Recessie is gouden tijd voor de film

Welke gevolgen zal de crisis hebben voor de filmindustrie? Zal het bioscoopbezoek drastisch krimpen? Hollywood kan lering trekken uit de jaren dertig: De Grote Depressie was een gouden tijd voor de cinema.

De kogel is door de kerk: er komt een vervolg op Sex and the City. Het nieuws, afgelopen maand bekendgemaakt, werd met opgetrokken wenkbrauwen ontvangen. Is de formule, die begon met een tv-serie in 1998, nog wel levensvatbaar? Is er nog iemand geïnteresseerd in de avonturen van vier decadente dames, die gekleed gaan in de duurste designeroutfits en dineren in de chicste restaurants van Manhattan?

Actrice Sarah Jessica Parker haastte zich te melden dat de nieuwe film ‘in zal gaan op de economische crisis’. Dat wordt niet eenvoudig, vertelde ze aan een Amerikaanse tv-journalist, want Sex and the City staat gelijk aan luxe en ongebreidelde consumptie. ‘De tijden zijn erg veranderd, dus het wordt een uitdaging.’

Hoe de dames uit Sex and the City omgaan met werkloosheid en hoge schulden op hun creditcards, zal pas te zien zijn in de zomer van 2010. In de tussentijd is in de Amerikaanse bioscopen een Sex and the City-kloon verschenen die zich van de economische malaise nog bar weinig aantrekt. Confessions of a Shopaholic, vanaf volgende week ook in Nederland te zien, is een komedie over een jonge vrouw voor wie winkelen het hoogste doel is.

Top 5 films over de Depressie

  • 1. The Grapes of Wrath (John Ford, 1940)
    Een berooide boerenfamilie trekt door Amerika, op zoek naar werk en voedsel. Aangrijpende verfilming van de roman van John Steinbeck, met fameuze slotregels.

  • 2. My Man Godfrey (Gregory La Cava, 1936)
    Carole Lombard tettert tweehonderd woorden per minuut in haar rol als leeghoofdige rijkeluisdochter, die een man oppikt op een vuilnisbelt. Hilarische komedie met briljante bijrollen.
  • 3. Little Caesar (Mervyn LeRoy, 1931)
    Opkomst en ondergang van een heetgebakerde crimineel, met verve gespeeld door Edward G. Robinson. Een sterke, bondige voorloper van de maffiafilm, die in veel opzichten de toon zette voor het genre.
  • 4. Mr. Deeds Goes to Town (Frank Capra, 1936)
    De simpele ziel Longfellow Deeds (Gary Cooper) erft een vermogen en wordt voor gek verklaard wanneer hij geld leent aan de armen. Net als zijn hoofdpersoon is de film slimmer dan hij lijkt.
  • 5. Gold Diggers of 1933 (Mervyn LeRoy, 1933)
    ‘Backstage musical’ over vier danseressen die in de crisisjaren op de been proberen te blijven. Met fraaie choreografieën van Busby Berkeley.

]]>

Hopeloos achterhaald
De film naar de bestsellers van chicklit-auteur Sophie Kinsella werd door de Amerikaanse pers neergesabeld. ‘Hopeloos achterhaald’ was nog het vriendelijkste oordeel. Een film over koopverslaving uitbrengen in tijden van groeiende armoede? ‘Moreel verwerpelijk’ en ‘een obsceen gebaar’ klonk het in koor. Het verweer van producent Jerry Bruckheimer dat de hoofdpersoon van de film juist leert dat materialisme niet zaligmakend is, mocht weinig baten.

Het is duidelijk: Confessions of a Shopaholic is niet het antwoord op de problemen waar Amerika, samen met de rest van de wereld, nu mee kampt. De grote vraag is hoe Hollywood dan wel kan inspelen op de crisis. Zal het bioscoopbezoek drastisch krimpen, of juist niet? En áls mensen willen blijven betalen voor een bioscoopkaartje, wat willen ze dan zien?

Flashback naar de jaren dertig van de vorige eeuw. De Grote Depressie stort Amerika in een ongekend diep dal. Banken gaan failliet, bedrijven sluiten hun deuren, de werkloosheid loopt op tot meer dan 20 procent. Miljoenen burgers raken aan de bedelstaf. Het goede nieuws: de filmindustrie blijft op wonderbaarlijke wijze op de been.

Zelfs tussen 1932 en 1934, op het dieptepunt van de crisis, brengen iedere week 60 tot 70 miljoen Amerikanen een bezoek aan de bioscoop. Hun 15 dollarcenten zijn dan ook goed besteed. De jaren dertig zullen de geschiedenis ingaan als het gouden tijdperk van Hollywood.

Meesterwerken
Na de succesvolle omschakeling van stomme film naar geluid, aan het eind van de jaren twintig, leveren de Hollywoodstudio’s het ene na het andere meesterwerk af. City Lights, Duck Soup, King Kong, Bringing Up Baby, Gone With the Wind, The Wizard of Oz – de bekendste titels uit de jaren dertig vormen slechts het topje van de ijsberg. Sterren als Clark Gable, Carole Lombard, Cary Grant en Greta Garbo oefenen een enorme aantrekkingskracht uit.

Het is een romantisch beeld: een triomferend Hollywood in crisistijd. Natuurlijk zijn er kanttekeningen bij te plaatsen. De filmindustrie leed wel degelijk onder het economische verval; veel bioscopen gingen ten onder, filmstudio’s werden onder curatele gesteld. Hoewel de bezoekcijfers goed waren, leverden de films door de sterk verlaagde toegangsprijzen minder op.

Toch kende de filmindustrie een opmerkelijke veerkracht. De crisis sloeg minder hevig toe en duurde korter dan in welke andere industrie dan ook. Op de kwaliteit van de films die in de crisisjaren het licht zagen, valt ook weinig af te dingen: geen decennium bracht zoveel instantklassiekers voort als de jaren dertig.

Wat zochten de Amerikanen in die duistere jaren in de bioscoop? Een veelgehoorde stelling is dat ze er hun dagelijkse ellende ontvluchtten door zich te vergapen aan een fantasiewereld. De populariteit van films tijdens de crisis zou voortkomen uit escapisme. Zo werd het ook door Franklin Roosevelt uitgelegd. ‘Het is fantastisch dat Amerikanen tijdens de Depressie, nu het hen zwaarder dan ooit te moede is, voor maar 15 cent naar de film kunnen gaan en door het zien van een glimlachende baby hun zorgen kunnen vergeten’, zei de Amerikaanse president in 1935.

Shirley Temple
Glimlachende baby’s – Roosevelt doelde op het kindsterretje Shirley Temple – waren zeker te zien in de bioscoop, maar het is een mythe dat de filmindustrie zich alleen toelegde op betekenisloos vertier. In werkelijkheid klonk de realiteit van de Grote Depressie luid en duidelijk door in de cinema, zelfs binnen genres die zich daar op het eerste gezicht slecht voor leenden, zoals de romantische komedie en de musical.

En het publiek kwam er gretig op af. De succesvolste musicals van de jaren dertig, 42nd Street, Footlight Parade en Gold Diggers of 1933, gingen alle drie rechtstreeks in op de crisis. Zang, dans en realisme sloten een vruchtbaar verbond. Al direct aan het begin van Gold Diggers of 1933 wordt de idylle van de showbusiness ruw verstoord, wanneer het wervelende openingsnummer wordt stilgelegd. Schuldeisers kleden de danseressen uit, confisqueren de decorstukken en dreigen het theater te sluiten.

Barney Hopkins, de producent van de Broadway-show in de film, heeft het in zijn hoofd gehaald een revue op te voeren over de Depressie. Wanneer een van zijn danseressen zich afvraagt of er met zo’n somber onderwerp voor het publiek wel iets te lachen valt, stelt Hopkins haar gerust: ‘Ik zorg er wel voor dat ze lachen wanneer je sterft van de honger, schat. Het wordt het grappigste dat je ooit gedaan hebt.’

Gold Diggers of 1933 eindigt met een schrijnende ode aan de slachtoffers van de Grote Depressie: hongerlijders, daklozen, verarmde oorlogsveteranen, alle ‘vergeten mannen’. Regisseur Mervyn LeRoy kende armoede uit eigen ervaring en ging controverse niet uit de weg.

Criminaliteit
Er waren veel regisseurs, scenarioschrijvers en producenten die niet terugschrokken voor een portie sociaal commentaar. Jack Warner, baas van de toonaangevende filmstudio Warner Bros., gaf het groene licht voor een reeks duistere films die hun inspiratie vonden in nieuwsberichten over de toenemende criminaliteit. Het publiek smulde van misdaaddrama’s als Little Caesar, met Edward G. Robinson als een naar Al Capone gemodelleerde gangster, en The Public Enemy, de film die James Cagney beroemd zou maken. Ook het sombere, op feiten gebaseerde drama I Am a Fugitive from a Chain Gang, over het harde lot van een werkloze ex-soldaat, was een groot succes.

De regisseur van The Public Enemy, William Wellman, maakte meer films over het moeizame bestaan tijdens de crisisjaren. In Heroes for Sale moet een werkloze man tal van problemen overwinnen, en in Wild Boys of the Road verlaat een stel tieners het ouderlijk huis om in goederentreinen door het land te zwerven. Een dramatisch gegeven, bittere realiteit voor honderdduizenden jongeren tijdens de Depressie.

Frank Capra, regisseur van de met Oscars overladen romantische komedie It Happened One Night, maakte in de crisisjaren een aantal uitgesproken sociale satires. Een van zijn minder bekende films, American Madness, is een fraaie oproep tot verstandig en sociaal bewust bankieren. Terwijl een bankdirecteur zijn superieuren ervan probeert te overtuigen dat geld lenen draait om vertrouwen, leidt een gerucht over een dreigend faillissement tot een run op zijn bank. Hordes mensen proberen op tijd hun geld weg te halen. Ternauwernood wordt voorkomen dat de bank werkelijk omvalt – dankzij het vertrouwen van tevreden klanten.

Op allerlei manieren sijpelden de gevolgen van de Depressie de filmwereld binnen. Het meest opmerkelijk was misschien wel de ontdekking dat romantiek en humor konden gedijen op een plek waar de wanhoop van de Depressie het meest zichtbaar was – de sloppenwijk. Zo speelt Man’s Castle van regisseur Frank Borzage zich af in een zogenaamde Hooverville, een wijk van uit golfplaten en karton opgetrokken krotten. Daar nemen Bill (Spencer Tracy) en zijn nieuwe verovering Trina (Loretta Young) hun intrek in een gezellig ingericht hutje. Trina is er dolgelukkig en droomt alleen nog van een fornuis, maar de vrijgevochten Bill krijgt het door al die huiselijkheid op zijn heupen.

Screwball comedy
Dat zelfs de zogenaamde screwball comedy – gekenmerkt door malle misverstanden en razendsnelle dialogen – zich leende voor politiek commentaar, bewijst het geestige My Man Godfrey. Het verhaal begint in een krottenwijk onder een brug, waar twee welgestelde zusjes op zoek gaan naar een ‘vergeten man’ om als trofee aan hun rijke vrienden te tonen. De zwerver die ze aantreffen, blijkt een perfecte gentleman. Hoewel de film vooral draait om de chemie tussen hoofdrolspelers William Powell en Carole Lombard, zit er wel degelijk een boodschap in. De verwaande elite, in My Man Godfrey afgeschilderd als lachwekkend en dwaas, leerde in de crisisjaren zijn lesje.

Met hun verhalen over dappere danseressen, werklozen, prostituees en zwervers legden de films uit de jaren dertig bloot waar tijdens de Depressie de grootste pijn zat. Verhalen over eenvoudige mensen die door economische rampspoed alles verloren – hun werk, status, identiteit – raakten bij het publiek een gevoelige snaar. Hulpvaardigheid, democratische waarden en rechtvaardigheidsgevoel werden op grote schaal door Hollywood gepropageerd.

Wat zal de nieuwe crisis brengen? Het is verleidelijk om parallellen te trekken tussen de jaren dertig en nu. Net als toen staat het bioscoopbezoek in Amerika niet onder druk; de eerste cijfers van 2009 tonen een verrassende stijging van 16 procent ten opzichte van vorig jaar. En net als toen lijkt het publiek ontvankelijk voor verhalen over gewone mensen die worstelen met realistische problemen. Het succes van films als Slumdog Millionaire en Clint Eastwoods nieuwe drama Gran Torino wijst in elk geval in die richting.

Verschillen
Natuurlijk zijn er verschillen. De huidige crisis is vooralsnog vele malen minder verwoestend dan de Grote Depressie, en hopelijk blijft dat zo. Daarnaast is de filmindustrie niet langer een vrijplaats voor getalenteerde schrijvers en regisseurs. Filmstudio’s nemen weinig risico, en trekken liever een vervolgfilm uit de kast dan iets origineels te verzinnen. Vernieuwing komt doorgaans uit de onafhankelijke hoek, maar juist daar deelt de economische crisis klappen uit.

Bovendien is de slagkracht van Hollywood sinds de jaren dertig flink afgenomen. Een lagere productie en langere draaiperiodes maken het voor filmmakers lastig om in te springen op de actualiteit. Tussen de beginfase en de uitbreng van een film ligt ongeveer anderhalf jaar; de reactie van Hollywood op het wereldnieuws kent dus altijd vertraging.

Toch ligt er een kans. Interessant is het voorbeeld van Argentinië, waar de filmcultuur niet leed onder de ernstige economische crisis van 2000 tot 2002. Integendeel: tijdens de crisisjaren groeide de Argentijnse filmproductie en liet een getalenteerde generatie jonge filmmakers van zich horen.

Een nieuwe bloeiperiode van Hollywood laat misschien nog even op zich wachten, maar het kan niet anders of de huidige crisis levert stof op voor scenarioschrijvers. De tijd van shopaholics en achteloos consumerende Sex and the City-vrouwen is nu echt voorbij. Een ander tijdperk heeft zich al voorzichtig aangekondigd met, hoe kan het ook anders, plannen voor een vervolgfilm: het tweede deel van Wall Street(1987), Oliver Stones satire over de uitwassen van het kapitalisme, is in de maak.

Still uit Gone with the wind (AFP) Beeld
Still uit Gone with the wind (AFP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden