bewondering voor Maurits van Nassau om zich te profileren als democratisch en kunstzinnig. Het is een melancholiek verlangen naar een voorgoed verdwenen verleden. Hoe Portugees is dat!'


Handelspost

De werkelijkheid is dan ook genuanceerder dan de mythe. Suikerhandel was in de 17de eeuw een lucratieve bezigheid. Feitelijk was Mauritsstad niets meer dan een omvangrijke handelspost, aldus Coelho. Het bestuur bestond vooral uit opportunistisch pappen en nathouden. Er was nauwelijks contact met de plantages in de binnenlanden. Die waren voor het overgrote deel nog in handen van de moradores, de Portugese kolonisten. Toen deze het hardvochtige financiële beleid van de Nederlanders beu waren, kwamen ze in opstand en waren de Nederlanders snel verdreven. 'Maurits was zelf trouwens ook helemaal geen Nederlander maar een Duitser', besluit de historicus met milde ironie.


Het is zelfs maar de vraag hoe Nederlands het koloniale Recife was. De bevolking was een mengelmoes van Nederlanders, Duitsers, Polen en Scandinaviërs; het koloniale leger bestond in die tijd hoofdzakelijk uit huurlingen. Er liepen zelfs lokale indianen in deze multiculturele stad avant-la-lettre. Het tolerante imago van Maurits van Nassau wordt bevestigd door een aanzienlijke Joodse gemeenschap. Onder zijn bewind was er vrijheid van godsdienst, iets wat de Portugezen niet kenden.


Een opportunistische handelspost - kan de mythe van Maurits van Nassau en zijn vooruitstrevende stad nog verder worden ontkracht? Ja. Want één essentieel onderdeel van zijn erfenis blijft in Brazilië zo goed als onbenoemd: de slavenhandel. Tot 1630 hielden de puriteinse Nederlanders zich slechts incidenteel bezig met slavenhandel. Dat liet zich immers niet rijmen met de Heilige Schrift. Na de verovering van Recife kwam er een kentering in de protestantse mentaliteit.


Het succes van het Braziliaanse avontuur, zo wist ook Maurits van Nassau, was afhankelijk van de aanvoer van mankracht oftewel slaven. Prompt verscheen in Nederland het Geestelyck Roer vant Coopmanschip van de predikant Godfried Udemans waarin slavernij opeens als een 'middel tot bekeering' werd bestempeld. Dus kon Nieuw-Holland uitgroeien tot de eerste Nederlandse slavenkolonie.


Slavenforten

In 1637 zette een grote kapersvloot van Recife koers naar het huidige Ghana en Angola om de Portugese slavenforten te veroveren. Vanuit deze vestingen aan de Afrikaanse kust zou vervolgens een fijnmazige mensenhandel worden opgezet. De Angolese route had aanvankelijk de voorkeur omdat deze slaven als sterker werden beschouwd; bovendien was dit de kortste oversteek. De Nederlanders waren relatieve laatkomers in de slavenhandel. Het waren de Portugezen die de 'Black Holocaust' al rond 1550 in gang hadden gezet en tot in de 21ste eeuw grote delen van Afrika bezet hielden. Maar ook Engeland en Frankrijk hadden al een goed ontwikkelde slavenhandel toen Nederland zich in Afrika meldde.


In totaal werden er ruim 25 duizend slaven naar Nieuw-Holland verscheept - meer dan een verdrievoudiging van de slavenpopulatie in 1630. In de tweede helft van de 17de eeuw zou de WIC vervolgens uitgroeien tot de grootste slavenexporteur van het Atlantisch gebied. En dat allemaal dankzij het vooruitstrevende bestuur van de 'slavenbaron' Maurits van Nassau in Nieuw-Holland.


Dat het slavernijverleden van Maurits van Nassau onbesproken blijft in Brazilië, heeft niets te maken met een blinde adoratie, zegt Kalina Vanderlei, een vrouw met een diepbruine huid en weelderig kroeshaar. 'Brazilië heeft altijd een ambigue houding ten aanzien van het slavernijverleden gehad. Hier lopen dader en slachtoffer pal door elkaar. Mijn voorvader was een Nederlandse plantagehouder. Na hun vrijlating kregen zijn slaven vervolgens zijn Nederlandse achternaam. Door mijn aderen stroomt dus zowel bloed van slaven als slavenhouders. Sommige invloedrijke banken in Brazilië zijn groot geworden met kapitaal uit de slavenhandel. Ook is een deel van de bestuurlijke elite nog steeds verweven met de koloniale geschiedenis.'


Lange tijd was het zelfs de officiële staatsopvatting dat de vrijheid slaven was gegund. 'Wat een grote ontkenning is van de lange strijd waarmee de slaven hun vrijheid hebben moeten veroveren', zegt Maria Arruda, directeur van het slavernijmuseum Museu da Abolição in Recife. 'Vergeet niet dat wij het land zijn dat als laatste de slavernij heeft afgeschaft in 1888. Brazilië was toen al ruim een halve eeuw onafhankelijk van Portugal.'


Fiasco

Het doet denken aan de Nederlandse ambivalentie ten aanzien van slavernij. Er is een Slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam. Maar officiële excuses zijn nog niet steeds uitgesproken, zelfs niet in dit belangrijke herdenkingsjaar, 150 jaar na afschaffing van de slavernij in 1863. Niets dan lof voor de VOC met zijn handelsgeest en pioniersdrang. En de Gouden Eeuw, dat is zijde, tabak en specerijen. Maar geen woord over de handel in menselijke waar door die andere koloniale onderneming, de WIC. Het koloniale avontuur in Brazilië wordt gezien als een geldverslindend fiasco, niet als de start van een lucratieve mensenhandel. Zoals er in Brazilië ook niets dan lof is voor 'Maurício', waarbij de minder verheven kanten van zijn bestuur onder tafel worden gemoffeld.


Natuurlijk werpt dit ook geheel nieuw licht op de gemiste kansen op een Nederlandse bestuur. Na het vertrek uit Brazilië in 1654 werden nieuwe kolonies gesticht; eerst in Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, en vervolgens in Guyana, het huidige Suriname. 'De les die de WIC in Brazilië had geleerd, was dat een bezetting hier geen kans van slagen had zonder eigen plantages. Dus werd in Suriname wel een bestuurlijke kolonie gesticht, inclusief een uitgebreid netwerk van slavenhandel. Het ligt dus voor de hand om aan te nemen dat als de Nederlanders waren gebleven, Brazilië er nu hetzelfde voor zou staan als Suriname', zegt historicus Daniel Breda met onverholen ironie. 'Dat kunnen we toch nauwelijks een vooruitgang noemen.'


Hugo Coelho


historicus en archivaris in Recife


7-daagse werkweek


Niet alleen nam de slavenhandel in 'Nieuw-Holland' een hoge vlucht onder het Nederlands bestuur, ook de omgang met de slaven veranderde, betoogt historicus Hugo Coelho. 'Onder Portugees bestuur hoefden de slaven niet op het veld te werken op zondag. Maar de Nederlanders zagen slaven als heidenen en deze moesten zeven dagen per week werken.' Deze ontmenselijking ging zover dat ze enkel als handelswaar werden gezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.