Recensies

Het is lachwekkend en ook aandoenlijk hoe die twee middelbare mannen hier lekker, maar ook bloedserieus, een recital bij elkaar fröbelen Springdance De Russische muziek heeft er weer een raadselachtig, maar fascinerend meesterwerk bij Raskatov Dirigent Jan Willem de Vriend leek te kiezen voor een academische aanpak Johannes-Passion

Dans: Springdance

De voorstellingen van de mannen op Springdance gaan over ritme; de ene in de vorm van het gesproken woord, de andere in de vorm van tapdans. Een fantastische combinatie.


Spelende mannen, zij waren de helden van Springdance dit weekend. Volledig één (Jonathan Burrows en Matteo Fargion), of zich uitlevend in onschuldig haantjesgedrag (Savion Glover en zijn maatjes Marshall Davis Junior en Maurice Chestnut). Hun voorstellingen gaan over ritme; de ene in de vorm van het gesproken woord, de andere in de vorm van tapdans. Een fantastische combinatie.


Jonathan Burrows (een voormalig balletdanser) en Matteo Fargion, componist, werken al jaren samen aan een serie ongebruikelijke duetten. Geen dans, geen muziek, geen lezing, maar eigenlijk gewoon live poëzie. In Cheap Lecture, geïnspireerd op John Cage's Lecture on Nothing, lezen de mannen een tekst over wat ze op dat moment aan het doen zijn en hoe wij als publiek betekenis genereren 'in het gat tussen woorden en gedachten', 'tussen we saying and you hearing'.


De woorden gaan zo snel dat je ze nauwelijks kunt verwerken. Of ze worden vreemd afgebroken en beklemtoond zodat er tegendraadse, haperende ritmes ontstaan. Met elk gelezen blaadje dat op de grond dwarrelt, dwarrelen je eigen gedachten ook een stukje vrijer, meegaand in de speelse flow die Burrows en Fargion creëren.


In hun tweede stuk, The Cow Piece, ook uit 2009, dringt de fantasie zich op en wordt de structuur naar de achtergrond geschoven. Twee schriftjes met aantekeningen zijn nu de partituur. Geleidelijk ontvouwt zich een dadaïstisch spel rond een aantal kleine plastic speelgoedkoeien die op tafel staan. Ze worden gedoopt met mooie Italiaanse namen en toegesproken als in een katholieke eredienst, maar uiteindelijk krijgen ze allemaal de strop.


Geschuif, geknip en getik met vingers, hier en daar wat minimale armbewegingen en volksdeuntjes op ukelele, accordeon of mondharmonika maken de absurditeit compleet. Het is lachwekkend, maar ook aandoenlijk hoe die twee middelbare mannen hier lekker, maar ook bloedserieus, een recital bij elkaar fröbelen.


De Amerikaan Savion Glover, een voormalig kindsterretje van Broadway en Sesamstraat, produceert in Bare Soundz simpelweg geluid, in allerlei volumes en ritmes. Op drie houten platforms met geluidsversterking tappen hij en zijn twee partners zich een slag in de rondte. Niet showy, gelikt of romantisch zoals bij Fred Astaire en Ginger Rogers, maar ambachtelijk en robuust virtuoos. Een zeker machismo is hen niet vreemd.


Het gaat er geregeld snoeihard aan toe, alsof ze door de vlonders heen willen stampen of een leger galloperende paarden proberen te imiteren. Maar de voeten - wat hak, bal, zijkant en teenpunt precies doen, gaat sneller dan het oog kan bevatten - kunnen ook zachter raspen en glijden, schrapen en schuren, tikken en stuiteren, roffelen en ratelen.


De gecompliceerde ritmes en klanken die zo ontstaan, kunnen blindelings genoten worden, hoewel de competitie tussen de drie heren ook leuk om te zien is. Glover, zo woest als zijn bos rastahaar, is onbetwist de meester. Maar hij laat de anderen in solo's ook hun kans.


En terecht.


Klassiek: Raskatov

Rusland heeft een traditie van buitengewoon serieus absurdisme die ver teruggaat in de geschiedenis, minstens tot het werk van Gogol, en die altijd springlevend is gebleven, ondanks of waarschijnlijk zelfs dankzij het repressieve karakter van de diverse regimes.


Het werk van de componist Alexander Raskatov (1953) sluit daar naadloos bij aan. Voor zijn jongste compositie, Alphabet of death, koos hij een zevental teksten van de dichter Velimir Chlebnikov, die een eeuw geleden een van de voormannen van de Russische avant-garde was.


Het stuk, dat Raskatov schreef in opdracht van de NTR, ging vrijdag in première bij de Radio Kamer Filharmonie, met de in alle opzichten imposante bas Nikolaj Didenko in de hoofdrol. In twintig minuten liet het gezelschap horen dat de Russische muziek er weer een raadselachtig, maar fascinerend meesterwerk bij heeft.


Didenko oreerde en fleemde in alle registers, in voortdurende wisselwerking met het orkest, dat door de componist van vrijwel alle hoge instrumenten ontdaan was en vooral lage, grommende mixturen en dissonanten produceerde, waaruit desondanks een groot klankbesef en onverbiddelijke logica sprak. Slagwerk, klavecimbel en een enkele hoge blazer zorgden voor helder, dan wel bitterzoete accenten.


De dood is niet veraf in deze zeven liederen van wisselende lengte, maar de muzikale gedaante die hij aanneemt is uitgesproken levenslustig. Bijvoorbeeld in het vijfde lied, Hondenopstand, waarin elke regel wordt gevolgd door een huilend Wau! Wau! Wau! - wellicht een subtiele referentie aan Raskatovs opera A Dog's Heart, die vorig jaar met groot succes werd opgevoerd in het Holland Festival.


Het sterke stuk was helaas ingebed in een programma dat het gehalte van het melige motto rust z8 niet eens wist te halen. In zijn Nunc dimittis trekt de even religieuze als bombastische componist James MacMillan meer musici en mastodontisch geweld uit de kast dan de lengte van slechts acht minuten rechtvaardigt.


En de Armeen Avet Terterian, wiens langdurige Symfonie nr.6 het concert domineerde, is weer eens zo'n componist van het type dat meent dat lange, statische klanken getuigen van grote diepzinnigheid. Om te zien wat dat in werkelijkheid teweegbrengt, hoefde je alleen maar de vele knikkebollende hoofden bij het aanwezige publiek te tellen.


Muziek: Parne Gadje

De Balkan is een belangrijke inspiratiebron voor de leden van Parne Gadje en ze nemen die ruim, want ook Turkse en zelfs Afghaanse muziek maakt deel uit van hun repertoire. Verder onderscheiden ze zich door hun eigenzinnige opvatting van authenticiteit. In plaats van lokale tradities zo getrouw mogelijk na te spelen, kruipen ze als waren ze 'method actors' in de huid van dorpsmuzikanten uit Macedonië of Servië, teneinde door te dringen tot de ziel van de muziek.


Of er dan op traditionele instrumenten moet worden gespeeld, zal de heren een worst wezen. Dus naast de op de Balkan gangbare klarinet en gaida (Bulgaarse doedelzak) van Gerwil Kusters zien en horen we bij Parne Gadje exoten als de uit de Argentijnse tango bekende bandoneon en de Amerikaanse national steel guitar met zijn verchroomde metalen klankkast. De fietsbandbas van Dan Tuffy en de velofoon van gitarist Michiel Hollanders hebben zelfs helemaal geen aanwijsbare geografische herkomst, al doet de laatstgenoemde qua uiterlijk in de verte denken aan een Afghaanse rhubab (luit).


Wat Parne Gadje wel nastreeft, is de overrompelende intensiteit van de Balkanmuzikanten die zij bewonderen. Zanger en bandoneonspeler Marc Constandse lijkt bij vlagen verzengd te worden door het vuur, afgaande op zijn gelaatsuitdrukking tijdens een opzwepende Bulgaarse hora.


Maar zelfs tijdens de meest uitzinnige instrumentale passages blijft de balans tussen expressie en precisie behouden. Achter de ogenschijnlijke achteloosheid waarmee wordt gemusiceerd, gaan zorgvuldig uitgekiende arrangementen schuil, om maar te zwijgen van intensief en veelvuldig samen repeteren.


De muziek van Parne Gadje is zowel geraffineerd als dansbaar. De enigszins sjofele tuinzaal van sociëteit De Burcht in Leiden, waar De X gehuisvest is, vormde zaterdagavond door zijn ongedwongen sfeer een perfecte omgeving voor de band om zowel luisterend publiek als danslustigen gelijktijdig te kunnen bedienen.


Klassiek: Johannes- Passion

2011 is een uitstekend Johannesjaar. Op cd laten John Eliot Gardiner, Frans Brüggen en Philippe Pierlot horen hoe verschillend het lijden van Jezus met diezelfde noten van Bach kan klinken. En wie deze week naar de theaterversie van de Nationale Reisopera gaat, kan navoelen wat een luisteraar uit Bachs tijd over de Johannes-Passion opmerkte: het is alsof de opera in de kerk is beland.


Bij het Koninklijk Concertgebouworkest begon het iets minder gepassioneerd. Dirigent Jan Willem de Vriend, specialist in het uitvoeren van barokrepertoire op moderne instrumenten, leek te kiezen voor een academische aanpak. Hij legde zoveel nadruk op een heldere articulatie dat er van de draaikolken in de vioolpartijen van het openingskoor weinig overbleef. Maar in de loop van de avond werd hij vrijer. Naast ritmische puntigheid kwam er ruimte voor emotie en ontstond er compassie met het lijden van Jezus.


James Gilchrist (Evangelist) stond voorop om je het verhaal binnen te sleuren. Het Duits van deze Britse tenor was tot de laatste rijen verstaanbaar en toen hij bijna fluisterend inleidde hoe Jezus zou worden verraden, verspreidde die beladen sfeer zich niet alleen over de luisteraars, maar ook over de zangers van het Groot Omroepkoor.


Jan Willem de Vriend bleef al even bewust bezig met de tekst. Geholpen door de gambiste Kaori Uemura en een eminent clubje solisten uit het orkest maakte hij het dreunen van de aarde voelbaar, net als de stilte van Jezus' zwijgen en het branden van de zweepslagen op zijn huid.


In de uitzonderlijk mooie solistencast was sopraan Henriette Bonde-Hansen een buitenbeentje. De stem van de debuterende Deense is minder strak dan die van haar beroemde collega's Bernarda Fink (alt), Thomas Bauer (een zachtmoedige Christus), Werner Güra (tenor) en Florian Boesch (Pilatus en bas). Toch pakte juist die combinatie verrassend goed uit. Met haar kleine, snelle vibrato gaf Bonde-Hansen haar aria's een flonkering die het lijdensverhaal iets minder bitter liet smaken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden