Recensies

Fictie, werkelijkheid, getuigenis en herinnering grijpen uiterst geraffineerd in elkaar Omer Fast De bijtende, onopgesmukte noten schuren in deze 'symfonieën' indringend langs elkaar Oestvolskaja Dit keiharde machtsspel is actueel, soms schokkend in de terloopsheid, en griezelig mooi van vorm Bloed & RoZen

Beeldende kunst


Omer Fast: *****

Omer Fast, NIMk, Keizersgracht 264, Amsterdam. T/m 23/7. nimk.nl


Honderdduizenden, nee, miljoenen verhalen liggen inmiddels opgestapeld in de Europese immigratie-archieven. Opgetekend door beambten, nog eens herhaald, gecheckt, weersproken, in een andere versie teruggekeerd. Elk moment komen er tientallen bij. Bij gebrek aan documenten en getuigen zijn de verhalen vaak het enige houvast.


De gedachte wordt opgewekt door het werk Nostalgia van de Israëlisch-Amerikaanse kunstenaar Omer Fast, één van de drie werken die samen Fasts eerste solotentoonstelling in Nederland vormen. De anderhalf uur die het kost om alles te bekijken, is meer dan de moeite waard. Neem die tijd in het Nederlands Instituut voor de Mediakunst (NIMk) in Amsterdam, want de video-installaties van Omer Fast (1972) vormen een kluwen waarin fictie, werkelijkheid, getuigenis en herinnering uiterst geraffineerd in elkaar grijpen.


Zo algemeen als dat klinkt - want welke fotograaf en filmer houdt zich tegenwoordig níet met de grens tussen echt en onecht bezig? - zo spannend pakt dat hier uit.


In Nostalgia (2009) draait alles om een kleine anekdote, over het vervaardigen van een patrijzenval in de jungle door een kindsoldaat. Die anekdote duikt achtereenvolgens op in een instructiefilm, in een nagespeeld interview en in een hallucinerend derde deel, waarin alles op zijn kop staat. Een blanke man vlucht uit het verpauperde derdewereldland Engeland en zoekt asiel in het welvarende West-Afrika, waar alles oogt als in de jaren zeventig. De instructie hoe een val te zetten (voor een patrijs, voor een aap, voor een spook zelfs) verschijnt in allerlei vormen en blijkt te kunnen dienen als bewijs, als geruststellend sprookje of als excuus. Een kleine kapstok is het, waaraan een berg jassen kan hangen. Omer Fast, die momenteel aan een speelfilm werkt, legde de basis voor zijn huidige werk in 2003 met het ambitieuze Spielberg's List. Daarin filmde hij het concentratiekamp Auschwitz en de resten van het film-concentratiekamp van Schindler's List (Steven Spielberg, 1993) in Krakau.


Hij combineerde dat met herinneringen van acteurs uit die film, maar ook van echte getuigen uit de buurt. Uit de combinatie van realiteit en fictie dampt een derde werkelijkheid op, een nieuwe, waarin ervaringen uit de tweede hand aanvoelen als echt.


Dit principe blijft de kunstenaar trouw, maar hij gebruikt het nooit op dezelfde manier. In The Casting(2007), het andere grote werk dat in het NIMk te zien is, vertelt een (echte) Amerikaanse sergeant over twee traumatische ervaringen: hoe hij een ongewapende burger doodschoot in Irak en hoe een leuk meisje op een afspraakje behoorlijk gestoord bleek te zijn. Beide ervaringen worden, door elkaar gesneden, op de andere kant van de schermen geacteerd in 'tableaux vivants'; als bewegende foto's - die weer verdacht veel lijken op nieuwsfoto's.


Omer Fast werkt in wat inmiddels een traditie mag heten: video-installaties met meer schermen waarin 'het verhaal' op allerlei manieren opgerekt en versplinterd raakt. De eerste internationale sterren van dit genre (Stan Douglas, Doug Aitken, Eija-Liisa Ahtila) maken inmiddels megaproducties. Omer Fast houdt het kleiner, maar voegt schurende, politieke elementen toe die echt zijn en er ook écht toe doen. Hij biedt daarmee die uitzonderlijke omweg van de kunst om de wereld beter te begrijpen.


Klassiek


Oestvolskaja: ****

Oestvolskaja Festival. 27-29/5.


Bij het beluisteren van muziek van Galina Oestvolskaja dringt de vergelijking zich op met de suprematistische schilderijen van Kazimir Malevitsj: schilderijen met slechts een zwart vierkant, of - een betere analogie - twee rechthoekige balken die samen een kruis vormen. Het is kunst die met tot het uiterste gereduceerde middelen een mededeling van een maximale intensiteit wil overbrengen.


'Er is geen land ter wereld waar haar werk zich zo vast in het muziekbewustzijn heeft genesteld', zegt Elmer Schönberger vrijdag, bij het eerste concert van het aan Oestvolskaja's muziek gewijde festival. Hij doelt daarmee niet op Rusland, maar op Nederland en schenkt niet al te veel aandacht aan de rol die hij daar in 1989 zelf bij speelde als ontdekker ven de in St.Petersburg levende kluizenarescomponiste. Feit is dat Oestvolskaja's oeuvre vooral dankzij dirigent/pianist Reinbert de Leeuw nadien een stevige triomftocht gemaakt heeft, die de componiste er zelfs toe bracht haar isolement te verbreken. De laatste jaren van haar leven (ze overleed in 2006, 87 jaar oud) stapte ze bij tijd en wijle zomaar het podium op.


'De vrouw met de hamer' was het epitheton dat Schönberger voor haar uitvond. Bij dit opvallend goed bezochte festival, waar een substantieel deel van haar werken tot klinken komt, blijkt dat meer dan ooit te kloppen, vijfenveertig jaar lang, van haar eerste 'officiële' compositie, een Pianoconcert uit 1946, tot haar in 1990 geschreven Vijfde Symfonie. In dat laatste stuk deelt de slagwerker gigantische klappen uit op een grote houten kist. Zelfs in een in 'sociaalrealistisch' idioom gevat Symfonisch gedicht zijn nog sporen van haar kenmerkende muzikale spijkerschrift aanwijsbaar. Dat curieuze stuk werd vrijdag uitgevoerd door het Noord-Nederlands Orkest, dat vervolgens zichzelf oversteeg met een elektriserende lezing van het hecht geconstrueerde Pianoconcert.


De combinatie met de Michelangelo-Suite van Oestvolskaja's leermeester Sjostakovitsj bleek zinvol omdat die daarin een citaat uit het Trio van zijn leerlinge heeft verwerkt. Dat Trio klonk zaterdag, in combinatie met Sjostakovitsj' Vijfde strijkkwartet, waarin hetzelfde thema opduikt. Het prangende werk doet naar verhouding aan als geruststellende, welluidende muziek.


Het leeuwendeel van de uitvoeringen komt voor rekening van Asko/Schönberg. In snijdende vertolkingen leggen de musici het traject bloot dat Oestvolskaja aflegde: van tamelijk strikt noot-tegen-noot-contrapunt vol canons en behendig botsende lijnen, naar stukken die zijn opgebouwd uit onverbiddelijk dreunende clusterklanken, dikwijls in extreme registers, opgetrokken een obsessief, uit een handvol noten bestaand kernmotief. Hoogtepunt is wel de Symfonie nr.2 - 'Ware, eeuwige zaligheid!', waarin de schroeiende klanken van twintig blazers, een slagwerker en een pianist (een meekreunende De Leeuw) worden afgewisseld door een recitant die in grauwend, theatraal Russisch het motto van het werk debiteert.


Voor de laatste twee 'symfonieën' van Oestvolskaja is maar een handjevol musici nodig en lang duren ze ook niet. Maar de bijtende, onopgesmukte noten schuren even indringend langs elkaar heen. Lapidaire, rituele muziek, gecomponeerd in een cultureel en politiek klimaat dat al ruim twintig jaar tot het verleden behoort. De urgentie is er niet minder om.


Theater


Bloed & rozen: ****

Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles, door het Toneelhuis. Tekst: Tom Lanoye. Regie: Guy Cassiers, 26/5. Tournee: toneelhuis.be


Wanneer de Dauphin wordt gekroond en het zachtgefilterde licht de majestueuze kathedraal doet glanzen in een gouden gloed, denk je: ja. Zo moet het de bouwmeester bij de constructie van dit godshuis voor ogen hebben gestaan. En ja: zovele eeuwen later zien wij het even opnieuw. Dankzij Guy Cassiers. En dankzij Tom Lanoye. Na buitengemeen fraaie voorstellingen als Mefisto for ever en Atropa. De wraak van de vrede, presenteren regisseur en auteur nu bij het Antwerpse Toneelhuis hun nieuwste: Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles. Opnieuw een geslaagde samenwerking, waarin vaak overrompelend beeld en bijzonder, poëtisch taalgebruik elkaar versterken in prikkelende en verschrikkelijke taferelen.


Lanoye vervlocht hiertoe de geschiedenis van de legendarische Jeanne d'Arc met die van maarschalk Gilles de Rais en veroorloofde zich (getuige ook de ondertitel) daarbij de nodige dichterlijke vrijheid. Hij ontleende de titel aan Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen ('Zo bont was het leven - zo verdroeg het de geur van bloed en rozen door elkaar'), de befaamde cultuurhistorische studie van de neergang van die samenleving. Een heftige periode, die Lanoye voelbaar wil maken door in te zoomen op deze twee heel verschillende personages, en ze ook kort samen te brengen.


Rozen, om te beginnen, is het verhaal van Jeanne (1412-1430). Een maagdelijke herderin die zich door goddelijke stemmen geroepen voelt zorg te dragen voor die (prachtige) kroningsceremonie van de Dauphin, en die het vrij en onverveerd met een eigen leger opneemt tegen de Engelse bezetter.


Actrice Abke Haring is de gedroomde Jeanne. Androgyn en frêle in haar mannenkledij, gedreven en ontwapenend. Ze maakt een mooie dramatische ontwikkeling door: aanvankelijk zelf ook wel een beetje verbaasd over haar plotse, niet geringe invloed aan het Franse hof, groeit allengs haar overtuiging dat ze een heel bijzondere missie heeft. Uiteindelijk maakt het haar roekeloos en overmoedig, tegen het godsdienstwaanzinnige aan.


Ondertussen regeren willekeur, onverschilligheid en opportunisme. Niemand grijpt in wanneer Jeanne vrij onverantwoord opnieuw ten strijde trekt. Ze wordt gevangen genomen, overgedragen en uiteindelijk tot de brandstapel veroordeeld. De scène waarin ze zich wanhopig afvraagt of ze wel tegen de martelingen opgewassen zal zijn, is een van de ontroerendste uit de voorstelling.


Bloed, vervolgens, is vele malen grimmiger en ook afstandelijker. Het is het verhaal van Gilles (1404-1440), in het eerste deel nog een innemende ridder, nu een steeds verder ontsporende duistere figuur. Gaandeweg blijkt hij tot de ergste daden in staat, maar zeker zo angstaanjagend is, dat hij heel veel mensen meekrijgt in zijn seks-, moord- en verdoezelpraktijken.


In dit tweede deel komen alle acteurs uit deel één terug, zij het in andere rollen; alleen Johan Leysen blijft Gilles. Maar de meeste personages - stuk voor stuk fijn neergezet - zijn eigenlijk vrij inwisselbaar in hun dodelijk egocentrisme. En dan begint de blik zich voorzichtig te keren naar het nu, en klinken bekende woorden door van foute kardinalen, en hoge omes die van bunga-bunga houden.


Was er in voorgangers Mefisto en Atropa nog mogelijkheid tot hoop op medemenselijkheid, in 'Bloed & rozen' voelt die als vervlogen. Het is een verhaal dat op vernuftige wijze een volkomen corrupt systeem tegen het licht houdt, waarin keihard (kerkelijk) machtsspel aan de orde van de dag is. Actueel, soms schokkend in de terloopsheid, en griezelig mooi van vorm.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden