Recensies

Al snel verdwijnt elke verfijning en blijft voor de bezoeker nog maar weinig te raden over Twente Biënnale Hij doet niets nieuws, voegt niets toe. Toch is deze jazzbasist een koning Christian McBride

Beeldende kunst: Twente Biënnale

De voormalige Hazemeyer/Holecfabriek, Hengelo


T/m 22 mei. twentebiennale.nl


Wat in het westen kan, kan in het oosten ook, moeten ze in Twente hebben gedacht. En dan gaat het niet over voetbal, maar over de creatieve herbestemming van industrieel erfgoed. In een indrukwekkend verlaten fabriekscomplex in Hengelo, tussen twee treinsporen, wordt de eerste Twente Biënnale gehouden.


Anders dan de onderzeebootloods in Rotterdam, waar een kunstenaar of kunstenaarsgroep speciaal voor de locatie een tentoonstelling maakt, is in Hengelo vooral bestaand werk bijeengebracht. De combinatie van regionale (Ronald Ophuis, Jan Cremer) en Oost-Europese kunstenaars - het achterland van Twente - met klinkende, (inter)nationale namen, moet het onderscheid maken. Daarbij zoekt deze kunstmanifestatie aansluiting bij de rauwe reputatie van Twente, thuisbasis van de boerenrock.


Niet voor niets is de eerste hal gewijd aan apocalyptische installaties, waarin de dreiging van nu herinnert aan de no future-stemming van de jaren tachtig. De wereldkaart van Damien Hirst (The Last Supper, 1999), met een overzicht van het aantal kernwapens per land, laat nuchter zien dat de anti-kernwapendemonstraties van weleer niets hebben opgeleverd. En de over de zaal verspreide, inktgrijze, kermende volwassenen en kinderen van de Tsjechische kunstenaar David Cerný, met geweren, uitpuilende ingewanden en af en toe een stuiptrekkend been, leiden tot een doemsfeer.


Kwajongensachtig grotesk wordt in deze hal de staat van de wereld ons ingepeperd. Dat kan op zich geen kwaad. Maar in combinatie met de ook al tot op het bot uitgeklede, lijdende figuren van Joep van Lieshout en de geschilderde kindsoldaten van Ronald Ophuis verdwijnt al snel elke verfijning en blijft voor de bezoeker weinig te raden over.


Dat gaat beter in de hal ernaast, de beste, waar street art, comic art, graffitikunst en echte schilderijen gebroederlijk bijeen hangen. Hier vervagen grenzen of worden ze juist zichtbaar. Zoveel fluorescerende verf hanteert de schilder Rapheid Ben Ali in zijn rauwe schilderij, dat het onderscheid tussen schilderkunst en graffiti verdwijnt. En de ene street art is de andere niet, blijkt uit de combinatie van westerse stripteasedanseres als Barney met het Iraanse duo Icy+Sot. De eerste speelt gevaar en protest, voor de laatsten is hun tot schietschijf verworden guerrillastrijder ('I am ready') niet zomaar kunst, maar uit het leven gegrepen.


Er zijn in Hengelo tal van avonturen te beleven. De pop-art sigarettenreclameborden van Rob Scholte roepen vragen op over de op elk pakje voorkomende ridderlijke emblemen, waarmee ook steden zich graag tooien. Het Russische collectief Electroboutique neemt de gadgetmaatschappij op de hak door een supergrote iPod als een schilderij aan de muur te hangen. Experimentele nieuwe media-installaties, video's die verwarring zaaien of Somalische piraten nou helden zijn of misdadigers, kinky foto's, het is er allemaal. Daarmee maakt deze biënnale ook de indruk van een bonte mengelmoes, die gebaat zou zijn bij scherpere keuzes.


Jazz: Christian McBride

Christian McBride & Inside Straight, 15/5.


christianmcbride.com


Je kunt je afvragen wat ze drijft: de jazztraditionalisten. Hun voortbestaan zal eeuwig duren, terwijl ze niets toevoegen aan de jazz. Zij zijn er voor het memoreren van grote helden en hun muziek. Reflectie boven innovatie. Dat kunnen we ook uit de archieven halen. Moet dat nog live?


Het is geen straf om naar een concert van Christian McBride te gaan, voor wie het verleden prikkelender is dan het heden. De jazzbassist, vaak betiteld (voornamelijk door Amerikanen) als de beste, doet niets nieuws. Toch is hij binnen de jazz, soul, pop en r&b een koning. Zijn instrumentcontrole is uitmuntend, de soepele aanpassingen zijn groots en zijn muzikale reikwijdte kent geen grenzen. Juist omdat hij zich houdt aan een ontvankelijke stijl en niet innoveert.


Zijn band Inside Straight bestaat uit muzikanten met ballen. Op de ritmische fundamenten van drummer Ulysses Owens Jr kun je huizen bouwen. Hij is erg vast, kiest nooit voor verontrustende patronen, maar weet te verbazen dankzij een onnavolgbare snelheid. Met zijn retoriek, ook opbouwend in betogen van anderen, kun je discussies platgooien. Saxofonist Jaleel Shaw imponeert met de beheersing en berusting van Lee Konitz, de explosiviteit van Charlie Parker en vette soullicks. En van de vibrafoon van de andere jongeling Warren Wolf blijft niets over, zoals McBride hem aankondigt. Het zijn jazzcats met een uitgekookte timing en bravoure.


De structuur van de stukken ontbeert spanning, maar de focus ligt vooral op de individuele kwaliteiten en de soepele bandspirit. In de talloze solo's reist McBride door de jazzhistorie, door de klassiekers geregeld letterlijk te citeren. Zijn techniek blijkt uit de diepe klankresonanties, lange glijpartijen over de snaren en plooibare bluespatroontjes. Misschien wat saai, te traditioneel, of muf, maar luisteren naar McBride zal nooit vervelen.


Shark, van de Tsjechische kunstenaar David Cerný, toont de Iraakse dictator Saddam Hussein in een tank formaldehyde. Cerný's duistere werk is een verwijzing naar de haai op sterk water van Damien Hirst. Diverse kunstinstellingen weigerden het kunstwerk uit 2005 te tonen, uit angst de islamitische wereld te provoceren.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden