Recensies

Fort Rijnauwen, Bunnik


The Tempest door Holland Opera, 24/6. T/m 9/7. operaoplocatie.nl


Niemand had het na afloop over de muziek, maar over de gitzwarte paarden. Uit een stalhouderij in Breukelen kwamen ze in galop aangedraafd, stuivend over het pad door het glooiend groene landschap van Fort Rijnauwen. Vier majestueuze Friese paarden met achter hen een even gitzwarte koets. Die spuugde de bijna verdronken schipbreukeling Antonio uit, nadat zijn verbannen broer Prospero met hulp van luchtgeesten een woeste storm had opgewekt. Eenmaal weer bij kennis beweent de machtswellustige Antonio (Wiebe Pier Cnossen) de (vermeende) verdrinkingsdood van zijn zoon Ferdinand, op Purcells beroemde rouwaria Let me weep. Het publiek, met dekentjes op een tribune in de open lucht, raakt in extase. Regisseur Joke Hoolboom van Holland Opera (voorheen Xynix) weet hoe ze dit landschappelijk erfgoed én de toeschouwers moet bespelen. Beeldend ziet The Tempest- een muzikale inkorting van De Storm van William Shakespeare - er prachtig uit. De luchtgeesten onder aanvoering van Ariel (Iris de Koomen) vormen een koor van zilverblauwe nimfen, dat door Prospero gevangen wordt gehouden in zijn half vergane schip. Letterlijk zitten ze soms vast in ijzeren ribben van het houten scheepsgeraamte - bijna zo groot als het speelveld. Het kraaiennest, een metalen uitkijktoren, staat nog fier overeind maar de wenteltrap vat vlam als Prospero (Sinan Vural) zijn magische kunsten beoefent.


Te midden van dit imponerend plaatje zit het orkest onder leiding van Niek Idelenburg onder een afdak te spelen. De musici dragen eveneens lange mantels en feeërieke hoofdtooien. Zij spelen de kordate bewerking die componist Chiel Meijering maakte van Purcells semi-opera The Tempest. Wanneer storm, onbehagen of fysieke belaging in het verhaal voor siddering zorgen, zet Meijering zwaarder geschut in dan Pucells lieflijke klavecimbel: de contrabas soleert stoer en op band echoot elektronisch onweer. Toch zijn de solisten tot in uithoeken van het fortdecor te horen, dankzij zendertjes en hun geschoolde stemmen.


Leonie van Veen als Prospero's dochter Miranda en Mark Omvlee als Antonio's zoon Ferdinand vormen met jeugdige kracht het centrale liefdeskoppel. Aan hen ligt het niet dat het sterk ingedikte verhaal van deze semi-opera afstandelijk en statisch blijft.


Shakespeares De Storm is teruggebracht tot een liefdesverhaal op een eiland (Miranda ontmoet Ferdinand) tegen de achtergrond van rivaliserende vaders. Natuurlijk is het begrijpelijk dat allerlei intriges en personages zijn geschrapt; voor een zee van dronken drenkelingen is in zo'n opera op locatie weinig ruimte. Maar om het kwaadaardig heksenjong Calibaan nu door drie kruipende dansers te laten vertolken, maakt hem tamelijk onschadelijk. Het exotische, bovennatuurlijke en ook ongrijpbare van De Storm ontbreekt. En ook de emotionele laag van loutering, vergeving, verlies en thuiskomst wordt weggegaloppeerd.


Annette Embrechts


Frascati 2, Amsterdam


ITS Festival - The Makers Present: Dance. Met choreografieen van Fatehi, Tanguy, Van Luijk, Sarkissova en Belfiore. 26/6.


In een lucht die zwaar is van de verontwaardiging over de kunstbezuinigingen, die vooral alles wat jong en experimenteel is treffen, gooien student-choreografen zich tijdens het Internationaal Theaterschool Festival frontaal op scene. Toevallig of niet, maar het programma The Makers Present: Dance zit barstensvol kritiek, wanhoop en energie, heel veel energie.


De stukken gaan over macht, over lichamen in pijn, over vervreemding en natuurlijk, zoals zo vaak in dans, over onhandige pogingen tot contact, hier de minst verrassende bijdrage, uit Arnhem. De meeste ideeën zijn opvallend helder geformuleerd en goed uitgewerkt. De choreografen verraden zogezegd een weldoordachte eigenzinnigheid. De grens met performancekunst wordt graag opgezocht en dat is niet verbazingwekkend: vier van de vijf geselecteerde choreografen komen van de vrijdenkende School voor Nieuwe Dansontwikkeling in Amsterdam.


Setareh Fatehi toont in Deportment class for supreme leaders in een handomdraai de verschillende gezichten van macht. Een vrouw brult als een potentaat, haar 'macht' zit in haar kokerrok, haar plastic machinegeweer, haar luide stem. Tot langzaam al haar kleren zijn afgegleden en zij naakt, via videobeelden, massa's protesterende mensen belichaamt. De Arabische Lente, het Malieveld: ook deze kwetsbare persoon heeft 'macht'.


Ook de andere solo maakte indruk. Hoe zijn vaardigheden als choreograaf werkelijk zijn, is nog moeilijk te beoordelen, maar de dans die Simon Tanguy voor zichzelf maakte, staat in elk geval met beide benen op de grond. Hoezeer die grond in Japan ook onder zijn voeten wegzakt. Hij verbeeldt een man in grote kwelling. Waarom is niet duidelijk, maar dat doet er ook niet toe. Zijn lijf is met hem aan de haal, zakt in, veert op, schiet weg. Maniakaal bijna, tot op de millimeter. Het is absurd maar vooral beangstigend, deze stuiptrekkende mens.


De twee jongens in The miserable thing hebben het geluk ook nog niet gevonden, het Japanse gelukskatje met de wenkende poot voor hen op het toneel ten spijt. In de veelal synchrone bewegingspatronen hebben ze steun aan elkaars schaduw, maar tegelijkertijd gaan ze kopje onder in de maatschappij die oplegt wat geluk is, zo lijkt het. Het geeft een mooie combinatie van kleine, intieme bewegingen en starende, wezenloze blikken met allesoverschreeuwende muziek en, een beetje uitgekauwd, blote lijven die hysterisch door verf en sapjes glibberen.


Die maatschappij met zijn normatieve gedrag staat ook centraal in het uiterst komische Standards van Karina Sarkissova. Vier vrouwen bespotten het vrouwelijke schoonheidsideaal en de vrouw die zich daarvoor in het zweet werkt, door een minitieuze imitatie te geven van aerobics, cheerleading, voguing. Tussen alle sprongen en spagaten door spugen ze met een niet aflatende glimlach kritische teksten uit. Hier zie je hoe goed uitvergroting en tegenstelling kunnen werken.


Dat de drie andere academies die werk inzonden (Arnhem, Rotterdam, Tilburg) zo mager of niet zijn vertegenwoordigd, heeft volgens Tim Persent, artistiek leider Dans van het ITS Festival, te maken met het niveau van rijpheid. 'Dat was in Amsterdam het grootst.' Om het palet gevarieerder te maken, worden volgend jaar waarschijnlijk ook het Belgische P.A.R.T.S. en een andere buitenlandse opleiding uitgenodigd.


Mirjam van der Linden


Concertgebouw, Amsterdam


Aldo Ciccolini. Harmonies poétiques et religieuses, Liszt, 26/6. Uitzending op 11/7 via Radio 4.


'Il y a en moi un tzigane et un franciscain', analyseerde de pianist en componist Franz Liszt (1811-1886). Liszt-de-zigeuner trok als een popidool door Europa en liet op die concertreizen een spoor van flauwgevallen baronessen en gravinnen achter. Liszt-de-monnik manifesteerde zich als diens stille tweelingbroer, met diepreligieuze koorwerken, orgelcomposities en de avondvullende pianocyclus Harmonies poétiques et religieuses, naar literaire psalmen van de dichter Lamartine. Die monnikskant zit de hoogbejaarde boeddhist Aldo Ciccolini als gegoten. Opmerkelijk: in de serie Meesterpianisten ontdekte hij onverwacht frivole trekjes in de tiendelige reeks.


Zijn interpretatie van de Harmonies is met de vijfentachtigjarige pianist meegegroeid op de weg naar ouderdom en kalme berusting, maar bij Ciccolini staat dat een houding van lef en bravoure niet in de weg. Meteen al tijdens de inleiding van de tiendelige cyclus ontmoette de virtuoos Liszt zijn vakbroeder Ciccolini in dartele octaafpassages die op geen enkele manier te rijmen waren met de schuifelpasjes waarmee de Napolitaans-Parijse pianoheld zich naar zijn instrument had gesleept. En, nog opvallender: hij raakte ze allemaal. Zelfs de chromatische achtbaan van akkoorden waarmee Liszt in het deel Pensées des morts aan zijn virtuozendom refereert, is nog altijd aan hem besteed.


De Harmonies zijn voor eeuwig verbonden met de liefde van Liszt voor de getrouwde Carolyne von Sayn-Wittgenstein. Zij ontmoette de componist nadat ze diep geraakt was door de vroege koorversie van zijn Pater Noster. Dat stuk zou, in een sobere pianobewerking, een plaats krijgen in de cyclus. Het vormt een van de momenten van rust en meditatie waarmee lange, complexere delen als Bénédiction de Dieu dans la solitude en Funérailles worden afgewisseld. Juist in die lange werken was het indrukwekkend hoe Ciccolini zijn publiek meenam in een stroom van melodieën en de technisch aartslastige begeleidingsfiguren daar bijna terloops omheen drapeerde. De cyclus eindigt met een buiging naar Liszts woelige liefdesleven. In Cantique d'amour zoekt hij de sfeer op van zijn serie Liebesträume. Daarmee verleidde hij de boeddhist Ciccolini tot een bloedmooie lofzang op de aardse liefde.


Bela Luttmer


Tropentheater, Amsterdam


Maître tambours du Burundi (Amsterdam Roots Festival). 25/6.


Het optreden van de twaalf meestertrommelaars uit Burundi lijkt op het eerste gezicht een bijna circusachtig spektakel, maar dat illustreert eigenlijk vooral een oud westers vooroordeel dat Afrikaanse culturen in vergelijking met bijvoorbeeld Aziatische iets oppervlakkigs, bijna kinderlijks zouden hebben. Ondanks de brede glimlach en de uitgelaten kreten waarmee slagwerk en dans gepaard gaan, is het spel op en rond de karyendatrommels voor de Burundezen een zeer serieuze aangelegenheid die geworteld is in eeuwenoude tradities.


Tijdens de heerschappij van de Tutsikoningen hadden deze uit een stuk hout gehouwen trommels een bijna goddelijke status. Men geloofde dat alleen de Tutsiheersers de 'taal' van de karyenda konden verstaan en langs die weg door de goden werden geadviseerd.


Hoewel de hofcultuur in Burundi al bijna een halve eeuw is verdwenen en de heerschappij van de Tutsi gebroken door de genocide van 1994, staan de meestertrommelaars van de huidige generatie in een ononderbroken lijn van overdracht van vader op zoon.


Zo heeft hun optreden nog altijd iets weg van een ingewikkelde stoelendans. Om beurten komen de trommelaars naar voren voor een solo, waarbij het aangeven van ritmische accenten en tempowisselingen op de inkriranya (centrale trommel) gepaard gaat met spectaculaire sprongen en woeste dansbewegingen.


Een fraai, meerstemmig gezongen lied behoorde misschien niet tot de traditie, maar zorgde na een half uur gebeuk op de trommels wel voor wat afwisseling.


Een kniesoor had kunnen opmerken dat de Burundidrummers met hun optreden een vals beeld van Afrika geven, althans een dat met de alledaagse realiteit van nu nauwelijks nog iets te maken heeft, maar dat voorbehoud werd zaterdagavond in de grote zaal van het Amsterdamse Tropentheater volledig weggevaagd door de tomeloze energie, het aanstekelijke enthousiasme en de achteloze virtuositeit waarmee ruim een uur lang werd getrommeld, gezongen en gedanst.


Ton Maas


Franz Liszt trok als een popidool door Europa en liet op die concertreizen een spoor van flauwgevallen baronessen en gravinnen achter.

Aldo Ciccolini, Concertgebouw Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden