Rechts, volwassen en op jacht

Terwijl D66 en ChristenUnie de gedogers zijn van Rutte II, laadt het CDA de batterijen op. De interne verdeeldheid is op de achtergrond gedrongen. 'We hebben de bodem geraakt, we kunnen alleen nog omhoog.' Door ARIEJAN KORTEWEG

'Het wil nog wel eens helpen om terug te gaan naar de grondleggers', zegt Pieter Jan Dijkman (34), terwijl hij zijn smalle hand op de foliant van Abraham Kuyper uit 1879 laat rusten. De grondlegger van de Anti-Revolutionaire Partij, vertelt Dijkman, had uitgesproken opvattingen over alles, dus ook over de gekozen burgemeester, het onderwerp dat CDA-voorman Sybrand Buma vorige week zo nadrukkelijk op de kaart zette.


Wat blijkt? Ook Kuyper is voor. Bladerend door het vuistdikke Ons Program wil de juiste pagina niet meteen gevonden worden, maar Dijkman kent het citaat uit zijn hoofd: 'Geef gemeentenaren het recht te zeggen wie ze het liefst benoemd zien door de Koning.' Het huidige CDA is trouw aan zijn oorsprong, wil Dijkman maar zeggen. En ook: 'Als je de macht hebt, is er minder noodzaak over je beginselen na te denken. Maar als de partij in de verkreukeling is, kan het heilzaam zijn Kuyper te herlezen.'


Dijkman is hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen (CDV), het kwartaaltijdschrift van het wetenschappelijk instituut voor het CDA. Een positie in de luwte van het politieke handwerk dus. Toch is hij de laatste tijd geregeld op het Binnenhof. Dan nodigt Buma hem en andere leden van het instituut uit voor de vergadering van de Tweede Kamerfractie op dinsdagochtend. Om het jongste nummer van CDV door te nemen. Of om aan de hand van de 'zeven principes', de uitgangspunten die vorig jaar op aandrang van Buma werden geformuleerd, nog eens naar een onderwerp als decentralisatie te kijken.


'Dat is iets nieuws', beaamt CDA-Kamerlid Sander de Rouwe. 'Terwijl ze hier in het Kamergebouw een etage hoger en lager (waar D66 en ChristenUnie huizen, red.) afgemat raken van het onderhandelen met de regering, zijn wij onze groene batterijen aan het opladen.' De Rouwe is pas 33 jaar, maar heeft al een gevarieerd politiek leven achter de rug. Toen hij in 2007 in de Kamer kwam, was het CDA met 41 zetels de grootste regeringspartij. Nu vormen de christen-democraten met dertien parlementariërs een bescheiden oppositiefractie, in omvang de vijfde in de Kamer. Met zijn zeven dienstjaren behoort hij bovendien tot de veteranen, de helft van de fractie trad in 2012 aan.


In zijn begintijd was de fractievergadering vaak om twee uur 's middags - als in de Kamer het vragenuurtje begint - nog niet klaar. Nu zijn om twaalf uur de actualiteiten behandeld en is er daarna alle tijd om, zoals de Rouwe het zegt 'fundamenteler te praten.'


'Terug naar de fundamenten', 'herbronnen', 'heruitvinden', 'vernieuwen' - dat zijn de termen die bij een rondgang door het CDA klinken. 'Vier jaar geleden stond de existentie van de partij op het spel', zegt Dijkman niet zonder gevoel voor drama. 'De vraag waartoe wij op aarde zijn, was aan de orde. Dat bood een kans om alles nog eens te doordenken.'


Vier jaar geleden, daarmee wordt gedoeld op de formatie van het kabinet Rutte I, een regering van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Het roemruchte congres waarop het CDA zijn leden vroeg in te stemmen met deelname aan die regering, bracht een diepe verdeeldheid aan het licht. Prominente CDA'ers als Ab Klink en Ernst Hirsch Ballin deden daar een dringende oproep vooral niet met de PVV in zee te gaan. Uiteindelijk steunde 68 procent van de aanwezigen regeringsdeelname.


Wie je ook spreekt bij het CDA, iedereen heeft zijn herinneringen aan dat congres. Zoals Julius Terpstra (24), nu voorzitter van jongerenafdeling CDJA, toen een jonge militant die in de Rijnhal in Arnhem microfoon zeven moest bewaken. Uitgerekend die microfoon kozen Hirsch Ballin en Klink voor hun interventies om samenwerking met de PVV te voorkomen. 'Andere leden lieten hen voor gaan', herinnert hij zich. 'Later kwam Gerd Leers, die moest op zijn beurt wachten.'


Maxime Verhagen

Hij heeft toen voor samenwerking met de PVV gestemd. 'Ik vertrouwde op Maxime Verhagen, die opriep de PVV verantwoordelijkheid te geven. En ik vond het niet christelijk partijen uit te sluiten. Van die stem heb ik nu wel spijt.'


Zeventien maanden na het aantreden kwam er een einde aan Rutte I. Bij de volgende verkiezingen werd het CDA zwaar afgerekend op de regeringsdeelname. Een historisch dieptepunt werd bereikt: bestuurlijke verantwoordelijkheid, de natuurlijke reflex van CDA-politici, lag ver buiten bereik. Hoe moest het afge- schminkte CDA weer kleur op de wangen krijgen? Was er nog toekomst voor christen-democratische politiek?


Het afgelopen jaar werd geleidelijk duidelijk dat het CDA radicaal voor de oppositie kiest. Toen de regering in oktober op zoek moest naar gedoogsteun voor zijn begroting om een meerderheid in de Eerste Kamer te garanderen, gaf het CDA niet thuis; een onverwachte zet voor een partij die van besturen zowat zijn raison d'être had gemaakt. Sybrand Buma, partijleider sinds 2012, begint zich de verongelijkte of snerende toon van de oppositiepoliticus al eigen te maken. Met initiatieven als Meldpunt Grensstreek worden de methoden van oppositiepartijen als SP en PVV overgenomen. Ook in de Kamer wordt het zichtbaar; bij de val van staatssecretaris Weekers speelde CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt een belangrijke rol.


Al met al reden genoeg om te concluderen dat het CDA als laatste traditionele partij bezig is volwassen te worden door in te spelen op populisme en de vluchtigheid van kiezers. Zoals landelijk campagneleider Hans Janssens het formuleerde: 'Kiezers bepalen per keer hun keuze. Je verhaal moet dus per campagne op orde zijn.' Aan de partij om te laten zien dat een terugkeer naar de fundamenten een jacht op de kiezer niet in de weg hoeft te zitten.


Van het samenbinden en bruggen bouwen en niemand buiten sluiten dat Jan-Peter Balkenende en Maxime Verhagen beleden, is ineens weinig meer over. Een terechte keus, vindt De Rouwe. 'Ik heb niks met dit kabinet. Het heeft geen uitstraling en geen zelfvertrouwen. Bovendien had de kiezer duidelijk gesproken: CDA, jullie doen even niet mee. Dat geeft ons de tijd om op adem te komen.'


Eigen lijn

Zo verklaart De Rouwe ook de huidige partijkoers: 'Terwijl andere partijen (hij doelt op de gedoogpartners D66, Christen Unie en SGP, red.) bezig zijn met de spiegeltjes en de kraaltjes waarover ze onderhandelen, kunnen wij een heldere eigen lijn neerzetten.' Dat betekent wel dat de partij niet kan pronken met resultaten zoals het afschaffen van sollicitatieplicht voor jonge moeders (SGP) of het openhouden van een kazerne (ChristenUnie). Het CDA probeert daarom zijn eigen actualiteit te maken, los van die op het Binnenhof, legt De Rouwe uit. Door zich op te werpen als kampioen van het midden- en kleinbedrijf, zoals een paar weken geleden. Of door out of the blue een gekozen burgemeester en gemengd kiesstelsel te bepleiten, zoals vorige week.


Dat nieuwe gezicht van het CDA wordt ook buiten het Binnenhof zichtbaar. Zoals op een vrijdagmiddag in Tilburg, als een groepje jongemannen in de bomenbuurt langs de deuren gaat. Ze hebben een groene bakfiets bij zich, gevuld met plantjes. Overal bellen ze aan: 'Wil u een bosviooltje mevrouw?' Soms zijn de antwoorden grimmig. 'Ik heb geen tuin en geen balkon, en ik geef niks om het CDA', zegt een dame. 'Maar mevrouw, ze zijn winterhard en niet kapot te krijgen', probeert de canvasser. De dame: 'Dat moet ik van jullie nog maar zien.' De mannen laten zich niet uit het veld slaan. Tilburg telt 2000 straten, die willen ze allemaal afgewerkt hebben voor 19 maart, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen.


Naast bosviooltjes in paars of geel wordt ook De Erik uitgedeeld, een glossy over lijsttrekker Erik de Ridder (35), wethouder van financiën in Tilburg. Gedurfd, zo'n glanzend tijdschrift. Potentiële kiezers kunnen het zomaar als zelfverheerlijking opvatten, of arrogantie. 'De mensen die me kennen, weten beter', zegt De Ridder. 'Zo kunnen kiezers de persoon achter de lijsttrekker ontdekken.'


Wat de CDA-politici op het Binnenhof nu ervaren, heeft De Ridder al eens doorstaan. In 2008 gebeurde het ondenkbare: het katholieke Tilburg kreeg een college zonder christen-democraten. 'We hadden altijd de stad bestuurd', vertelt de Ridder in zijn wethouderskamer op het stadhuis, waar de cover van zijn glossy levensgroot aan de muur hangt. 'We waren ermee vergroeid compromissen uit te leggen als ons eigen programma. En nu dit. Dat vroeg een grote mentaliteitsverandering.'


De lokale afdeling is sindsdien activistischer geworden, zegt hij. Leunt niet achterover tot informatie wordt aangereikt, maar gaat zelf op zoek. Is innovatiever ook, en zelfbewuster. Of daar landelijk lessen uit te trekken zijn? De Ridder: 'De ondersteuning valt weg, je weet minder wat er speelt. Als je in de oppositie zit, moet je uit je comfortzone komen. Dan komt het aan op ambachtelijke, compromisloze politiek.'


Argusogen

De dissidenten van weleer volgen de ontwikkelingen intussen met argusogen. Dat blijkt als in de Haagse brasserie Dudok Jan Schinkelshoek (60) aanschuift. Vier jaar geleden wilde hij uit boosheid over de samenwerking met de PVV het CDA niet meer in de Kamer vertegenwoordigen. Sindsdien volgt hij zijn partij vanaf de zijlijn. 'Ik wil niet hinderlijk voor de voeten lopen', verklaart hij beleefd. 'Hirsch Ballin, Klink en ik, we weten elkaar gemakkelijk te vinden. Maar je wilt een wankele partij niet in een dissidentenstrijd trekken. De partijleiding weet hoe ik er over denk; er is een stilzwijgende agreement to disagree.'


'Ik voelde me thuis in de christen-democratische traditie zoals die gepersonifieerd werd door Lubbers', vervolgt hij: 'Schikken, plooien, het onmogelijke mogelijk maken. Die houding herken ik niet meer. Dat ze bij het herfstakkoord aan de kant bleven staan, was tot voor kort ondenkbaar.' Schinkelshoek vertelt dat hij het oude CDA mist: 'De partij die in het centrum de scherpe kantjes afzwakt, en zo het land regeerbaar houdt.' Het nieuwe CDA noemt hij 'een uit de flank opererende, typische oppositiepartij die de ruimte op rechts opzoekt. Ik ontwaar daarbij nog weinig ideologische motivering, om het voorzichtig te zeggen.'


Op het partijcongres, dat vandaag in Maarssen wordt gehouden, kom je Schinkelshoek niet tegen. Toch heeft hij begrip voor de radicale koers. 'De partij is bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Dan moet je van je laten horen. Het debat is sinds Fortuyn levendiger geworden. Middenpartijen moeten leren hun toontje mee te blazen, ze moeten zich relevant maken.'


Over één ding zijn de CDA-ers het eens: dit is ook een periode waar je van moet genieten. 'We hebben de bodem geraakt, je kunt nu alleen nog maar omhoog', zegt De Ridder. 'We hebben zoveel klappen overleefd dat we nu het gevoel hebben dat niemand ons wat kan maken,' verzekert CDJA-er Terpstra. 'De Rouwe: 'Voor het eerst is er voor ons veel te winnen. Onder Paars duurde het zeven jaar voordat we weer meededen. Wat mij betref mag die oppositie nog wel even duren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden