Recensies

Urinoirs en wasbakken op een troosteloze wasplaats met flatgebouwen rondom op het podium van opera platée Een tuba en een strijkkwartet vullen elkaar wonderwel mooi aan in Hybrid 10tet

Opera: Platée

Uit de orkestbak stijgen levendige klanken op van de oude instrumenten van de Akademie für Alte Musik Berlin. De dirigent René Jacobs heeft de frasen die Jean-Philippe Rameau in 1745 schreef nog eens extra onder de loep genomen, de accenten opgepoetst. Op het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg hangen urinoirs en wasbakken op een troosteloze binnenplaats met flatgebouwen rondom. Koorzangers dragen pakken van onbestemde kleur, zangeressen hebben hun schort nog voor. Platée, de opera over de afzichtelijke moerasnimf Plataea en haar hang naar liefde, speelt zich af in het moeras van onze tijd. Platée is toiletjuffrouw en staat zo rechtstreeks in contact met het riool.


De regisseurs Nigel Lowry en Amir Hosseinpour hebben de maatschappijkritische grappen in Rameaus 'ballet bouffon' tot lachwekkende proporties uitvergroot. Begrijpelijk. Anno 2011 is er niemand meer die opzettelijk verkeerd geplaatste accenten in Rameaus muziek zou begrijpen, laat staan het gespot met de etiquette van de barokdans.


Van oppergod Jupiter (Marcus Fink) hebben ze een foute man gemaakt met een groot gouden horloge en een protserig huis. Zijn vrienden zijn snelle vastgoedmannetjes met maatpakken en net iets te lang haar, zijn jaloerse echtgenote Juno (Anna Grevelius) is een tutje in mantelpak.


Als Jupiter haar een lesje wil leren, kiest hij Platée als slachtoffer. Hij doet alsof hij met haar wil trouwen. Platée is verrukt. Ze laat zich van haar beste kant zien en doft zich op als een Hyacinth Bucket uit Keeping up appearances. Op het moment van het huwelijk komt Juno tevoorschijn. Ze rukt de bruid haar sluier van het gezicht en ziet de tronie van de nimf. Juno en het gezelschap van bruidsgasten barsten in lachen uit, de diep gekwetste Platée verdwijnt terug in de goot.


In de vele instrumentale gedeelten is het een komen en gaan van gymnastische parodieën op oude barokdansen. Vanaf een loge laat een slagwerkster met de middelen van Rameaus tijd stormen opsteken en kikkers kwaken.


De dwaasheid van drie gratiën die als nachtclubdanseressen boven het toneel zweven en de papparazzi rond de villa van Jupiter blijft niet een avond lang leuk. Lowry en Hosseinpour krijgen na afloop een mix van bravo's en boe's over zich heen. Gejuich is er voor René Jacobs, de Akademie für Alte Musik Berlin en de zangers, allereerst voor de veeleisende travestierol van Platée, glansrijk gezongen en gespeeld door de Zuid-Afrikaanse tenor Colin Lee. Verder voor de Letse Inga Kalna, die haar virtuoze rol van La Folie net iets te zwaar aanzet, en voor Anders J. Dahlin en Martijn Cornet, onovertroffen als Mercurius en koning Cithéron.


Hybride muziek: hybrid 10tet

Niets is voorspelbaar, alles klinkt oorspronkelijk en origineel in het onbestendige pianospel van Michiel Braam. Ook zijn projectideeën verrassen telkens weer. Zoals het nieuwe project Hybrid 10tet dat bestaat uit vier klassieke strijkers (Matangi Strijkkwartet), drie improviserende koperblazers en een rock-ritmesectie. Braam zit zelf achter de piano en moet het geheel bij elkaar brengen. Dat hij hierin slaagt, ligt vooral aan de idiote composities.


Natuurlijk, met improviserende musici als trombonist Nils Wogram en kornettist Taylor Ho Bynum heb je al snel een avontuurlijke band. Deze klasbakken met de energie van tien paarden injecteren elke formatie met vernuft en gedrevenheid. Braam geeft de blazers geregeld de nodige soloruimte, maar de stukken draaien voornamelijk om de symbiose van verschillende genres, instrumenten en muzikale persoonlijkheden.


En dan blijken de tuba en een strijkkwartet elkaar wonderwel mooi aan te vullen. Of klinken elektrische bas en tuba als een snurkende grizzlybeer. Maar nog interessanter zijn de compositorische kruisbestuivingen. De stukken staan bol van de contrasterende elementen. Ruwe improvisatie tussen bas, drums en tuba krijgt vervolg in licht vioolgetokkel in Rich Rabbit Research. Fraai is ook de wilde kornetsolo tijdens het opzwepende The Indonesian Refuge die de klassieke strijksectie opjut tot een oorverdovend fortissimo.


De stukken zitten fragmentarisch in elkaar. Veel stijlcitaten, van Cubaanse ritmen tot kerkelijk aandoende muziek en onvervalste blues. Genreworstelingen klinken spontaan, zelfs als ze zijn uitgeschreven. Erg knap hoe deze potpourriband al tijdens het eerste concert als een eenheid overkomt. Het klinkt helemaal niet raar als licht klassieke muziek een antwoord krijgt van een rockgroove, terwijl Braam even van tevoren vanuit een fel thema zijn virtuositeit liet horen in een volledig uit de hand lopende improvisatie. Humor vormt veelvuldig een bepalende factor.


Braam schreef elke compositie voor een ander podium dat het tentet zal aandoen in april. Zo eindigt het veel te matig bezochte concert in SJU Jazzpodium met Fat Centered Gravy. En inderdaad, het vuige ritme doet denken aan een tergend langzaam over sappige biefstuk druipende jus.


Dans: Rock Paper Scissors

Rock-paper-scissors is een handspelletje waarbij de uitkomst van toeval en geluk aan elkaar hangt. De hiërarchie van de drie mogelijke posities is als volgt: steen (vuist) plet schaar (twee gespreide vingers), verknipt papier (vlakke hand), bedekt steen (vuist) et cetera.


In het programma Rock Paper Scissors van Noord Nederlandse Dans (NND) gaat het niet om de hiërarchie tussen de drie verschillende choreografieën, maar om het maken van keuzen (de enige zekerheid in het verslavende handspelletje) en de verschillende associaties die steen, papier en schaar oproepen.


Het is zeer publieksvriendelijk om eenheid in een combinatieprogramma te willen brengen. Maar het kan ook geforceerd worden, zeker als je er uitleg bij geeft zoals in Rock Paper Scissors. Een vrouw op een televisiescherm (dichter Anneke Claus) spreekt voor elk stuk een soort poëtische tekst uit over het object van dat deel. Het is niet alleen tenenkrommend slecht geacteerd, maar perkt het kijk- en interpretatievermogen van de kijker ook in. In de bewegingen die volgen, ga je ongewild zoeken naar bevestiging van het gesprokene. Uiterst irritant.


Waarom niet gewoon de gehele tekst in een keer tot slot, zodat je idee over het gebodene alsnog wordt gekaderd of juist door elkaar geschud? De eigenlijke dans is er krachtig genoeg voor.


Rock van de jonge choreograaf Roy Assaf (voor een paar jaar verbonden aan NND) is in zijn ogenschijnlijke eenvoud het meest verrassend. Op een eclectische combinatie van folk, jazz en klassieke muziek bewegen zijn dansers in basic donkerblauw en zandkleur veelal in een cirkel die kan uitdijen en waaruit kleinere variaties zich kunnen loszingen. Het speelse bewegingsidioom heeft een alledaagse, niet virtuoze flair met markante posen voor de onderarmen, die doen denken aan sierlijke flamencodans of vleugels.


Het compacte karakter van dit stuk maakt in Paper van gastchoreograaf Andrea Miller, die eerder opviel in Mouth Music, plaats voor luchtig gedwarrel. Haar dansers worden in hun vallen, springen en zwieren voortgeblazen als blaadjes in de wind. Maar ook de meer materiële kwaliteiten van papier hebben kennelijk geïnspireerd. Elke knisper voor de microfoon is goed voor een nog acrobatischer pose. Vellen kunnen een jurk vormen en zelfs een heel theater omvatten door er bepaalde woorden op te schrijven.


Het strakst in vorm (typerend voor wat een schaar vermag) is Scissors van de artistiek leider van NND, Stephen Shropshire. Verrijdbare lampen 'vangen' dansers in hun schijnsel. Het is een slim spel van licht en donker, lijn en vorm, uitgevoerd in een behoorlijk klassiek idioom. Mooi, maar ook vrijblijvend.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.