RecensiesComponist Thomas Adès

Cherkaoui trekt je mee, bij Dawson is de zuigkracht minder Het nationale balletKrakend verse piccolonootjes KCO/ADèsBij vlagen intrigerend Het meisje dat te veel van lucifers hield

DANS / Het Nationale Ballet * * *

Cherkaoui/Dawson door Het Nationale Ballet. Met choreografieën van Sidi Larbi Cherkaoui (Labyrinth) en David Dawson (Timelapse/(Mnemosyne)). 17/6, Het Muziektheater, Amsterdam. T/m 25/6. hollandfestival.nl

Programma met twee balletten: één van Sidi Larbi Cherkaoui en David Dawson.

Dit is een programma zoals je dat vaker door Het Nationale Ballet gemaakt zou willen zien: een avond met alleen maar moderne balletpremières, waaronder een gastchoreografie van Sidi Larbi Cherkaoui.

Deze Vlaams-Marokkaanse jongeman (34) is een onafhankelijke geest in de eigentijdse dans. Dat Het Nationale Ballet, toch meer een bolwerk van traditie en virtuositeit dan een platform voor ontwikkeling en experiment, hem heeft gevraagd, is opmerkelijk en beloftevol.

Vanuit de nok van het toneelhuis tot op de grond hangen witte banieren, een knipoog naar de linten van spitzen. Ze vormen een strakgespannen lijnenspel en worden met contragewichten aan de uiteinden, maar verbeelden ook een bos om in te verdwalen of een tent om in te schuilen. Labyrinth is als het leven, lijkt Cherkaoui te willen zeggen. Een zoektocht waarbij van alles op je pad komt. IJkpunt is een vrouwfiguur. Aan het begin beweegt zij zich ongericht, met onvaste benen, zoekende voeten en zelfs kreupel slepend. Aan het slot vormt zij een gerichte lijn naar boven, hangend aan één overgebleven lint, krachtig op de punten van haar spitzen.

De wereld daartussen is wonderlijk, bijna mythisch, en mooi versmolten met de nieuw gecomponeerde muziek van Szymon Brzóska, waarin xylofoons en woodblocks het mysterie nog exta doen tinkelen. Hier wandelt een danseres over een zee van mannen in zwarte rokken en tikt een even imponerende massa vrouwen keihard flamencoritmen met de punten van hun balletschoenen, onderwijl hun handen zacht en sierlijk om elkaar heen vlinderend. Hier duiken fragiele solo's en emotioneel verschillend gekleurde duetten op, maar kan de vloer ook zijn gevuld met figuren in zwarte monnikspijen die draaien, tollen en zwieren als wervelende derwishen. Iets meer contrapunten hadden niet misstaan, maar de organische stroom van beelden en sferen wordt prachtig gedanst en zuigt je onherroepelijk mee.

Bij David Dawson (39), voormalige huischoreograaf van Het Nationale Ballet, is die zuigkracht minder sterk, hoeveel heftiger en opdringender zijn beelden ook zijn en hoeveel complexer hij de dansers ook laat bewegen. Want dat moet gezegd: Dawson is een balletman pur sang en jongleert virtuoos met de klassieke techniek en taal. Doodzonde is echter dat hij van geen ophouden weet; timelapse/(Mnemosyne) dendert maar door, zonder rust of stilte, met als gevolg overkill en onverschilligheid.

De titel heeft met tijd en geheugen te maken, en verwijst direct naar de Griekse mythologie. (Mnemosyne was het wezen dat woord en taal uitvond.) Net als Cherkaoui zet Dawson een heel eigen universum neer, wat knap is. Dat van hem bestaat uit monumentale witte muren met projecties van zich eindeloos vermenigvuldigende filmbeelden van dansers, kloeke woorden (reconsider everything) of felgekleurde abstracte tekeningen, als vuurwerk.

In dit visuele bombardement springen en draaien de dansers naar hartelust en worden de vrouwen, veelal in ijl wit, in enorme spagaten als wezenloze objecten door de lucht getild. Je hoort flarden van telefoongesprekken. Werkelijk contact is er, op een omhelzing na, niet. Het is esthetisch, deze virtuele werkelijkheid of an-other space out there, met hier en daar theatrale accenten als een masker of rode handschoenen. Maar wat Dawson ermee wil zeggen? Uiteindelijk is zijn perfectie vooral gelikt design. Net te bloedeloos.

Mirjam van der Linden

-------------------------

MUZIEK / Kco Thomas Adès * * * *

Matthijs Vermeulen, Thomas Adès. Leila Josefowicz, Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Thomas Adès. Amsterdam, Concertgebouw, 17/6. Uitzending op 26/6 via Radio 4.

De musici van het Koninklijk Concertgebouworkest holden de afgelopen week heen en weer tussen het Muziektheater, het Concertgebouw en het Muziekgebouw aan 't IJ.

Van een smachtende klarinet in de opera (Jevgeni Onjegin) op een drafje naar een trits premières met krakend verse piccolonootjes van Thomas Adès, dan terug naar Tsjaikovski's liefdesdrama en vervolgens als een haas door naar een kamermuziekconcert.

Het motto En route, van het concert dat het eerste seizoen van de serie Actueel, Avontuurlijk, Aangrijpend afsloot, was een schot in de roos.

Thomas Adès (Londen, 1971), die na een vliegende start de wereld veroverde met composities waarin de dreunende technobeats van zijn tijd doorsijpelen, maakte bij het KCO zijn debuut als dirigent.

In die nieuwe tak van sport beweegt hij nog wat stroef, maar de combinatie met het gepassioneerd spelende orkest leverde een uitzonderlijk spannende avond op. Bijzonder: Adès opende met een werk van de Nederlander Matthijs Vermeulen (1888-1967), een componist die zelfs in eigen land zelden aandacht krijgt.

Delen uit De vliegende Hollander, een waterfeestspel uit 1930, rijmden verrassend goed op de werken van Adès zelf. Ook Vermeulen legt verschillende instrumentale lagen over elkaar heen en bereikt zo een veelstemmig toonweefsel. In De vliegende Hollander speelt hij met de texturen van de instrumenten, met korte houttonen van een marimba bijvoorbeeld.

In Adès' vioolconcert Concentric paths meanderden de soloviool van Leila Josefowicz en een piccolo in de hoogste registers om elkaar heen. Later kwam die stratosferische viooltoon terug, nu met een kleiachtige laagte in het orkest. Naar vergelijkbaar ijzige hoogten reikt Adès in zijn nieuwste werk Polaris.

Breed zwaaiend loodste hij het orkest door Tevot, waarin koperblazers in groepjes verspreid waren over het podium. Dichte en dunner geïnstrumenteerde partijen, snelle en net iets minder snelle lijnen, frommelige en strakke bewegingen vlochten zich ineen en maakten zich weer van elkaar los.

De AAA-serie, waarin beeldende kunst, discussies en optredens van dj's worden gecombineerd met nieuwe muziek, heeft zijn succes bewezen. Het slotconcert van dit eerste seizoen werd bijgewoond door een groot aantal jonge mensen, nieuw publiek dat binnenkomt via de zijdeur van de beeldende kunst, film en avantgardepop.

Applaus mengde zich met enthousiast gejoel. Het Concertgebouw heeft zijn aansluiting bij de jeugd gevonden.

Bela Luttmer

-------------------------

THEATER / Het meisje dat te veel van lucifers hield * *

Julie Van den Berghe, Frascati Amsterdam/NTGent. Frascati WG, 17/6; frascati.nl

Een gerechtvaardigde straf. Vlammen die langs een gelaat likken. Een jongeman die nauwelijks kan praten en een meisje dat onophoudelijk praat, over straf en brandwonden en pijn. Het is hier heel akelig allemaal, dat is vanaf het betreden van de zaal meteen duidelijk. De speelvloer bestaat uit twee catwalk-achtige plankieren waartussen een paar gammele 'bruggetjes', waarover je van de een naar de ander kunt klauteren. Bij binnenkomst is een van de plankieren gedekt als een tafel. Gedempt licht, kaarsen. Een feestdis is het niet; de komende anderhalf uur zullen we getuigen zijn van een reeks onaangename, wrede, duistere en ook raadselachtige scènes.

De Vlaamse theatermaakster Julie Van den Berghe (1981) won vorig jaar de Ton Lutz Prijs voor meest veelbelovende afstuderende regisseur; in september trad ze in vaste dienst bij NTGent en inmiddels kon ze ook aan de slag bij de Münchner Kammer-spiele. Voor haar nieuwste voorstelling bij productiehuis Frascati wendde ze zich tot de Canadese schrijver Gaétan Soucy.

Zijn roman Het meisje dat te veel van lucifers hield diende als basis; het resultaat is uiteindelijk een bewerking van een bewerking geworden waarbij een strikte verhaallijn ontbreekt, maar er in de scènes wel de kern van de inhoud is overgebleven.

Ook is er een sprookje van La Fontaine in verweven en hebben de makers zich 'onbeschaamd' door David Lynch laten inspireren, aldus de regisseuse in een begeleidend interview.

Nu, dat is inderdaad allemaal terug te vinden. Een dominante vader heeft zijn kinderen geïsoleerd opgevoed, ver van de bewoonde wereld in een of ander groot landhuis, met Spinoza en de Bijbel, en god mag weten wat nog meer. Er zijn in die afzondering dingen gebeurd die het daglicht vermoedelijk niet kunnen velen, er zijn slachtoffers gemaakt en daders opgestaan.

Zeker in het begin prikkelt de voorstelling de fantasie en nieuwsgierigheid en nergens speelt Van den Berghe op het sentiment - in dat opzicht, en in het strakke ritme van haar beeldende scènes, is ze heel consequent. Voor de jonge spelers is dat - begrijpelijk - erg moeilijk. Ze hebben schrijnende teksten, maar nergens kruipt het onder je huid. Steven Van Watermeulen als doodgriezelige vaderfiguur die net zo makkelijk een ook niet al te veel vertrouwen inboezemende psychiater neerzet, is als vanouds sterk.

Het meisje dat te veel van lucifers hield is dan bij vlagen intrigerend, verraadt absoluut talent, maar verliest gaandeweg aan spanning. Uiteindelijk ontbeert de voorstelling dan toch de nodige urgentie en een nog iets fermere eigen signatuur.

veroverde na een vliegende start de wereld met composities waarin de dreunende technobeats van zijn tijd doorsijpelen. Bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest in Amsterdam maakte hij zijn debuut als dirigent.

Karin Veraart

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden