Rechter maakt uitzetten Somaliërs onmogelijk

De rechter in Zwolle heeft de poten onder het beleid dat voorziet in de uitzetting van Somalische vluchtelingen weggezaagd. Hij stelt veel striktere eisen aan hun gedwongen terugkeer dan politiek Den Haag....

BEGIN september deed de rechter in Zwolle een opmerkelijke uitspraak: de Nederlandse staat mag alleen uitgeprocedeerde asielzoekers naar Somalië terugsturen als van tevoren duidelijk is dat zij daar in een veilig gebied terechtkomen, waar leden van hun extended family aanwezig zijn. Tot de extended family kunnen bijvoorbeeld neven, nichten en grootouders behoren.

Deze uitspraak wijkt af van het verwijderingsbeleid van staatssecretaris Schmitz, gesteund door een meerderheid van de Tweede Kamer. Somaliërs kunnen worden teruggestuurd naar gebieden die als veilig zijn aangemerkt, als duidelijk is dat hun eigen clan of subclan daar aan de macht is. Volgens dit beleid staan de eigen clanleden - die dus een veel bredere kring vormen dan de extented family - in voor de veiligheid van de repatrianten.

Dit beleid was vastgesteld op basis van een missie die ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar Somalië hadden gemaakt. Naar aanleiding van berichten in de media dat clanleden niet automatisch teruggestuurde asielzoekers opvangen, en dat leiders van de clans ontkennen met de ambtenaren afspraken over veilige opvang te hebben gemaakt, besloot de staatssecretaris de uitzettingen op te schorten - onder meer in afwachting van de uitspraak van de Zwolse rechter.

Deze nu, legt op Justitie de last aan te tonen dat er leden van de extended family in het gebied zijn waar de asielzoeker naar teruggestuurd wordt. Door alle clan-oorlogen en het ontbreken van een centrale overheid lijkt dit een moeilijke opgave. Leden van de extended family kunnen op de vlucht geslagen zijn of trekken permanent rond op zoek naar rust en veiligheid.

Bovendien hoeft er weinig medewerking van de in Nederland opgevangen asielzoekers verwacht te worden. Zij willen in Nederland blijven, en zijn weinig gemotiveerd gegevens te verstrekken waarmee de extended family kan worden opgespoord.

De in Nederland verblijvende Somaliërs zijn solidair met hun landgenoten en maken - wanneer zij daartoe in staat zijn - geld over naar de achterblijvers in het land van herkomst. Een cynicus zou overigens kunnen zeggen dat door deze deviezenstroom de clan-oorlogen mede gefinancierd worden.

Ook vanuit deze optiek is het niet aannemelijk dat de Nederlandse overheid eenvoudig informatie zal kunnen vergaren die haar in staat stelt zorgvuldig te beoordelen welke Somaliërs veilig kunnen terugkeren naar hun extended family.

Naar mijn mening maakt de Zwolse rechter uitzettingen naar Somalië bijna onmogelijk. Legt de staat zich bij de uitspraak neer, dan heeft dat gevolgen voor de Somaliërs die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen. Het gaat om vele duizenden mensen. Alleen in 1995 hebben zo'n 4000 Somaliërs een veilig heenkomen in Nederland gezocht.

Over het criterium dat de Zwolse rechter heeft aangelegd, kan verschillend worden gedacht. Maar dat laat onverlet dat het belang van zijn uitspraak groot is.

Pikant in de ontstane situatie is dat de Tweede Kamer, die de regering moet controleren, in meerderheid akkoord was met verwijdering van Somalische asielzoekers op basis van het veilige gebieden-concept. Maar de rechter controleert ook. Namelijk of het verwijderingsbeleid in strijd komt met het nationale en internationale recht. De uitspraak zal moeten worden nageleefd, tenzij een andere rechter in een soortgelijk geval een afwijkende uitspraak doet.

Deze rechtsonzekerheid is ontstaan doordat de Vreemdelingenwet, zeer tegen de zin van D66, geen hoger beroep kent. De Nederlandse staat kan dus niet aan een hogere rechter vragen of de Zwolse rechter het bij het juiste eind heeft gehad. Blijkbaar voelde de Zwolse rechter zich genoodzaakt extra informatie in te winnen door op de zitting getuigen te horen over de situatie in Somalië. Niet alleen ambtenaren die in opdracht van de Nederlandse overheid in Somalië waren geweest om te kijken of Somaliërs veilig kunnen terugkeren, maar ook bijvoorbeeld het hoofd van de afdeling Rampen en Vluchtelingen van de Stichting Oecumenische Hulp.

Dat de rechter niet zonder meer op de ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het daarop door het ministerie van Justitie gebaseerde verwijderingsbeleid afgaat, geeft te denken. De kwaliteit van ambtsberichten ligt al langer onder vuur.

Ik vind dat ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Justitie opnieuw naar Somalië moeten gaan om te onderzoeken of en zo ja, onder welke voorwaarden Somaliërs na verwijdering uit Nederland veilig in hun land kunnen worden opgenomen. Om elke schijn te vermijden dat de rapportage van deze missie gekleurd zal zijn, stel ik voor dat organisaties als Amnesty International en Oecumenische hulpverlening worden uitgenodigd als waarnemer aan de missie deel te nemen.

De eindverantwoordelijkheid blijft bij de ministeries, maar de bevindingen kunnen door alle participanten worden gedeeld. Hierdoor kan het draagvlak voor de conclusies worden vergroot, hetgeen ingewikkelde rechterlijke procedures overbodig maakt.

Mocht de uitkomst van deze missie zijn dat Somaliërs naar sommige gebieden veilig kunnen terugkeren, dan is dat een nieuw feit, dat de uitspraak van de Zwolse rechter opzijzet. Is de conclusie dat het voor Somaliërs onveilig is terug te keren, dan kunnen we blij zijn dat we hen bescherming bieden.

Boris O. Dittrich is justitie-woordvoerder van de fractie van D66 in de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden