Rechtszaak roept twijfels op over rol Van de Vondervoort bij affaire kredietbank; Toezicht op GKB was schimmenspel

2 April 1992 staat in de historie van de stad Groningen te boek als Zwarte Donderdag. Op die dag publiceert een externe onderzoekscommissie onder leiding van oud-Tweede-Kamerlid H....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

GRONINGEN

De Groninger Krediet Bank heeft, onder leiding van directeur B. Ketelaar, tientallen miljoenen guldens aan dubieuze kredieten verstrekt, zo blijkt. Het politieke toezicht op de bank heeft bovendien dramatisch gefaald. De uitkomsten overtreffen zelfs de meest cynische verwachtingen.

De commissie-Franssen schrijft het schandaal toe aan de bestuurlijke en ambtelijke janboel bij de gemeente Groningen. Daaronder valt ook de GKB, die in 1984 is opgezet om Groningers met financiële problemen op adem te laten komen met leningen tot veertigduizend gulden.

De GKB heeft eind 1991 voor ruim 160 miljoen gulden aan kredieten uitstaan. Daarvan is 36 miljoen 'consumptief krediet', leningen die in lijn met de doelstelling zijn verstrekt aan burgers. De overige 124 miljoen betreffen commerciële, veelal uiterst dubieuze, hypotheekleningen aan onder meer louche zakenlieden.

De strop van het GKB-debacle voor de gemeente en bevolking van Groningen wordt berekend op 58 miljoen gulden. De plaatselijke PvdA, die de stad decennia lang politiek heeft gedomineerd, schudt op haar grondvesten. Partijleider en wethouder Y. Gietema treedt op Zwarte Donderdag uit 'diepe schaamte' af. In zijn val sleept hij partijgenoot en wethouder van Sociale Zaken P. Huisman, onder wie de GKB ressorteert, mee.

Wethouder T. van de Vondervoort van financiën, verantwoordelijk voor het falend toezicht op de gemeentelijke kredietbank, mag blijven zitten. Haar aftreden zou hebben betekend dat de PvdA voor het eerst sinds mensenheugnis geen deel meer uitmaakt van het college. En Groningen zonder de PvdA aan het roer wordt kennelijk beschouwd als een onbestuurbaar schip. Bovendien heeft de commissie-Franssen niet aangetoond dat Van de Vondervoort kennis heeft gehad van de altruïstische inslag van directeur Ketelaar van de kredietbank.

Maar juist daarover rijzen, nu de rechtszaak tegen de drie hoofdverdachten in de GKB-affaire begint, steeds meer twijfels. Van de Vondervoort, door PvdA-fractieleider J. Wallage in 1994 het paarse kabinet binnengeloodst als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, is mogelijk al een half jaar voor het uitbreken van de crisis gewaarschuwd voor het naderende onheil bij de GKB.

Rond het financieel toezicht op de GKB is steeds een schimmenspel opgevoerd. De gemeentelijke accountantsdienst faalde omdat goedkeurende verklaringen werden afgegeven over de jaarrekeningen. De afdeling Financiën faalde omdat alarmsignalen van de afdeling Centraal Geldverkeer van de eigen gemeente en van de afdeling Financieel Toezicht van de provincie Groningen in de wind werden geslagen.

Pas in november 1991 krijgt Van de Vondervoort naar eigen zeggen de eerste signalen dat er iets mis is bij de GKB. Haar afdeling Financiën is dan door de kassier geattendeerd op een overboeking van bijna zeventien miljoen gulden voor een investering van een Drents zuivelbedrijf in de voormalige DDR. De wethouder maakt die zaak aanhangig in het college van B en W, waarop de volle omvang van de GKB-affaire langzaam maar zeker zichtbaar wordt.

Recente onthullingen suggereren echter dat Van de Vondervoort al in juni 1991 is geïnformeerd over bedenkelijke praktijken bij de GKB. Die waarschuwing is blijkens een getuigenverklaring aan justitie afkomstig van de toenmalige directeur van de sociale dienst, R. Hesseling. Deze baseerde zich mede op de twijfels die het toenmalige hoofd van de Accountantsdienst Groningen, A. Koolen, had over dubieuze hypotheekverstrekkingen aan de louche zakenman J. Lammers, eigenaar van onder meer recreatieprojecten op de Veluwe.

Van de Vondervoort zegt in antwoord op vragen van justitie zich wel het gesprek met Hesseling, maar niet de inhoud ervan te herinneren. Het zou slechts zijn gegaan over 'een te slechte administratieve organisatie bij de GKB'. 'In elk geval was er in die periode geen beeld, geen vermoeden van het soort probleem dat de GKB later zou blijken te zijn', aldus de staatssecretaris.

Op vragen hoe ze reageerde op de malversaties bij de GKB en op welke wijze ze het college van B en W informeerde, antwoordt ze: 'Weet ik niet.' Gezien de omvang van het GKB-debacle klinken dergelijke ontboezemingen nu nog ongeloofwaardiger dan vijf jaar geleden. Is het een wonder dat deze staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in politiek Den Haag de naam heeft 'wereldvreemd' te zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden