Recht op de ziel af

Actrice Juliette Binoche belde de eigenzinnige regisseur Bruno Dumont op: maak een film met me. Dat werd Camille Claudel 1915, over de in een inrichting weggestopte Franse kunstenares.

Twee kamers in een appartement in Berlijn. In de ene ontvangt regisseur Bruno Dumont (55), in de andere actrice Juliette Binoche (49): 'Ik wil een vrouw filmen, zei Bruno. Een vrouw alleen, opgesloten in een huis. Hmm, oké. Ik dacht: komt er nog meer? Nee. O, nou dat wordt dan een lange film.'


De actrice woelt door haar opstaande haar, verstopt kin en mond in haar blauwe coltrui. Ze oogt moe, maar de blik is alert, fel. 'Alleen als ik níet werk, ben ik moe.'


Gefrustreerd was ze, tijdens een goed deel van de opnamen voor haar nieuwe speelfilm, waarvoor de regisseur haar geen script wilde verstrekken. 'In mijn visie is het maken van een film een gezamenlijke dans. Maar Bruno geeft niks om die analogie. Hij gelooft in hiërarchie. Ik niet.'


Ze koos zelf voor de eigenzinnige filmer uit zompig Frans Vlaanderen, die al tweemaal de Grand Prix won op het festival van Cannes, voor L'humanité en Flandres. 'Ik sprak een boodschap in op zijn antwoordapparaat: dat ik met hem wilde werken.'


Dumont zegde toe en liet Binoche pas na enige tijd weten dat hij niet zomaar een opgesloten vrouw wilde portretteren, maar Camille Claudel. De actrice was verrukt: 'Toen ik 16 was, las ik een boek over haar leven dat me zeer heeft geraakt. Er hingen vroeger posters van Camille aan de muur in mijn kamer. Ik herkende iets in haar.'


De Franse kunstenares Camille Claudel (1864-1943, zie boven) beeldhouwde, net als Binoche's vader. Ze werd begin vorige eeuw opgenomen in een psychiatrische inrichting op het Franse platteland, waar ze decennia later op 78-jarige leeftijd ook stierf. Doktoren verklaarden de voor paranoia behandelde patiënt - ooit leerlinge, muze, geliefde en rechterhand van Auguste Rodin - meermalen gezond genoeg om terug te keren in de maatschappij, maar haar familie drong aan op verdere behandeling. De woede over het lot van Claudel huist nog in Binoche; residu van een grondige voorbereiding op haar rol. 'Hoe konden ze een vrouw met zo veel talent dertig jaar lang wegstoppen? Hoe? Ze was een genie. Kijk naar haar beeldhouwwerken: er zit leven in, magie. Ze moet zich verraden hebben gevoeld. Door Rodin, door haar familie ook, door iedereen.'


In de film oogt Binoche verbluffend echt ontredderd. 'Soms huilde ik de hele dag door, op de set. Thuis heb ik dan geen tranen meer. Huilen voor een opname is makkelijk, ik kan dat zo - plop! - inschakelen. Maar af en toe overkwam het me ook, dan kon ik het niet stoppen. Dat was wel beetje eng. In het verleden heb ik een echte psychiatrische inrichting bezocht, toen een familielid daar wat tijd doorbracht. Misschien verzette ik me onbewust tegen zo'n omgeving.'


Dumont, een deur verderop: 'Normaal gesproken werk ik met echte mensen in mijn films. Echte boeren, echte locaties - dat is mijn werkwijze. Ik maak fictie, maar het vertrekpunt is de realiteit. Natuurlijk is Juliette uitzonderlijk cinégénique, van nature zeer expressief. Maar omdat Camille Claudel zeer bekend was in haar tijd, vormt het feit dat Juliette een grote ster is voor deze film geen obstakel. Integendeel, het is juist relevant. Camille was een artiest, net als Juliette - er zit al iets van de een in de ander.'


Wars van psychologie, draait Dumonts oeuvre om lichamelijkheid en primitieve menselijke reacties. Complete boeken schrijft hij vooraf, waaruit hij speelfilms destilleert zonder al te veel plot of dialoog. 'Ik geef acteurs vooraf nooit mijn script. Natuurlijk niet, dat zou fout zijn. Ik heb liever dat ze niet weten waar ze in stappen. Mijn script is een complete visie op de film, acteurs zijn slechts een element van dat geheel. Buiten dat: ik denk dat acteurs een beetje verloren moeten zijn, om spontaan te kunnen reageren.'


Hij knikt als de frustraties van zijn hoofdrolspeelster ter sprake komen. 'Ja, het was duwen en trekken, maar dat is toch juist positief? Een harmonieuze en vredige relatie is niet wat ik me voorstel bij vruchtbare samenwerking. We hadden onze ruzies, maar dat leverde ook iets op. Onze relatie was levendig, dialectisch. Soms was ze het met me eens, soms niet. Ik accepteer dat. Zij staat voor de camera, ik erachter. Dan kun je dus nooit het perspectief delen.'


Binoche: 'Vanzelfsprekend denkt de regisseur dat hij alles in zijn macht heeft, dat denkt de actrice ook, ha! Geef me dan alsjeblieft een indicatie van wat er gaat komen, vroeg ik Bruno. Of een summiere scèneomschrijving. Oké, we filmen drie dagen uit haar leven, maar wat doet ze dan?'


Dumont vroeg Binoche naar haar favoriete fragmenten uit de bewaard gebleven en gepubliceerde brieven van Claudel, die ze destijds verzond vanuit de kliniek. 'Daar moest ik van Bruno dan mijn eigen woorden van maken. Nou, dat deed ik en ik stuurde de zinnen naar hem op. Niks was goed - op alles had hij commentaar.' Met verfijnd sarcasme: 'O, zei ik, dus je wilt exact haar woorden, maar dan geïmproviseerd? Dat is precies wat ik wil, ja, antwoordde hij. Pfff.'


Over het resultaat van hun samenwerking is ze echter zeer tevreden: 'Bruno richt zijn camera recht op de ziel, een zeldzaamheid onder regisseurs. Ik benaderde hem uit nostalgische overwegingen: ik wilde als actrice zo graag een Tarkovski-ervaring, maar Tarkovski is er niet meer. Gelukkig hebben we Dumont nog.'


Dumont liet Binoche acteren tussen echte geestelijk gehandicapte patiënten. 'Acteurs kunnen dat toch niet realistisch spelen', zegt de regisseur. 'Ik ontmoette een psychiater die speltherapie deed met zijn patiënten. Hij begreep dat ik met mijn film geen voyeuristische intentie had. De families waren vooraf ingelicht.'


Regisseur en actrice verschillen van mening over de aard van de opsluiting van Claudel. 'Ze ervoer haar verblijf niet als gevangenschap', stelt Dumont. 'Ze mocht ook gewoon wandelen, hoor. Haar echte gevangenis was haar geest, ze was paranoïde.'


Binoche trekt twee wenkbrauwen op als ze dat hoort. 'Ze was opgesloten! Het is Bruno's vrijheid als filmmaker daar anders over te denken, maar Camille heeft nooit buiten het hospitaal gewandeld. Ze heeft haar opsluiting nooit geaccepteerd. Nooit.'


SCHEPPEN EN KAPOTSLAAN

Camille Claudel (1864-1943), oudere zus van dichter Paul Claudel, maakte sculpturen en grafisch werk, dat ze grotendeels eigenhandig vernietigde. Ze ging op jonge leeftijd in de leer bij Auguste Rodin (1840-1917), haar latere geliefde. Vanwege waanbeelden werd ze opgenomen in een psychiatrisch verpleeghuis, waar ze tot haar dood zou blijven. Vooral haar moeder, die zich verzette tegen Camilles artistieke carrière, belemmerde een terugkeer in de maatschappij. In 1988 werd haar leven verfilmd in Camille Claudel, met Isabelle Adjani in de titelrol en Gérard Depardieu als Rodin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden