Recensies

Walls tentoonstelling is een open hand, die de bezoeker zijn wereld in trekt.

Fotografie


Jeff Wall: The Crooked Path: ****


T/m 11 september in Bozar, Brussel. Catalogus € 34,90.


Je zou het niet zeggen maar zelfs Jeff Wall weet niet alles. Lopend door de statige zalen van het Bozar, het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, waar een groot overzicht van het werk van de Canadese kunstenaar te zien is, plus werk van zijn inspiratiebronnen, denk je regelmatig: Deze man moet een wandelende kunstgeschiedenisencyclopedie zijn.


Tot op zekere hoogte is dat zo. Jeff Wall (1946), bekend van zijn immense, geënsceneerde foto's op lichtbakken, is een theoreticus. In de bij zijn tentoonstelling behorende catalogus schakelt hij moeiteloos tussen het surrealisme en het minimalisme, voor gewone stervelingen toch vrij tegengestelde kunststromingen.


Zoiets kan irritant zijn: een kunstenaar die steeds met ingewikkelde theorieën en verwijzingen komt aanzetten wanneer hij zijn eigen werk wil verklaren.


Toch krijgt Wall het voor elkaar om maar een beetje irritant te zijn. Dat komt doordat hij soms toegeeft echt niet alles te weten. En doordat zijn tentoonstelling, The Crooked Path (samengesteld door twee conservatoren en niet alleen door hemzelf) geen vuist op tafel is, maar een open hand. Een hand die de bezoeker Walls wereld in trekt en tegelijkertijd lijkt aan te geven: Het is ook aan u, kijker.


The Crooked Path - dat kan hier het beste worden vertaald met 'olifantenpaadje'. Dat is een officieus paadje dat door veelvuldig gebruik, vaak omdat het korter is dan de officiële weg, langzaam is uitgesleten. Maar behalve een afsnijdroute kan een olifantenpaadje ook een meanderend weggetje zijn dat mensen langs de mooiste plekken voert, daar waar de wettige weg niet komt. Zo'n paadje staat garant voor verrassingen.


En dat is precies wat de samenstellers van de tentoonstelling in Bozar voor ogen hadden. Ze helpen het bezoek wel enigszins op weg door het veertigjarige oeuvre van Wall in te delen in tien verschillende hoofdstukken, zoals 'Schaal en minimalisme', 'Cinematografie' en 'Fotografie, conceptualisme en post-conceptualisme'. Maar echt leidend zijn die hoofdstukken niet. Want als je goed kijkt naar het werk van de kunstenaars die hem door de jaren heen hebben geïnspireerd en dat nog steeds doen - van de impressionistische schilder Eduard Manet tot de hedendaagse fotograaf Christopher Williams - zie je door de hele expositie heen de overeenkomsten.


Walls liefde voor ingewikkelde beelden die hun constructie niet onmiddellijk prijsgeven, komt bijvoorbeeld terug in de foto's van Stephen Waddell en Stephen Shore. In de uiterst vreemde zwart-witfotootjes van Wols, uit de eerste helft van de twintigste eeuw, zie je hetzelfde soort statische en emotieloze surrealisme waar Wall ook gebruik van maakt.


En als het gaat om beelden waarin duidelijk een scheiding lijkt te zitten, bij Wall letterlijk in de vorm van een streep of een elektriciteitsdraad dwars door het beeld, dan begrijp je zijn liefde voor de video's van Mark Lewis en de film van David Claerbout. Beiden bekijken de zaken van verschillende kanten en presenteren die als één geheel.


Soms is het wat veel. Dan lijkt het alsof Wall en de tentoonstellingsmakers de complete fotografie- en filmgeschiedenis erbij hebben willen halen. Of dat tenminste een van hen lijdt aan horror vacui, want in sommige zalen is nauwelijks nog muur zichtbaar. Je vergeeft het hun. Hoe zelden sta je immers plotseling oog in oog met klein formaat (!) foto's van een jonge Andreas Gursky, met pareltjes van Eugène Atget en Bill Brandt?


Dat is zelfs genoeg om oogluikend toe te staan dat de foto's van Jeff Wall nogal eens wisselen van kwaliteit. Waar hij meestal met schaal, compositie en enigszins mystieke situaties weet te intrigeren, kom je ook beelden tegen waarvan je denkt: Was hij de weg even kwijt? Insomnia uit 1994 is zo'n foto, een overgeënsceneerd beeld dat niet de spanning in zich draagt van zijn beste werk, dat juist tussen documentair en gemonteerd in zit.


Het geeft niet. Sterker nog: het maakt zijn overzicht alleen maar sterker, omdat het bewijst dat hij in veertig jaar allerlei paadjes heeft bewandeld. Sommige leidden hem verder, andere liepen dood. Maar uiteindelijk kwam hij hier uit.


Pop

The National: The Long Count: **

2 juni, Muziekgebouw Aan 't IJ, Amsterdam.


De Amerikaanse band The National is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot lieveling van het club- en festival circuit. Drie van de vijf bandleden hebben in het verleden een multimediale muziekvoorstelling gemaakt, The Long Count. Aardig idee van het Holland Festival om dit stuk van iets meer dan een uur naar Nederland te halen. Zo betrek je immers het wat jongere poppubliek ook bij het festival dat vanavond zijn officiële opening beleeft.


Jammer alleen dat het The Long Count nogal weinig voorstelt. Het stuk 'ontleent zijn naam aan de bekende kalender uit de Maya scheppingsmythe Popol Vuh', meldt het programma, en het betreft 'een doorgecomponeerde liederencyclus over het begin van de tijd.' Tweelingen spelen een belangrijke rol, en kijk, de broers Dessner op gitaar zijn een tweeling. Jammer dat een van de twee zangeressen, Kelley Deal, haar tweelingzus Kim (uit The Breeders) niet heeft meegenomen - zij had de boel wellicht wat meer pit gegeven.


De dertien aaneengeregen muziekstukken die in het Amsterdamse Muziekgebouw werden vertolkt door de broers Dessner, The National-zanger Matt Bernigner, Shara Worden, Kelley Deal en een twaalfkoppig ensemble, klonken vooral vlak.


Tegen een weelderige achtergrond van veelkleurige videoprojecties oogde het ook al niet erg opwindend. Los van een partijtje honkballen tussen de broers met een aan touw slingerende gitaar als speelbal (balspel is ook belangrijk in de grondtekst) was er weinig te zien. Voor een toch zo behoorlijk ensemble klonk het allemaal ook nogal monotoon. De muzikale verwijzingen naar het werk van Steve Reich waren niet erg spannend, en de crescendo's die bij tijd en wijlen opklonken neigden naar kitsch.


Fans van The National kwamen maar een minuut of vijf aan hun trekken toen zanger Berninger met zijn kenmerkend sonore bariton een ballad zong. Zou een plaat van The National niet gehaald hebben, maar het was niet onaardig. De twee bijdragen van Shara Woden (uit My Brightest Diamond) beklijfden nauwelijks. Het aardigst was nog de schorre stem van Kelley Deal, die twee liedjes zong en tot slot uit het wat truttige keurslijf stapte met krakende gitaarnoten. Muzikaal stelde het allemaal veel te weinig voor om liefhebbers van rock en van modern klassiek tot elkaar te brengen. Slecht gespeeld werd er niet, maar de muzikale mogelijkheden die dit gezelschap in zich heeft, werden geen moment benut. Die jongens uit The National moeten normaliter harder aan de slag om de handen op elkaar te krijgen.


Dans

Twools 13, Scapino Ballet Rotterdam en Ellen ten Damme: ****

Rotterdamse Schouwburg. 1 juni. Ook nog 3 en 4 juni.


Het is geen ongeluksgetal gebleken: de dertiende aflevering van Twools, de jaarlijkse avond van Scapino Ballet Rotterdam met allemaal korte choreografieën, is een hecht, meeslepend geheel geworden, met zangeres, performer en halve circusartiest Ellen ten Damme als gast en schakel.


Hoog boven het toneel, als een soort master of the universe, hangt haar electrische gitaar te glimmen in een spot. Als ze aan de vleugel zit, zien we haar ook via een immense schuinhangende spiegel, als in een topshot. En ze eindigt als idool op een rond podium, zwarte verentooi op het hoofd, voortgeduwd door dansers, fans, met allemaal dezelfde pruiken en kleren. Ten Damme: het is show, maar met een knipoog, en dat geeft deze samenwerking met Scapino Ballet Rotterdam precies de juiste tone of voice.


Regisseur van de stoet aan korte scènes, choreograaf en artistiek leider Ed Wubbe, heeft gekozen voor een sobere aankleding in gedempte kleuren met veel duister licht, en de poëzie als leidraad. Ten Damme, 'stoer en schattig' zoals ze zelf zingt, heeft pit in haar stem en lijf, maar kan ook ingetogen en gevoelig zijn.


Dat laatste voert hier de boventoon, met in het middelpunt Nederlandstalige nummers over de liefde als de hit Durf jij?, maar ook een nieuw lied als Ik lach, maar jij bent er niet. Gechoreografeerd door Wubbe zelf wordt de zangeres uiterst organisch onderdeel van de dans, omgeven door het ensemble of, intiemer, samen met een enkele danser die haar meeneemt en omsluit in zijn bewegingen als een goedvallende mantel.


De choreografieën zonder Ten Damme zijn gemaakt door Scapino's huischoreograaf Marco Goecke en jonge gastchoreografen. In zo'n uitstalkast is het bijna wet (en ook geen ramp) dat niet alles even boeiend is, hoe goed de Scapino-dansers ook dansen. In het stuk van Forsythe-adept Heidi Vierthaler is het videobeeld dat langzaam transformeert van huidlijnen naar waterrimpels met in de verte een primitieve boot eigenlijk nog het meest interessant. En het danstheater van Min Li is in zijn tekst - over droom, werkelijkheid en wat gaandeweg een verkrachting blijkt - nog te veel 'van dik hout zaagt men planken'.


Beter zijn de bijdragen van twee winnaars van het Internationale Choreografenconcours van Hannover. Alessandro Pereira laat vier mannen met vliedende energie en klapwiekende armen rennen en glijden in een spel dat steeds weer draait om samenkomen en uiteenvallen, om vriendschap en eenzaamheid, maar ook om het loslaten van de eigen hersenspinsels (die anderen). Felix Landerer maakt een prachtige sculptuur in beweging van één vrouw en drie mannen. Er is een gemeenschappelijke energie, en toch blijft er iets haperen in hun relatie.


Een klein juweel is Vuurvogel Pas de Deux van Goecke, naar het beroemde sprookjesballet op muziek van Stravinsky. Chiara Mezzadari en Mitchell-lee van Rooij weten de combinatie van typisch dierlijk gefladder van de handen, die als gekruiste vleugeltjes over elkaar liggen, en de juist mechanische hoekigheid van andere bewegingen te transformeren naar een aandoenlijk duet over de kwetsbaarheid en de onmacht van de liefde.


Precies waarover Ten Damme ook zingt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden