Recensie

Veel natuur en een obsessieve liefde, in het romandebuut van een gerespecteerd vertaler.

hans hom


Thomas Mann- en Robert Musil-vertaler Hans Hom (1942) opent op 70-jarige leeftijd zijn eerste roman Het eind van het lied met een grootse natuurscène. Peter, de oudere hij-figuur, heeft zich teruggetrokken in een boshuis, aanvankelijk om er te werken maar uiteindelijk is hij er gaan wonen. Wat voor werk hij doet, blijft uiterst vaag, wellicht is hij vertaler. In elk geval is het een man met één thema: een obsessieve en verwoestende haat-liefdeverhouding.


Hij loopt met de hond van zijn ex-vrouw Asja door het bos en 'houdt zijn gezicht omhoog naar de fel stralende dagster, die onbelemmerd uit een diepblauw stuk hemel schijnt'. Bij het verlaten stationnetje ziet hij een vrouw staan, en vanaf dat moment raakt hij verstrikt in het web van zijn verleden met Asja als een soort zwarte weduwe in het midden.


Een obsessie invoelbaar maken, is bepaald geen sinecure en Hom is er slechts gedeeltelijk in geslaagd. Peters verslag is vooral registrerend en waarom de echtelieden elkaar letterlijk en figuurlijk naar het leven staan, blijft ongrijpbaar. De afstandelijke toon past bij de fraaie natuurbeschrijvingen en kleine levenswijsheden, maar hindert als Hom het hart wil raken.


Pas als hij in een soort, niet makkelijk te duiden hallucinerende toestand de kant van Asja belicht, begint er alsnog iets te bruisen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden