Recensies

Bourne zwalkt tussen realisme en sprookje.
De band laat donkere mystiek versmelten met zwierende heupen.

DANS / Cinderella * * *

Nog altijd is Assepoester de huissloof en verliest ze een van haar dansschoentjes. Maar verder is alles anders in Matthew Bournes choreografie Cinderella. Er zijn zowel stiefzussen als stiefbroers, de petemoei is een mannelijke engel, de droomprins heeft de gedaante van een gewonde soldaat, er rijdt geen koets voor, maar een motor met zijspan en er wordt niet gezwierd op het koninklijk bal maar in het historische Londense Café de Paris, dat - om klokslag twaalf - wordt geraakt tijdens een bombardement.


De Brit Bourne is befaamd om zijn herinterpretaties van ballet- en filmklassiekers. Origineel en overweldigend was, in 1995, zijn Swan Lake met mannelijke zwanen. Cinderella, dat hij in 1997 voor het eerst presenteerde, is geen tijdloos sprookje meer, maar gesitueerd tijdens de London Blitz in 1941. Bourne liet zich inspireren door de donkere en dramatische kant van de muziek die Prokofiev in de Tweede Wereldoorloog componeerde. Ook films als A Matter of Life and Death (1946) en Emeric Pressburger, over een RAF-piloot die een vliegtuigcrash overleeft.


Cinderella heeft de schwung van een musical, maar dan zonder zang. Of het nu in het Londense appartement van Cinderella's stiefmoeder is (een prachtige heupwiegrol van Michela Meazza, dronken en verleidelijk tegelijk), in de nachtclub, in de Londense Underground: Prokofiev zweept op en de aankleding is prachtig, met kostuums in grijstinten en enorme decors die in een handomdraai nieuwe locaties tevoorschijn toveren. Ook wordt er veel en energiek gedanst, alsof deze mix van ballet, jitterbug, jive en lindy hop de oorlog kan verdrijven.


Tegelijkertijd wringt Cinderella aan alle kanten. Scènes lijken er met de haren bijgesleept - wat een gedoe die hulptroepen met gasmaskers, wat ongeloofwaardig die poging van stiefmama om Cinderella tot slot te verstikken. En ze duren veel te lang, ook omdat de gelikte dansvariaties niet altijd even spannend zijn. Het is alsof Bourne de muziek anders niet gevuld kreeg.


Ook wat betreft stijl is het lastig om echt te worden meegesleept en geraakt. Bourne zwalkt tussen realisme en sprookje, tussen natuurlijk spel en slapstick, die nu en dan - en vooral in het geval van de stieffamilie - aan Fawlty Towers doet denken.


Cinderella, goed gedanst door Noi Tolmer, is speels en eigenzinnig en zit zo vol verlangen en fantasie dat ze zelfs van een paspop een gepassioneerde danspartner kan maken. Meelijwekkend of tragisch wordt ze echter nergens. Bourne schetst een liefdesdrama in tijden van oorlog waarvan de urgentie ontbreekt.


Mirjam van der Linden


Cinderella door New Adventures. Choreografie: Matthew Bourne. 30/3.In Carré t/m 3/4. Van 6 t/m 10/4 in Nieuwe Luxor Rotterdam. Theater Carré, Amsterdam

-----------------------------


JAZZ / Nik Bärtsch * * * * *

Zijn verschijning is enigmatisch. Een ruim, zwartkleurig gewaad, kaal geschoren kop en netjes bijgehouden Van Dyck-sik. De Zwitserse pianist Nik Bärtsch lijkt nog het meest op een boeddhistische kungfu-docent. Zijn fysieke balans klinkt door in hypnotiserende muziek. Maar dan met de power van een Chinese vechtmeester.


De ruggengraat van Bärtsch' muziek bestaat uit fijnzinnig variërende, korte muzikale frasen. Minimal music is hip, niet alleen in de klassieke wereld, ook binnen elektronische, rock- en jazzcontouren. Zou het een reactie zijn op de tijdgeest? Een vlucht van alle druktemakerij en informatieovervloed? De nauwelijks of gestaag repeterende patroontjes van minimal creëren ruimte voor rust en zelfreflectie.


Voor Nik Bärtsch' Ronin lijkt dat het geval te zijn. Langzaam voert het kwintet zijn publiek mee met een simpel pianomotiefje. Het duurt een seconde of vijf, steeds opnieuw en opnieuw. Wat gerommel bij de pianosnaren en rietblazer Sha blaast lucht in zijn basklarinet. En dan, ongemerkt, blijk je naar een dubbelpatroon te luisteren. Twee, nee drie ritmische modellen zijn verweven. Je doet je ogen dicht en raakt bijna in trance.


En dan klap, boem. Gong en snaredrum kondigen de hard swingende groove aan. Terwijl de herhalende motieven blijven zegevieren, dwalen de gesyncopeerde, strakke ritmes om elkaar heen. Belangrijk is de rol van percussionist Andi Pupato. Hij heeft de vrijheid om op verschillende tellen de benodigde accenten neer te leggen. Door creatief te zijn en geconcentreerd te luisteren lijmt en voegt Pupato de door elkaar lopende lijnen.


Bandleider Bärtsch speelt intussen met externe componenten. Zijn glimmende schedel is mooi uitgelicht op een pikdonker podium, waar plotseling felle flitsen opduiken en even later paarse TL-balken opdoemen.


Een show van Nik Bärtsch' Ronin is een totaalervaring. Deze band beschikt over het onmogelijke talent om donkere mystiek te laten samensmelten met zwierende heupen. Lieve hemel, wat een verrukkelijke bezwering.


Tim Sprangers


Nik Bärtsch' Ronin. Speelt vanavond in Amsterdam in het Bimhuis. 't Schuttershof, Middelburg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden