Recensies

De ritmische muziek op xylofoon en piano stuwt de voorstelling van scène naar scène en gaat naadloos over in beroemde balletcomposities.

DANS / De Kleine grote kist * * *

De Kleine Grote Kist door het Nationale Ballet. Voor kleuters van 3 tot 6 jaar, 10/5, Het Muziektheater, Amsterdam. 14/5 en 15/5, 13.00 u en 15.00 u. hetnationaleballet.nl

Het is een eenvoudig en bekend concept voor een kindervoorstelling: meisje of jongen stuit tijdens het scharrelen op zolder op een dekenkist met verkleedkleren/poppen/foto's/relikwieën en blaast daarmee een oude wereld nieuw leven in. Het Nationale Ballet valt voor zijn allereerste kleutervoorstelling (voor publiek tussen de 3 en 6 jaar) terug op dit raamwerk. Niet origineel, wel pragmatisch. Danseres Angela Agresti bladert in De Kleine Grote Kist eerst door een paar antieke boeken, waaruit onder meer een 3D-theatertje oprijst. Ze oefent wat beschreven dansfragmenten maar alles komt pas echt tot leven als onder een regen van gekleurde ballen uit een grote kist twee vrolijke dansclowns te voorschijn springen (Emily Ellis in bollenpak en Chao Shi in pipobroek). Zij verleiden haar mee te doen in trio's en duetten, door de jonge choreograaf Ernst Meisner samengesteld uit het beroemde repertoire van Het Nationale Ballet. Zo vinden ze pluizige kattenmaskers in een kleine kist, waarmee ze een speels duet uit The Sleeping Beauty tot leven brengen. Agresti ontdekt natuurlijk ook spitzen en een tutu. Gevolg: een lieflijke solo uit Het Zwanenmeer.

De ritmische muziek op xylofoon en piano (compositie: Alastair Broadley) stuwt de voorstelling van scène naar scène en gaat naadloos over in beroemde balletcomposities. Af en toe overbruggen de drie dansers changementen door met hoedjes en ballen te dollen. Soms moeten ze hun grote-zaal-blik in de kleine studio nog laten varen, zodat hun interactie met het jeugdige publiek echt inhoud krijgt. Maar deze leden van het corps de ballet hebben er wel duidelijk plezier in om met een vleugje slapstick de kinderen kennis te laten maken met ballet (en de mimische kant ervan). De kleuters gieren het op hun beurt uit als rekwisieten door de lucht vliegen. En wanneer de dansers, liggend op hun rug, hun billen heffen, roepen ze vol afgrijzen: 'Ieieieiek!'. Het 'naakte dikmaakpak' in een kort fragment uit Groosland, het beroemde 'dikkertjesballet' van Maguy Marin dat in 1989 in première ging bij Het Nationale Ballet, geeft dan ook aanleiding tot veel hilariteit. Al zal de oorspronkelijke boodschap - kritiek op het slanke, langbenige lichaamsideaal in het klassieke ballet - volstrekt aan deze doelgroep voorbijgaan. Lezen kunnen deze kinderen nog nauwelijks, maar ze zijn wel (waarschijnlijk voor het eerst van hun leven) in de Stopera geweest. En dan volgende keer graag een verrassender concept.

Annette Embrechts

------------------

KLASSIEKE MUZIEK / Aldo Ciccolini * * * *

Aldo Ciccolini, Mozart, Verdi/Liszt, Wagner/Liszt, Liszt. Rotterdam, de Doelen, 10/5. 16/6 te gast in het Amsterdamse Concertgebouw in de serie 'Meesterpianisten', gewijd aan de Harmonies poétiques et religieuses van Liszt.

Vorig jaar oktober moest Aldo Ciccolini het concert ter ere van zijn 85ste verjaardag nog afzeggen. Zijn broze gestel liet het afweten. Inmiddels is hij weer helemaal hersteld. Tijdens zijn rentree in De Doelen in Rotterdam klonk in nauwkeurig gekozen tempi en donderend octaafwerk de triomf door van een man die zich zelfs door de onverbiddelijk voortschrijdende tijd niet laat kleinkrijgen.

De Napolitaans-Parijse meesterpianist is nog altijd iemand om serieus rekening mee te houden. Sterker nog, hij is druk bezig een nieuwe cd op te nemen en kon nauwelijks tijd vrijmaken voor het concert.

Aan de behoedzame pasjes waarmee hij het podium op schuifelde was zijn topvorm niet af te lezen, maar zijn blik verraadde de strijdlust van een vechtjas die een arena betreedt. En al bij de eerste noot, gekleurd in de teerst denkbare pasteltinten, werd duidelijk dat zijn handen de kunst van het magische toonkneden nog altijd beheersen.

De werken voor de pauze waren wellicht berekend op een slechtere dag. De twee niet bijster veeleisende sonates van Mozart, KV 331 (met aan het slot het Alla Turca) en KV 333, heeft iedere beginnende pianist op zijn repertoire. Maar hoe Ciccolini de klank laag voor laag opbouwde en ieder deel een eigen adem gaf, is alleen aan de grootsten voorbehouden.

Een eerste hoogtepunt: Mozarts geniale dissonant in het langzame deel van KV 333 verzachtte hij met een ragfijn pianissimo.

Na de pauze stroopte hij zijn mouwen op voor de grote virtuozenkunst van Liszt. Diens bewerkingen van Verdi's opera Aida en de Liebestod uit Wagners Tristan und Isolde brachten het vuur van de jonge Ciccolini boven. Je hoorde Verdi's priesteressenkoor zoemen, je zag hoe Wagners protagonisten leden onder de onmogelijkheid van hun liefde. Door razendsnelle tremolo's heen hoorde je violen, cello's, harpen.

In drie delen uit Liszts Harmonies poétiques et religieuses liet hij de klank van vleugel groots en soeverein daveren. Tegen het einde van de avond leek zijn energie alleen maar toe te nemen. Pas na de tweede toegiften stak hij zijn vinger op. Vooruit, eentje dan nog. Ook op zijn oude dag blijft hij trouw aan zijn motto 'wie moe wordt van pianospelen, moet naar de dokter'.

Bela Luttmer

------------------

BEELDENDE KUNST / Van Valen Collectie

Schenking Maurice van Valen. Stedelijk Museum, Amsterdam. stedelijk.nl

Het 'Nieuwe Geven' zou je het kunnen noemen. De ontwikkeling dat steeds meer particulieren en bedrijven geld en (delen van) hun collectie doneren aan een museum. Het Nieuwe Geven past in de traditie van het Oude Geven, uit de beginperiode van de Nederlandse musea, zo'n kleine eeuw geleden. Toen die musea werden opgebouwd uit schenkingen van rijke oliebaronnen, handelaren en collectioneurs, zoals het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Eindhovense Van Abbemuseum of het Stedelijk Museum in Amsterdam. Musea die zonder die ruimhartige steun überhaupt niet waren ontstaan.

De afgelopen vijftig jaar was die gulheid een beetje in de versukkeling geraakt. In plaats van de particulier te omhelzen, wendden de meeste musea zich tot het protectoraat en het subsidiegeld van de overheid.

Maar de laatste tijd is de private betrokkenheid weer terug, uitgedrukt in harde valuta en 'zachtere' kunst. Zoals nu in het Stedelijk is te zien met de schenking van maar liefst 63 werken die advocaat, oud-galeriehouder en verzamelaar Maurice van Valen (1971) onlangs aan het museum heeft gedaan.

Hoe blij het Stedelijk met deze schenking moet zijn? Je moet zeggen: héél blij. Hoewel misschien niet zozeer om de werken zelf. Die zijn wisselend van kwaliteit. Sommige passen prima in de collectie die het Stedelijk al bezit, zoals de tekstwerken van JCJ Vanderheyden en Joseph Grigely, de portretfoto's van Dana Lixenberg. Andere weer niet, zoals de serie humoristische aquarellen van Eric Wesley, die desondanks een verrassende aanvulling zijn. Wat je niet kan zeggen van Wesley's abstracte schildering met gat, waar elke dag een verse banaan doorheen gegooid moet worden. Grappig idee, maar beroerd uitgevoerd.

Blikvanger van de schenking is overigens de tafel met stoelen en bank van Atelier Van Lieshout. Het 'picknickmeubilair' is een hufterproof-fabricage van dikke houten planken, aan elkaar geschroefd met fikse bouten. Bijbehorend zijn een serie ingekleurde fotokopieën, waarop duidelijk wordt hoe Van Lieshout zijn Eetkamerset, zoals het werk heet, heeft ontworpen.

Maar het beste is de tekening met het ontwerp van de zogeheten AVL Man, het centrale personage van het Atelier Van Lieshout universum. De nieuwe mens, gevormd naar de gemiddelde afmetingen van alle mannen uit de hele wereld. Met een hoogte van 169 en een breedte van 55 centimeter, en een roede van 4 centimeter doorsnee die onder een hoek van 15 graden een erectie heeft. (Twee van zulke Mannen staan en zitten nu bij de tafel, zonder roede overigens, wel afgegoten in zwart polyester.) Alleen al door die tekening is de donatie van Van Valen de moeite waard.

Maar het is vooral de schenking zelf die van het grootste belang is. Het feit dat Van Valen zich aan het Stedelijk heeft gelieerd. Als vertegenwoordiger van het Nieuwe Geven, dat van steeds meer belang geworden is voor het voortbestaan van museaal Nederland. Zeker nu de overheid - toch lange tijd onze culturele hoeder - zichzelf heeft verloochend tot kille saneerder. Nieuwe Gevers dus, van wie je hoopt dat ze zich meer zullen melden, ook bij andere musea.

Rutger Pontzen

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden