Rechter geeft zelf opdracht tot onderzoek in judo-zaak

Judo-voorzitter Frans Hoogendijk zal 'tot het gaatje gaan' om aan te tonen dat de geschorste directeur Jan Post voor de Utrechtse rechtbank louter 'halve waarheden en hele leugens' heeft gedebiteerd....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

UTRECHT

De in opspraak geraakte voorzitter verscheen gisteren in eigen persoon bij de tweede termijn van het kort geding dat directeur Post tegen de JBN aanspande. Nadat president mr H. F. M. Hofhuis had besloten dat de judobond het onafhankelijk accountantsonderzoek waarvan al sprake was, zelf moet bekostigen, weerde Hoogendijk de belangstellenden eerst geagiteerd af, met verwijzing naar de uitgeschreven buitengewone ledenvergadering, om vervolgens in een tirade uit te barsten tegen Post, een tirade die eindigde met de ietwat ongelukkige metafoor van het gaatje.

Het zou directeur Post er na de vertrouwensbreuk alleen maar om zijn gegaan 'een emmer stront' over de voorzitter persoonlijk èn over diens hele organisatie heen te kieperen. Post zou vijftien jaar geleden, toen hij nog onbezoldigd bestuurder van de JBN was, zelf vanwege 'sex en fraude' op de schopstoel hebben gezeten. 'En die man beschadigt nu willens en wetens de sport en de bond.'

Post kon zich niet verweren want hoewel hij op non-actief staat, hij voelt zich gebonden aan het spreekverbod dat hem door het JBN-bestuur is opgelegd.

Hoogendijk had het over 'pertinent onjuiste beschuldigingen', maar gaf vooral aan hoe het schandaal hem gegriefd en geraakt had. Half maart zal hij een buitengewone ledenvergadering informeren, en daaraan voorafgaand wordt in een besloten vergadering de bondsraad, het JBN-parlement, ingelicht. Maar juist die beslotenheid schoot de twee aanwezige bondsraadsleden in het verkeerde keelgat, zoals na het kort geding bleek. Waarom een besloten vergadering als Hoogendijk en zijn bestuur niets hebben te verbergen?

Een van de aanwezige bondsraadsleden, die tot de algemene vergadering van de JBN anoniem wenst te blijven, beweerde met nadruk dat ook hij de ondeugdelijke declaraties van voorzitter Hoogendijk had gezien. Geen twijfel mogelijk, was zijn conclusie: Hoogendijk had misbruik gemaakt van het budget van 22 duizend gulden dat de bond hem jaarlijks ter bestrijding van onkosten beschikbaar stelde.

Wat in feite gebeurd is, laat zich nogal eenvoudig vermoeden. Hoogendijk moest zich waarschijnlijk in rare bochten wringen om de bonnen en nota's te verzamelen die de uitgave van 22 duizend gulden per jaar moesten rechtvaardigen.

Het dubbel declareren van vliegtickets bij zowel de JBN als de Europese Judo Unie verklaarde hij door te zeggen dat niet hijzelf maar de JBN voordeel had genoten. De andere nota's werden bijeengesleept uit chauffeurs-café's (600 gulden voor een bespreking met het NOC en sponsorbureau Trefpunt) tot en met de seksclub Mayfair (340 gulden voor een diner met een Europese judobestuurder).

In eerste zitting werd door de raadsman van Hoogendijk, mr J. P. Snoek, niet ontkend dat Europese bestuurders in de seksclub waren gefêteerd ten laste van het JBN-'presentatie-budget'.

Rechtbankpresident Hofhuis vond de aantijgingen van Post zo ernstig of plausibel en het 'declaratiebeleid' van de JBN zó dubieus dat hij aanstuurde op een onderzoek door een onafhankelijke accountant. Hoe partijen dat onderzoek wilden inrichten en hoe ze het zouden financieren, moesten ze in eerste instantie maar zelf bedisselen. Dat lukte niet en dus werd een tweede zitting nodig.

Inmiddels was zelfs Den Haag trouwens gealarmeerd. Kamerlid Sterk (PvdA) vroeg of het usance was dat bondsbestuurders met medewerking van VWS en omzeilen van de fiscus, grote bedragen kunnen declareren.

De judobond bleef niettemin eisen dat directeur Post het onderzoek zou bekostigen, als de JBN uiteindelijk van alle blaam gezuiverd zou worden. De raadsman van Post, mr A. W. Brantjes, was van oordeel dat de noodzaak van een onderzoek naar het declaratiebeleid bij de JBN zo overtuigend was aangetoond dat toch bezwaarlijk zijn cliënt met de financiële gevolgen kon worden opgezadeld.

Post is bovendien nog steeds razend over de beschuldiging van de JBN dat hijzelf originele bonnen verwisseld zou hebben. Hij beschuldigde Hoogendijk ervan het bewijsmateriaal verdonkermaand te hebben, toen hij van het JBN-bestuur de opdracht kreeg om dat materiaal boven water te brengen.

President Hofhuis bleek gisteren (opnieuw) Posts opvatting te delen dat de JBN het accountantsonderzoek dient te betalen. Mocht Posts beschudiging na onderzoek geen grond blijken te hebben, zei Hofhuis, dan staat de bond altijd nog de mogelijkheid open om in een bodemprocedure de schade (gedeelteljk) op de geschorste directeur te verhalen.

Omdat partijen bovendien bleven bakkeleien over de strekking van het onderzoek en over de tijdspanne waarover dat zich zou moeten uitstrekken, stelde de president uiteindelijk maar voor dat hij zelf een onderzoeksopdracht zou formuleren. Partijen moeten zich daarmee deze week al dan niet accoord verklaren.

Tot na het onderzoek wordt de status quo gehandhaafd: Post staat op non-actief maar is nog wel directeur van de JBN. Een vonnis komt er voorlopig evenmin. Als een 'lang geding' zal de affaire de judogeschiedenis ingaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden