Rechter moet met de billen bloot

De rechterlijke macht staat voor een ingrijpende reorganisatie. Modern, transparant en publieke verantwoording zijn de steekwoorden. De deur moet wijd open, vinden critici....

HET STAAT ER zo dapper in de wetsvoorstellen: de rechterlijke macht moet moderner opereren, transparanter worden, bedrijfsmatiger werken en publieke verantwoording afleggen. Op bestuurlijk vlak staat de modernisering stevig in de steigers. Als alles volgens het scenario van staatssecretaris Cohen van Justitie verloopt, heeft Nederland op 1 januari 2002 een volledig vernieuwde rechterlijke structuur.

Moderne rechtspraak houdt in dat inhoudelijke debatten worden gevoerd over de kwaliteit ervan. Maar dan steekt koudwatervrees de kop op. Als openlijk wordt gesproken over rechtsongelijkheid in Nederland, over subjectiviteit van rechters, over een gebrek aan kennis en over belangenverstrengeling, zal dat onherroepelijk het geloof in de rechtsstaat ondermijnen. Zo vrezen betrokkenen.

In eigen kring wordt over dergelijke thema's wel voorzichtig gedebatteerd, maar weinigen zijn bereid ten overstaan van het hele Nederlandse volk rechterlijk falen aan de kaak te stellen. Toch zullen uiteindelijk ook de rechters publiekelijk met de billen bloot moeten.

'De discussie over fouten in de rechtspraak en over integriteit is uiterst gevoelig, maar moet wel worden gevoerd. Nu al verschijnen artikelen over onrechtmatige rechtspraak', reageert Jan Peter Balkenende, lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Balkenende, die rechten studeerde, spreekt in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Christen Juristen Vereniging. 'Moderne maatschappelijke ontwikkelingen slaan een bres in de geijkte kaders van besluitvorming. Kijk naar Shell, die wijst in zijn toekomstscenario op de oprukkende betekenis van people power. Mensen maken zelf hun keuzen, los van gevestigde structuren. De mondige consument van recht zal pas beslissingen accepteren als ze fair en begrijpelijk zijn. Juridische fouten verdoezelen, van nevenfuncties zeggen dat rechters zelf wel in staat zijn te beoordelen of deze schadelijk zijn voor hun objectieve functioneren, is riskant gedrag. Als legitimiteit van beslissingen niet meer als zodanig wordt ervaren, leidt dat tot aantasting van het gezag en in het ergste geval tot eigenrichting.'

Rechtssocioloog Joris Kocken van de Universiteit van Amsterdam vindt eveneens dat het kwaliteitsdebat 'te krampachtig' wordt gevoerd. 'Het fraaie uiterlijk van de rechterlijke macht wordt kunstmatig in stand gehouden. Ook de wetgever heeft er belang bij dat het imago van objectiviteit en onkreukbaarheid constant wordt opgepoetst. De Tweede Kamer laat zich gemakkelijk meeslepen met het romantische beeld van een volkomen integere rechterlijke macht. Heel Nederland mag graaien en snaaien, maar er is gelukkig nog één macht die vlekkeloos toezicht houdt, zo wil men graag geloven.' Onzinnig vindt hij de angst voor het hellende vlak, voor de dominotheorie dat het geloof in de rechtsstaat zal wegebben als dubieuze of vreemde rechterlijke uitspraken naar buiten worden gebracht.

Kocken: 'De mondige burger gelooft echt niet meer in de onpartijdigheid en onfeilbaarheid van welke beroepsgroep dan ook. Dat bijvoorbeeld artsen fouten maken en dubieuze beslissingen nemen is geaccepteerd. Maar ze moeten wel openlijk voor hun fouten uitkomen.' Zelf haalde hij in zijn proefschrift de vermeende onpartijdigheid van notarissen onderuit. 'De notarissen willen daar niet openlijk over praten. Rechters zijn er kennelijk ook nog niet aan toe. Ze verschuilen zich achter de uniciteit van een zaak. Altijd zijn er bijzondere omstandigheden, geen enkele zaak is met elkaar te vergelijken, zeggen ze.'

Dat argument heeft aan zeggingskracht verloren sinds sociaal wetenschapper Jan de Keijser begin dit jaar in zijn proefschrift aantoonde dat rechters zelfs in volkomen identieke zaken tot sterk verschillende straffen besluiten. De Keijser verricht onderzoek voor het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Hij stuurde de rechters een aantal strafzaken toe (verschillende vormen van diefstal met geweld: beroving van een taxichauffeur, in een kledingzaak, bij een geldautomaat en in een snackbar), vroeg hen een straf te kiezen en het belang van strafdoelen aan te geven. En wat bleek? De Keijser: 'Straffen in dezelfde zaak liepen zeer uiteen en in het algemeen was nauwelijks sprake van consistente verbanden tussen strafdoel en -maat. Dat is verontrustend.' Hij concludeert dat de rechters zelf ook met rechtsongelijkheid in de maag zitten. 'De helft van de rechters heeft aan mijn onderzoek meegewerkt. Ze hebben zich serieus over de zaken gebogen. Gelijke behandeling en eenheid van straf is voor hen ook een belangrijk thema. Ze zien heus wel in dat de geloofwaardigheid van het systeem op het spel staat.'

Rechters hebben het niet makkelijk. Het juridisch blad Mr. rept van 'een wildgroei aan sancties'. Aan het eind van de negentiende eeuw kon de rechter slechts kiezen uit een gevangenisstraf of een geldboete, schrijft Mr. Een combinatie van die maatregelen was toen niet mogelijk. Nu is een rechter als een consument in een moderne supermarkt: het assortiment is onuitputtelijk. Er zijn strafrechtelijke en bestuurlijke boetes, vrijheidsstraffen kunnen voorwaardelijk, onvoorwaardelijk en gecombineerd worden opgelegd. De voorwaarden zijn algemeen of bijzonder. Vrijheidsstraffen kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd: in een huis van bewaring, in een gesloten of halfopen inrichting, extramuraal, met elektronisch toezicht. Er zijn taakstraffen, die een werk- of leerstraf omvatten, of beide. Met deze mogelijkheden kan de rechter eindeloos combineren.

De Keijser: 'Geen wonder dat de strafpraktijk inconsistent en ondoorzichtig is. Daar moet grondig naar gekeken worden. Want als de overheid straft, voegt zij leed toe, onder dwang. Dan mag je verwachten dat aan die straf een consistente visie ten grondslag ligt.'

DE ROTTERDAMSE hoogleraar arbeidsrecht Cees Loonstra schiet nog een giftige pijl af op de rechterlijke macht. Niet alleen het uitbundige aanbod van sanctiemogelijkheden, ook gebrek aan kennis leidt tot rechtsongelijkheid, beweert hij. Loonstra krijgt steun uit onverwachte hoek: de Hoge Raad. Die gaf in juli toe, na een verontruste brief van het Europese Hof, dat Nederlandse rechters onvoldoende kaas hebben gegeten van het Europese recht. Het Europese Hof had geklaagd over de vloed van 'nutteloze vragen' van Nederlandse rechters die te weinig op de hoogte bleken van jurisprudentie.

'Arbeidszaken worden steeds complexer en hebben in toenemende mate te maken met Europese regelgeving', zegt Loonstra. 'Nederlandse rechters kennen vaak de daarop gebaseerde jurisprudentie niet. Ze hebben geen tijd om alles op een rij te zetten. Het is tempo, tempo, tempo. En als je dan, zoals de Nederlandse kantonrechter, een generalist bent, is het moeilijk een juridisch verantwoord vonnis te vellen.' Loonstra wijst op de enorme uitgestrektheid van het arbeidsrechtsgebied. 'Als je het klassieke studieboek van Bakels uit 1972 vergelijkt met het nieuwste handboek uit 2000 van Asscher-Vonk en Fase, zie je dat de omvang bijna is verdubbeld.'

Van de zaken bij de kantonrechter is 25 tot 50 procent van arbeidsrechtelijke aard, zegt Loonstra. 'Maar kantonrechters moeten hun licht ook laten schijnen over familie-, huur- en consumentenzaken. In de advocatuur is specialisatie aan de orde van de dag. Grote advocatenkantoren hebben alle een sectie arbeidsrecht, waarin zeker tien tot vijftien medewerkers fulltime werkzaam zijn. Zij volgen postacademische cursussen om hun kennis op peil te houden. De advocatuur dicteert meer en meer. Mag je dan van een rechter verwachten dat hij kwalitatief tegenwicht biedt?'

Hij noemt de rechtsongelijkheid op zijn terrein 'schrijnend' en 'zorgwekkend'. 'Neem het concurrentiebeding. De ene rechter verbiedt een werknemer bij een concurrerend bedrijf te gaan werken, de andere staat het - in een vrijwel identieke zaak - toe. Ook bij ontbinding van arbeidsovereenkomsten komt rechtsongelijkheid regelmatig voor.'

De rechterlijke macht functioneert archaïsch, meent Loonstra. 'Die multi-inzetbaarheid, hoe lang denken de rechters dat nog te kunnen volhouden? De hele wereld om hen heen specialiseert en doet aan education permanente.'

Dat de moderniseringsoperatie pas geslaagd kan worden genoemd als uiteindelijk de burger beter wordt bediend, vindt ook oud-president van het Amsterdams gerechtshof Van den Haak. Als lid van de commissie-Leemhuis bereidde hij de reorganisatie voor. 'De rechterlijke macht staat voor een geweldige uitdaging', zegt hij. 'De vraag naar recht blijft maar groeien. Tegelijkertijd eist de moderne maatschappij dat zaken snel worden afgewikkeld, dat vonnissen begrijpelijk zijn, dat rechters, verdachten en hun advocaten op gelijke voet van gedachten kunnen wisselen en dat de burger klantvriendelijk wordt behandeld.'

Hij omarmt het debat en is bereid over alle kritiek te praten. 'Ik geloof ook dat rechters te weinig uitleggen. Ze zeggen vaak dat ze spreken door hun vonnissen en dat dat genoeg moet zijn. Vergeleken met toen ik begon, veertig jaar geleden, is er al veel veranderd. Veel meer persberichten worden uitgegeven. De media staan er, terecht, met de neus bovenop en grote zaken komen van tijd tot tijd op tv.'

Is de roep om specialisatie terecht? Van den Haak: 'Daar is inderdaad te weinig aandacht voor. Rechters kunnen niet alle terreinen van het recht beheersen. Voor een president is het zaak goed te registreren wat hij in huis heeft en daarop zijn organisatie toe te snijden. Voor een aantal specialismen geldt dat er binnen een enkel gerecht onvoldoende werk is om rechters slechts op een bepaald terrein in te zetten. Ik ben voor de ontwikkeling van specialistische kenniscentra en voor de gespecialiseerde, mobiele rechter die voor meerdere gerechten werkt.'

Bijscholing is vrijwillig en het zou heerlijk zijn, meent Van den Haak, als daar ruimte voor wordt vrijgemaakt. 'Rechters willen wel, maar komen er niet aan toe. Je moet de stapels dossiers zien waar ze zich doorheen moeten werken.'

Steunt hij het debat over nevenfuncties? 'Die moeten goed worden geregistreerd en zorgvuldig worden bekeken. Ik ben voor gedragscodes. Persoonlijk vind ik commissariaten voor rechters uit den boze.' Geen thema is taboe, zegt Van den Haak. 'Maar als door het debat de indruk ontstaat dat het Nederlandse rechtsstelsel in de praktijk een loterij is, dan verzet ik me daar met hand en tand tegen.'

Dat beeld willen de critici zeker niet schetsen. Waar ze voor pleiten is dat, nu er eindelijk een fris windje opsteekt in de rechterlijke macht, de deuren nog wijder worden opengezet. CDA-Kamerlid Balkenende: 'Je hoort vaak, en dat wil ik niet tegenspreken, dat de kwaliteit van de rechtsstaat in Nederland gunstig afsteekt bij die van menig ander land. Dat mag nimmer de kritische zin wegnemen. Behoud en versterking van die kwaliteit is een van de hoogste idealen, die juist juristen dienen na te streven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden