Recensies

Klassiek ****


Les Siècles - Stravinksy: Le sacre du printemps/Petrouchka


Musicologen steggelen al lang over de ontstaansdatum van de Strijkkwartetten op. 5 van Franz Xaver Richter. Stammen ze uit 1768, het jaar van de eerste druk, of waren ze er een decennium eerder ook al, zoals memoires van een collega-componist doen vermoeden? Het Casal Quartett zet in elk geval ferm '1757' op de buitenkant van de cd, samen met het woord 'Genesis'.


Als ze echt zo vroeg zijn ontstaan, liep Richter voor op zijn twintig jaar jongere vakbroeder, de kwartettencomponist Haydn - want met de voorstadia van het genre hebben zijn kwartetten niets te maken. De vier instrumenten zijn gelijkwaardig en de muziek is uitgesproken klassiek, met veel expressie en verfijning, zij het zonder de dramatiek van de Sturm und Drang. Deze stukken verdienen een vaste plaats in het kamermuziekrepertoire. De uitvoeringen van het Casal Quartett, op ruisende historische instrumenten, onderstrepen dat.


Klassiek ****


Casal Quartett - Richter: Strijkkwartet op. 5


Het is een spannende ervaring om hét sleutelwerk van de 20ste eeuw te beluisteren zoals het 101 jaar geleden, geklonken heeft - herstel: geklonken zou kunnen hebben. Want de allereerste uitvoering van Stravinsky's Sacre du printemps (bij dat beruchte schandaalconcert van 29 mei 1913) was waarschijnlijk geen feest voor het oor, anders dan de traktatie die dirigent François-Xavier Roth en zijn orkest Les Siècles ons bereiden.


Er komen darmsnaren aan te pas, koperinstrumenten met een andere mensuur, slagwerk met een andere klank en bovenal een terugkeer naar de oorspronkelijke partituur. Dat geeft een verfrissende kijk op de Sacre en het twee jaar eerder gecomponeerde Petrouchka. Het turbokarakter dat moderne orkesten aankleeft, is aangenaam afwezig. De hoge regionen zijn helder en kleurrijk, de onderste juist troebel. De balans is anders, zacht is fluisterzacht. Roth stopt er meer Debussy in dan dirigenten gewoonlijk doen, maar handhaaft een hoog energieniveau. De opnamen zijn live, maar afkomstig uit drie uitvoeringen in verschillende zalen. Daar moet aan zijn gedokterd. Jammer, want soms doet de klank wat galmerig aan en dat heeft dit gedenkwaardige project niet verdiend.


Roots ****


Otis Gibbs - Souvernirs of a Misspent Youth


Een geloofwaardig singer-songwriter word je niet vanzelf. De Amerikaan Otis Gibbs doet zijn best en verzamelde flink wat vinkjes achter zijn naam. Woonachtig in Nashville, Tennessee. Muzikaal onderricht door een oom met een gevangenisverleden. Heeft ooit gevochten met een beer. Zo kom je er wel. En dan heeft Gibbs ook nog een rauwe, ongeparfumeerde folkstrot en hoeft hij zich goddank niet te bedienen van het in Nederland zo welbekende, breekbare huilstemmetje.


Gibbs klinkt soms als Steve Earle maar kan ook ineens wat weg hebben van Elvis Costello. Zijn verhalende gaven zijn groot. Gibbs' album Souvenirs of a Misspent Youth is gedrenkt in sociaal engagement en bezingt het harde leven van de minder bedeelde. In een heerlijk bluegrasslied als The Darker Side of Me vertelt Gibbs over een opgejaagde en uitgehongerde man die de stilte van de natuur zoekt, maar steeds wordt ingehaald door zijn eigen duistere ziel. 'I sat next to the water, and I dreamt about the darker side of me.' De banjo tokkelt. De viool huilt. Wij huilen mee.


Klassiek ***


Sarah Peebles - Delicate Paths


Ook als je weet wat een shô is, is het verbijsterend welke klanken Sarah Peebles uit dit Japanse bamboe-mondorgel haalt: non-stop clusters, waarin de boventonen je om de oren vliegen. Door som- en verschiltonen ontstaan fascinerende pulseringen.


De Canadese Peebles hanteert blijkbaar een circular breathing-techniek, want adempauzes vallen er niet. Het is een absorberende zoektocht naar de binnenkant van het geluid, met als nadeel dat dat net iets te weinig is voor een complete cd. In improvisaties met Evan Parker blijken shô en sax niet altijd verenigbare grootheden. Maar bij een improvisatie met de Indiaas-Canadese zangeres Suba Sankaran worden de oren toch weer even gespitst. FvdW


Pop ****


Reigning Sound - Shattered


Greg Cartwright is een meester in het combineren van primitieve garagepunk met gloedvolle soul en r&b. Bij zijn band Oblivians ligt de nadruk sinds de jaren negentig vooral op lofi-punkrock, maar sinds 2001 ontpopt hij zich in zijn andere band Reigning Sound als componist van melodieus sterke soulballads.


Op het nieuwe album Shattered slaagt hij daarin het beste. Slijpers als Never Coming Home, Once More en In My Dreams maken meteen een onuitwisbare indruk. De productie, met een passend Booker T-achtig orgeltje is eveneens raak. Niet te glad, met een rauw kantje, alle ruimte latend aan de smekende stem van Cartwright. De plaat is opgenomen in de Daptone-studio in Brooklyn, bekend van Sharon Jones en Charles Bradley. Shattered past daar mooi tussen. Cartwright heeft een pracht van een blue-eyed soulplaat gemaakt.


Jazz ***


Keith Jarrett / Charlie Haden - Last Dance


Weken voor Charlie Hadens dood, afgelopen vrijdag, verscheen Last Dance, een album dat de bassist samen met pianist Keith Jarrett maakte. De profetisch gebleken titel zal geen toeval zijn, Haden was ernstig ziek.


De muziek komt van dezelfde sessies als het album Jasmine (2010), in 2007 opgenomen bij Jarrett thuis. Na dertig jaar speelden ze toen weer samen en improviseerden ze vooral vanuit jazzstandards. Jasmine was een mooie, maar soms op het randje van saai balancerende plaat. Last Dance is dat ook. Het tweetal rekt nummers vaak tot een minuut of tien. Het wordt pas echt leuk als Haden zijn melodie tegen die van Jarrett in speelt. Of als het even duurt voordat de twee bij de overbekende thema's uitkomen. Last Dance is net als Jasmine een sobere, intiem klinkende plaat, waarop Haden nog één keer zijn onvolprezen melodieuze basspel tentoon kon spreiden.


Pop ***


Jungle - Jungle


Nu de geheimzinnigheid rond het verschijnen van hun eerste single lijkt opgetrokken en bekend is wie achter de naam Jungle schuilgaan, is er het langverwachte albumdebuut. Jungle, een zevental Londense muzikanten geleid door twee Londense vrienden die zich J en T noemen, hebben een mooie funkpop-plaat gemaakt. Opvallend is de dubbele zang van het tweetal, ietwat vervormd en altijd een beetje ingehouden. Namen als Sly Stone en Shuggie Otis schieten al snel te binnen, maar Jungle heeft genoeg eigens om die weer snel te vergeten. Broeierige synths, funky gitaren en die merkwaardige tegen falset aan hangende stemmen geven de muziek soms iets sinisters.


Jammer is wel dat alles hetzelfde blijft klinken als de single The Heat. Tempo, sfeer en klankkleur ondergaan op het album nauwelijks verandering. Platoon en Time zijn uitschieters op dit debuut, dat oorspronkelijk genoeg klinkt om te boeien, maar de hoge verwachtingen toch niet helemaal waar kan maken.


Heavy ***


Wolves in the Throne Room - Celestite


De Amerikaanse broers en bosgodaanbidders Nathan en Aaron Weaver, samen de hippe blackmetalband Wolves in the Throne Room, strijken de metalgemeenschap weer eens tegen de haren in. Met een gezwollen orkestrale soundtrackplaat dit keer, waarin een scheurend gitaartje met een loep moet worden gezocht. Vijf naargeestige (dat gelukkig nog wel) instrumentale stukken staan op Celestite - de genreliefhebber moet zich dat vóór aankoop even realiseren.


Celestite balanceert op het randje van kitsch, als koperblazers aanzwellen naast dreunende synthesizers in mineur (Turning Ever Towards the Sun). Maar net als je je lichtjes begint te ergeren, komt de hoofdrolspeler binnenzeilen: de stokoude Serge Modular-synthesizer, met de impact van een klamme hand in je nek. In het beklemmende Initiation at Neudeg Alm kronkelt en pulseert de synth uit bouwjaar 1974, zwartgallig brommend als in de meest ijselijke soundtracks bij het werk van Stanley Kubrick (The Shining). In Celestite Mirror jankt de Serge, in schrille hoge noten, bijna onverdraaglijk treurig. Het maakt deze plaat tot een opmerkelijk eerbetoon aan een ijzingwekkend instrument.


Pop ****


Morrissey - World Peace Is None of Your Business


Onverschilligheid is een reactie die eigenlijk niet past op de muziek van Morrissey. Of je houdt onvoorwaardelijk van zijn stem, of je springt gillend van ergernis in de gordijnen. Sinds Morrissey met The Smiths zo'n dertig jaar geleden voor het eerst van zich deed spreken, geldt die scheiding der geesten. Al kon je ook nog van The Smiths houden vanwege het briljante gitaarspel van Johnny Marr of de melodisch knappe liedjes.


Maar zeker als solo-artiest (al sinds 1987) riep Morrissey extreme reacties op. Tot een jaar of vijf geleden, toen zijn laatste album Years of Refusal uitkwam. Er viel toen zelfs voor de meest hardnekkige fan niet veel meer te halen. Vermoeid klinkende zanger, weinig subtiele arrangementen en geen melodie die bijbleef.


En als hij dan weer het nieuws haalde, dan was het of vanwege stupide uitspraken als: 'Het eten van vlees is net zo erg als kindermisbruik', of omdat aangekondigde optredens stelselmatig werden afgezegd.


Een nieuwe Morrissey? Waarom en voor wie nog? Maar dan hoor je World Peace Is None of Your Business voor het eerst en weg is de onverschilligheid. Prachtige titel natuurlijk, maar het is de muziek die eindelijk wat meer ademt. Je hoort een keur aan instrumenten voorbijkomen, van castagnetten tot trompet. Morrissey zingt vooral in laag tempo uitstekend. De muziek is meer op zijn stem geschreven en hoewel er opnieuw geen hitgevoelige nummers zijn te horen, gebeurt er muzikaal eindelijk weer eens wat en blijft het genieten niet beperkt tot het bestuderen van het tekstboekje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden