Recensies

OPERA / Une flûte enchantée * *

Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam. Une flûte enchantée van Wolfgang Amadeus Mozart in een arrangement van Peter Brook. Frank Krawczyk (piano). 9/6. Herh. 11/6. hollandfestival.nl


Hij kuierde zomaar rond in het Muziekgebouw aan 't IJ, Peter Brook, de 86-jarige regisseur die in theater- en filmkringen geldt als inspirator, goeroe en god.


In zijn kielzog volgden zeven zangers, twee acteurs en een pianist. Ze bezochten het Holland Festival met Une flûte enchantée, Brooks eigenzinnige arrangement van Mozarts vrijmetselaarsopera Die Zauberflöte.


Met deze voorstelling nam hij vorig jaar afscheid van het Parijse Théâtre des Bouffes du Nord. In de jaren zeventig stampte Brook dat uit de grond om er te schaven aan zijn concept van 'de lege ruimte'. Dat betekende: elementair decor, geen poes pas, ruim baan voor de verbeelding.


Ooit regisseerde de Brit in de operahuizen van Londen en New York. Maar Brook haakte af: aan de stugge kunstvorm opera wenste hij geen energie meer te verspillen. Zijn latere, rigoureuze bewerkingen van Bizets Carmen en Debussy's Pelléas kregen vooral bij theatergangers de handen op elkaar. Uit muziekhoek klonk soms protest vanwege ondermaatse vocale prestaties. 'Aaaallls fffueldr liebsfchroit!' Zo begint, bij benadering, in Amsterdam een van de aria's uit Une flûte enchantée. Het moet Duits zijn, want Frans gebruikt Brook in zijn tweetalige bewerking alleen voor de gesproken tekst. De boventiteling verheldert: 'Iedereen voelt de liefdesvreugd.'


Zo'n uitgespuwde frase verraadt dat de zanger in kwestie nog enkele jaren stemvorming kan gebruiken. Maar belangrijker: dat Peter Brook de onzichtbare radertjes van het medium muziek schromelijk onderschat.


Akkoord, de wijze waarop pianist Frank Krawczyk de orkestpartituur heeft teruggebracht tot één klavier, getuigt van liefde en respect (al roeren zich in zijn spel ook bozige Rachmaninov en weke Debussy). Het voelt ook amper als een gemis dat de symbolische rimram van de vrijmetselarij overboord is gegaan. En het oogt allemaal fraai. Struik, kooi, tempelzuil of galg: twee donkere acteurs gaan met ranke bamboestokken inventief te werk.


Het misverstand ontstaat waar Brook terug wil grijpen op 'de taal van Mozart', de componist van de eeuwige jeugd die hield van 'improviseren en herschikken'.


Helemaal waar. Maar hoe je in Mozarts taal vruchtbaar improviseert en herschikt, hadden Brook en Krawczyk ook kunnen navragen bij een gespecialiseerde dirigent als René Jacobs. En trouwens: jeugdig zingen vereist een verre van jeugdige techniek.


Welke oren hebben in godsnaam de casting gedaan? Toen Brook in 1998 Mozarts Don Giovanni onder handen nam, had hij tenminste nog dirigent Daniel Harding in de buurt. Nu heeft niemand hem behoed voor zangers die het vak nog niet verstaan. De enige paradijsvogel is Thomas Dolié, een Franse bariton die een puike Papageno in huis heeft.


Guido van Oorschot


---------------------------------


POP / Neil Diamond * * * *

Ahoy, Rotterdam. Neil Diamond. 9/6. Herh. 11/6.


Hij is inmiddels 70 jaar, maar Neil Diamond lijkt in de kracht van zijn leven. Dezer dagen staat de zanger twee dagen in een vol Ahoy en zijn stem klinkt nog net zo vol als op de live-platen Hot August Night (1972) en Live At The Greek (1976) waarmee hij wereldberoemd werd. Het merkwaardige aan de loopbaan van Neil Diamond is dat hij in de jaren 1966-1975 ontelbare liedjes schreef die nog altijd gelden als popklassiekers, maar dat zijn werk in de jaren tachtig en negentig het niveau van een I Am A Believer of Solitary Man bij lange na niet haalde.


Hij had moeite met het vinden van de juiste toon en leek steeds meer af te glijden naar het lucratieve, maar ook geestdodende Las Vegas-amusement. Maar sinds Rick Rubin met hem de studio in ging voor het mooie bespiegelende 12 Songs (2005) is Diamond artistiek weer opgeleefd. Het mooiste aan zijn concert afgelopen donderdag was misschien wel dat hier geen zanger krampachtig jong stond te zijn. Ook kreeg Ahoy geen gelikte medley met hits ('en nu allemaal') waar zijn catalogus immers alle aanleiding toe geeft.


Nee, naarmate de avond vorderde, leek de zanger steeds meer ruimte in te bouwen voor bespiegelingen over ouder worden en vergankelijkheid.


Niet dat er geen gelegenheid was voor lekker met z'n allen meezingen en inhaken, de wat anonieme showband bood daartoe alle gelegenheid met hits als Beautiful Noise en Red Red Wine.


Een zangeres uit zijn koortje moest vergeefs Barbra Streisand doen vergeten in het wat kwijlerige You Don't Bring Me Flowers en de balladversie van zijn eigen I Am A Believer, kapte de zanger halverwege tot opluchting van het publiek af om te vervangen door de vrolijke meezinger zoals we die kennen van de Monkees.


Maar de overgang van het euforische Sweet Caroline, toen Ahoy zich even in Topperssferen waande, naar het gedragen Morningside, dat door Diamond ingeleid werd als het verhaal over een oude man die alleen sterft, was prachtig.


Het bleek het begin van een finale waarin de existentialistische kant van zijn songschrijversschap alle ruimte kreeg. Het recente Hell Yeah kreeg de juiste donkere toon. En hoe vaak hij zijn I Am...I Said (1971) ook gezongen zal hebben, er klonk nu echt iets van vertwijfeling door in de slotregels: I never cared for the sound of being alone.


Het slot van zijn set, die een toegift eigenlijk overbodig maakte. Alles was gezegd.


Gijsbert Kamer


---------------------------------


MUSICAL / Fela! * * * *

Carré, Amsterdam. Fela!, Script: Jim Lewis & Bill T. Jones, muziek en liedteksten: Fela Kuti, choreografie en regie: Bill T. Jones. 9 juni t/m 24 juni. hollandfestival.nl


Paul McCartney, die in 1973 in Nigeria was voor de opname van het album Band on the run, stond te janken van ontroering en genot toen hij de band van Fela Kuti hoorde, en de bandleden van James Brown voelden zich maar hele kleine funkjongens toen ze werden ondergedompeld in de beat van een van de rauwste en meest explosieve muzikanten die Afrika heeft voortgebracht.


Fela Kuti (1938-1997) was de uitvinder van de Afro-beat, een wereldmix van opzwepende, agressieve jazz- en funkritmes, gekoppeld aan teksten met een vlammende boodschap. Met zijn compromisloze pamfletteksten was Fela een luis in de pels van de Nigeriaanse machthebbers, die met grote regelmaat (letterlijk) op hem lieten inhakken. Daarnaast was hij ook nog eens een macho-seksist tot op het bot, die aan aids is overleden.


Dat laatste weten we niet uit de musical die in 2008 voorzichtig off-Broadway begon, om daarna op Broadway te worden beloond met drie Tony Awards, onder meer voor de choreografie van Bill T. Jones.


De musical is ondanks de heftige scènes toch vooral een zang en dans en feelgoodproductie, waarin het heldendom van Fela Kuti niet ontsierd mag worden door de gevolgen van zijn uitbundige levenswandel.


Dat is misschien het enige smetje op een geweldige musical, die zich afspeelt in de nachtclub The Shrine, het epicentrum van de aardbeving die Fela Kuti met zijn muziek en politieke activiteiten in de jaren zeventig veroorzaakte. Nadat hij door een aantal van zijn dansers eerbiedig en onderdanig begeleid wordt naar het podium, steekt Fela Kuti meteen van wal met een pittige tekst in pidgin-Engels over zijn corrupte land (This country no work, justice no work) en Afrika dat (gedeeltelijk door de blanken) is verpest.


In Hotel Africa waren de gasten aanvankelijk welkom, totdat ze de asbakken, handdoeken, olie en diamanten meenamen en geslachtsziektes en Jezus achterlieten.


Vervolgens barsten de band, zangers en dansers uit in een knallend, erotisch concertspektakel, met de onvermoeibare Sahr Ngaujah als middelpunt. Tweeënhalf uur staat hij in de rol van Fela Kuti als een vulkaan op het podium zonder een enkele dip. De extase-danseressen lijken allemaal hun eigen weg te volgen, maar daaronder zitten prachtige patronen en groepsharmonieën.


Het verhaal wordt keurig chronologisch verteld, van studie in Engeland, optredens in de VS en de contacten met zwarte militanten, tot zijn botsingen met de Nigeriaanse overheid, die zijn commune in Lagos vermorzelt.


Bij die actie wordt de moeder van Fela Kuti (in New York stond Patti LaBelle op het affiche, maar Melanie Marshall is in Amsterdam met haar Afro-gospel minstens zo indrukwekkend) van twee hoog uit het raam gegooid. De Queens, de zangeressen/danseressen van de band worden op allerlei mogelijke manieren gemarteld.


De musical dreigt aan het slot een beetje vormingstheater te worden met een mondiale protestoproep tegen machtsmisbruik, waarbij ook nog symbolisch een plekje voor Theo van Gogh wordt ingeruimd, maar dat doet niets af aan de waarde van de inhoud.


Het musicalpubliek wordt doorgaans door het Holland Festival als een ongewenste bedelaar behandeld. Dat heeft meer met arrogantie en luiheid te maken dan met een gebrek aan interessant aanbod.


Dit jaar wordt de bedelaar echter, als ware het een onderdeel van de Wiedergutmachungspolitik, een glimmend goudstuk toegeworpen.


Patrick van den Hanenberg


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden