Recensies

Al die oude, meest oraal doorgegeven meerstemmige zangtradities - waar ze ook vandaan komen - zijn fascinerend KoorbiënnaleEen prima keuze van het Concertgebouw om pianist Enrico Pace nu in de schijnwerpers te zetten Enrico Pace

KLASSIEK / KoorBiënnale * * *

St. Bavokerk en Philharmonie, Haarlem. Internationale Koorbiënnale Haarlem 2011 met o.a. het Lets Radiokoor o.l.v. Kaspars Putnins, 1 en 2 juli. Radio 4 (Harvey): 6 juli, 20.00 uur.


Bij de vibraties van tientallen stembanden voegen zich de trillende konussen van rondom het publiek opgestelde luidsprekers. Elektronisch verhakselde sopranen, tot industrieel gedruis omgevormde vocalen, huilende wind, verwaaide klokklanken vormen een zee van geluid: diffuse, onbestemde harmonieën, aangedragen door de zangers van het Lets Radiokoor, van muzikale interpuncties en tegenstemmen voorzien door drie musici van Asko/Schönberg, in banen geleid door Kaspas Putnins, terwijl Carl Faia vanachter de knoppen de getijdenbeweging reguleert.


Zo klinkt vrijdagavond in de Haarlemse St. Bavo The Summer Cloud's Awakening van de Brit Jonathan Harvey. Het is een overweldigende en dramatische mix van boeddhistisch gedachten over reïncarnatie en derivaten van het Tristan-akkoord, het harmonisch breekijzer waarmee Wagner in 1865 nieuwe muzikale ruimte ontsloot.


Het is prachtig, maar veel, iets te veel eigenlijk, en dat er op de achtergrond ook nog een man dingen loopt te doen met een safaribed stoort eerder dan dat het wat toevoegt. Harvey is met dat al een man die geweldig goed voor koor kan schrijven, wat nog beter tot uiting komt in de toegift, het louter voor stemmen gedachte, op twee wazige akkoorden heen en weer wiegende The Angels. Ook de opmaat van het programma, Horo horo hata hata van de Letse componiste Santa Ratniece, is met zijn klaaglijke klankweefsels, die soms doen denken aan zwermen roepende vogels, een fraai staaltje van stemverkenning.


Het is het laatste weekeinde van de Haarlemse koorbiënnale, die dit jaar voor de zesde maal wordt gehouden en inmiddels kan rekenen op een grote publiekstoeloop. Uit allerlei hoekjes, hofjes en pleinen in de binnenstad stijgt het lieflijk gegons van samenzang op.


De timbres die de verschillende gastenensembles uit de traditie van de volkspolyfonie laten horen, zijn niet altijd even zoetgevooisd, maar ook schurende klanken kunnen een aangename lading hebben. Dat is vooral duidelijk bij het Albanese Ensemble Tirana, waarvan het arsenaal tevens snikkende, hese of haperende geluiden omvat die bij iedere conservatoriumstudent prompt de kop zouden worden ingedrukt, maar hier alleen maar de expressieve reikwijdte vergroten.


Al die oude, meest oraal doorgegeven meerstemmige zangtradities - waar ze ook vandaan komen, Bulgarije, Corsica of Georgië - zijn fascinerend, doordat ook de tonen op manieren gecombineerd worden die haaks staan op de regels van de klassieke muziek - maar evengoed spannende en welluidende muziek opleveren.


Maar welluidendheid alleen is niet zaligmakend, zo blijkt wel bij de officiële afsluiting van het festijn waarbij het Lets Radiokoor en het Groot Omroepkoor de krachten bundelen met een violiste en een cymbalom-speler voor het grootschalige stuk O Whispering Suns van de Nederlands/ Amerikaanse Vanessa Lann.


Het werk, dat ruim een uur duurt, biedt weinig meer dan oeverloze één-pot-natmuziek waarin op een lauwwarm vuurtje van aangehouden kwinten alle ingrediënten, de teksten van Walt Whitman incluis, worden stukgekookt tot een soort ongedifferentieerde oersoep.


Van dit soort stukken, waarin de daad van het componeren uit weinig meer lijkt te bestaan dan het doseren van langdurige crescendo's, zijn er helaas al meer dan genoeg.


Frits van der Waa


--------------------


THEATER / Moes * * *

Tuinpark Buikslotermeer Amsterdam-Noord. Moes door De Veenfabriek en Female Economy, artistieke leiding Paul Koek en Adelheid Roosen; 2 juli. Nog te zien t/m 10 juli; reserveren@veenfabriek.nl


Een ontdekkingsreis in een kleine, afgesloten wereld, waar de verhalen voor het oprapen liggen - dat is Moes, locatietheater van De Veenfabriek van Paul Koek en Female Economy/ Zina van Adelheid Roosen. Opgevoerd in een volkstuinencomplex, eerst in Leiden (Ons Buiten) en nu neergestreken in Amsterdam-Noord, in Tuinpark Buikslotermeer.


Muziektheater waarin oral history van volkstuinbewoners gekoppeld is aan flarden teksttheater, aan de hand van een avondwandeling door een groene enclave. Waar je een weelde aan bloemen ziet, vergeten groenten, allerlei kruiden, tuinkabouters, barbecues, tuinzitjes en boomstronken, en waar je mooie namen leert van planten als rattenstaartje, heilig boontje en Brave Hendrik.


Volkstuintjes waren vroeger vooral de vluchtheuvels voor mensen die driehoog achter woonden en een eigen stukje natuur (dus vrijheid) wilden. Dat zijn ze nog steeds, maar omdat de wereld is veranderd, is die kleine, groene wereld dat ook.


Daarom zie je nu onvervalste Amsterdammers, mannen- en vrouwenstellen, Turkse families, hoofddoekmeisjes en string-poppetjes dicht bij elkaar wonen, naast welgestelde tweeverdieners, die hun huisje meubileren met designstoelen.


Een groepje medewerkers van Moes tekende ter voorbereiding een aantal verhalen op van volkstuinbewoners. Roosen en Koek brachten die samen in een theatrale setting waarin soms heftig geacteerd wordt, soms op huiskamertoon gefluisterd. De scènes gaan over moeders die dement worden, liefde en lust (en dood) op de tuin, integreren, tuinaanplant.


Bij aanvang wordt het publiek in groepen verdeeld, die ieder met een eigen gids en een plattegrond over het complex dwalen, en af en toe een huisje in gaan. Onze witte groep komt onder meer terecht in een tractor waarin een filmpje wordt vertoond over het afbreken van tuinen om plaats te maken voor een nieuwbouwwijk. In een klein hutje vertelt Nazmiye Oral het verhaal van haar Turkse zwager, die naar Nederland kwam en in de volkstuin leerde integreren. Adelheid Roosen speelt op aangrijpende, indringende wijze haar moeder die in haar hoofd de weg kwijt is geraakt. Onder een boom wordt het liefdesrelaas van Hennie en Kees verteld, twee mannen die van kabouters, mooie bloemen, en van elkaar houden. Een van hen is nu dood en zijn as is op de volkstuin uitgestrooid.


Andere acteurs in Moes zijn onder meer Bert Luppes, Reinout Bussemaker, Titus Muizelaar en Yonina Spijker die we helaas nauwelijks aan het werk hebben gezien, omdat ze niet op onze route lagen. Jammer, wat zij schijnen stukjes Beckett en Thomas Bernhard fraai te vermengen met tuinverhalen.


Dat deels willekeurige geeft Moes ook iets onsamenhangends, waardoor de losse onderdelen geen verband aangaan. Een strakke regie en een logistiek masterplan om van los zand een hecht bouwwerk te maken, worden hier gemist.


Toch is er één zin die de hele avond blijft hangen, uitgesproken door Nazmiye Oral in de koek en zopie-kraam van haar zwager. 'Waarom zou je van je thuis weggaan als je weet dat je toch nergens aan zult komen?'


Als er iets is dat Moes leert, is het dit: dat de mens altijd aan wil komen, en zich thuis wil voelen. Of dat nu in een ver, vreemd land is, of in een houten huisje, tussen lupines en margrieten, en met een kabouterleger in de tuin.


Hein Janssen


--------------------


KLASSIEK / Enrico Pace * * * *

Robeco Zomerconcerten, Concertgebouw Amsterdam. Enrico Pace, Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Hans Graf. Berlioz, Liszt, Schumann, 1 juli. Radio 4: live. Pace minifestival: 17/7, 1/8, 17/8. robecozomerconcerten.nl


De muzikale zomervakantie is op macabere wijze ingeluid met de Totentanz van Franz Liszt. De pianist Enrico Pace mocht vrijdag met het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) de aftrap geven van de Robeco Zomerconcerten. Naast onder andere Ellen ten Damme, Eric Vloeimans en de celliste Quirine Viersen is Pace (1967) dit jaar een van de zeven musici die een minifestival heeft.


De sombere thema's van het werk, gebaseerd op de melodie Dies irae (dag des toorns) uit de dodenmis, vertolkte de Italiaan knap koelbloedig. Met dezelfde Totentanz won Pace de tweede prijs op het Lisztconcours in 1989. Destijds beschikte de pianist al over een uitstekende techniek. Beluister en bekijk het op YouTube: hij kwam vooral onstuimig en gretig over.


Afgelopen vrijdag, Pace is inmiddels twee keer zo oud als toen, domineerde subtiele gedragenheid. Helder: de wilde jaren zijn voorbij; tijd voor verdieping. Een prima keuze van het Amsterdamse Concertgebouw om hem nu in de schijnwerpers te zetten.


Naadloos op het dodenthema sloot de Symphonie fantastique van Hector Berlioz aan. Vermoedelijk heeft Liszt voor zijn Totentanz goed geluisterd naar de finale van het symfonische fantasiestuk over het leven van een kunstenaar, waarin het Dies irae-thema veelvuldig aan bod komt.


Het slotdeel vormde de cumulatie van de combinatie Liszt met Berlioz' originele, rijke orkestwerk. Krachtig kletterden de geluiden van een heftige heksendans en van de dodenmis tegen elkaar aan. De RFO-musici speelden nauwkeurig en gedreven.


De Oostenrijkse dirigent Hans Graf wist het concert op scherp te zetten in het vierde deel, Marche au supplice. De droom van een man die naar het schavot moet, klonk levensecht. Verder zorgde Graf vooral voor een degelijke uitvoering. Strijdlust zat in zijn praatje, waarin hij tot genoegen van de bezoekers en musici een oproep deed (aan wie, is de vraag) om de Nederlandse muziekcultuur te laten voortbestaan.


Daadkrachtig liet het orkest van zich horen in de ouverture Manfred van Robert Schumann. Duidelijk: geen zelfmedelijden van een gekwelde geliefde verklanken, maar iemand die zich stoer vermant. Zo gaf het RFO toch nog een positieve draai aan het startschot van de geliefde zomerserie.


Lonneke Regter


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden