Recensies

NTGent heeft Claus' prachtige stuk flink uitgebeend Bruid in de morgenZoals te verwachten bij zo'n geëxplodeerde gelegenheidsformatie vallen de noten niet steeds in hun spannendste plooi Arnold Schönberg

Theater: Bruid in de morgen


De tekst van Claus wordt als een speedboat in fast forward-stand door de zaal gejaagd.


NTGent zou gaan dansen. Onder leiding van de Vlaamse choreograaf Koen Augustijnen was het plan met een aantal vaste acteurs van de groep de grenzen van de fysieke mogelijkheden op te zoeken. Niet meer het woord, maar de beweging, geen psychologische inleving, maar fysieke expressie. Close zou de voorstelling gaan heten. Het is er niet van gekomen; halverwege het repetitieproces liep het spaak. Misschien is iemand als Els Dottermans ook een veel te aards actrice om te gaan huppelen over de bühne.


'Een huis van spelers', noemt NTGent zich sinds het vertrek van Johan Simons naar München. Artistiek leider Wim Opbrouck heeft dan ook de macht aan zijn acteurs gegeven en zij zijn niet bij de pakken neer gaan zitten. In plaats van Close spelen ze nu Een bruid in de morgen van Hugo Claus, met acteur Jan Bijvoet als regisseur. En met Els Dottermans als de moeder, die hier een andere kant van haar talent laat zien. Bijna performance-achtig, als een speedboat in fast forward-stand, jaagt ze Claus' tekst door de zaal. Strak in de vorm, imponerend, maar soms ook zijn doel voorbij schietend omdat het zo snel gaat dat de woorden vervliegen.


Anderhalf uur duurt de voorstelling, en dat is weinig voor een lijvig stuk als Een bruid in de morgen, waarmee Claus in 1954 een schandaal veroorzaakte. Omdat er een zelfmoord in voorkwam, en omdat er wellicht sprake zou kunnen zijn van incest. Thomas en Andrea zijn broer en zus, en zoeken inderdaad een intimiteit bij elkaar die bepaalde grenzen overschrijdt. Maar dit is hun manier zich in hun slaapkamers (tevens schuilkelders) af te zetten tegen de sfeer beneden, waar vader en moeder een kapot leven lijden. Hij is een componist zonder werk, zij totaal verzenuwd, in een laatste poging iets van de grandeur van vroeger te behouden.


Het stuk is opgebouwd rond de komst van nicht Hilda, aan wie Thomas 'uitgehuwelijkt' moet worden, want Hilda wacht op een erfenis en geld is de redding voor dit wanhopige gezin.


NTGent heeft Claus' prachtige stuk flink uitgebeend. Geen benauwde huiskamer, geen smoezelig beddengoed, geen sanseveria's op de vensterbank, maar een groot, open toneel met een ruwe, stenen achterwand. In dit prachtige toneelbeeld van Wim Opbrouck praten de spelers snel en achteloos, vaak rechtstreeks tot de zaal.


Gelukkig wordt er nog wel gedanst: Thomas (Matteo Simoni) danst zijn vertwijfeling uit zijn blote lijf en Ann Miller is zijn getergde zus, wier lichaam ook al zo strak gespannen staat. Servé Hermans is de vader die hoopvol naar de hemel kijkt, Chris Thys nicht Hilda in (helaas onverstaanbaar) dialect en Els Dottermans dus die hyperactieve moeder. Slechts in één scène neemt ze gas terug, in een aangrijpende bespiegeling over vroeger, toen ze nog jong en mooi was. Toen ze Papaver werd genoemd. Toen ze nog dansen kon.


Klassiek: Arnold Schönberg

Bij de Weense première in 1913 waren het er twee keer zoveel, maar toch: de 356 musici die door de conservatoria van Rotterdam en Den Haag zijn geronseld voor de Gurrelieder van Arnold Schönberg, geven een krachtig beeld van de componist die pas later het ketterse pad zou kiezen van de atonaliteit.


De Gurrelieder: dat is overrijpe Romantiek, gevat in een partituur die dampt van het Weense fin-de-siècle. Schönberg begon eraan in 1900. Hij had aanvankelijk een liedcyclus in gedachten over koning Waldemar en zijn vermoorde minnares Tove. Elf jaar later lag er een voluptueuze fantasie waarin lied, oratorium en symfonisch gedicht versmolten en hier en daar werden voorzien van een cabaretesk accent.


Het is muziek van een componist die je hardop hoort denken. Voor het laatst de luxe van Weens geoliede strijkers. Nog één keer de streling van een romantisch koppel hoorns. En om het af te leren het kippenvel van gedempt slagwerk dat het middernachtelijk uur aankondigt.


Vanwege de monsterbezetting maak je de Gurrelieder maar een paar keer in je leven mee.


Toevallig stuurde de Brusselse Muntopera in 2007 nog een equipe naar het Amsterdamse Concertgebouw - maar dat betrof een povere 280 man.


De conservatoria van Rotterdam en Den Haag brengen 150 orkestmuzikanten op de been, vaak getooid met een buitenlandse naam. De menigte wordt in de Rotterdamse Doelen omsingeld door 200 koorzangers: drie vierstemmige mannenkoren en een achtstemmig gemengd koor, gerekruteerd uit het Brabant Koor en het Toonkunstkoor Amsterdam.


Alleen de zes zangsolisten en concertmeester Vera Beths komen uit de professionele kaartenbak. En Reinbert de Leeuw natuurlijk, de dirigent en Schönbergiaan, die de kans op zijn eerste en mogelijk enige Gurrelieder niet liet schieten.


Zoals te verwachten bij zo'n geëxplodeerde gelegenheidsformatie vallen de noten niet steeds in hun spannendste plooi. Evengoed demonstreren de studenten dat we ons voorlopig geen zorgen hoeven te maken over het mondiale orkestspel.


Tegen de overrompelende orkestkracht boksen tenor Daniel Kirch (Waldemar) en sopraan Melanie Diener (Tove) maar moeilijk op, ondanks een op het voorhoofd geplakt microfoontje.


Gelukkig geeft de mezzosopraan Catherine Wyn-Rogers aan het Lied van de Woudduif meer reliëf. En met de narrenrol van tenor Eberhard Francesco Lorenz en het Sprechgesang van de oude rot Alexander Oliver krijgen de Gurrelieder ten slotte een aangenaam theatraal tintje.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden