Recensie: Non-fictie De jongens van Gerard Reve

Teigetje was een grote liefde van Gerard Reve. Volgens de Volksschrijver ging het fout toen de 'hysterische' Woelrat aan boord kwam. Maar zoals bij elke echtscheiding lopen de twee versies van het drama sterk uiteen.

Memoires ****


Teigetje & Woelrat ons leven met reve

Ze noemen zichzelf nog altijd Teigetje & Woelrat, hun oude koosnaampjes. De Jongens van Gerard Reve. Ook hun bedrijf, in 'mode- en interieur-design', draagt die naam. Sinds kort is daar op hun website aan toegevoegd: 'en literatuur'. Want ze hebben een boek geschreven. Dat kon niet anders heten dan Ons leven met Reve.


'GOD IS DE LIEFDE' zou volgens Gerard Reve op een houten kruis bij zijn graf moeten komen te staan. Het staat er niet. Hij werd evenmin begraven in het Friese Greonterp, waar hij met Willem van Albada (Teigetje) en Henk van Manen (Woelrat), soms gelukkig is geweest en waar hij zijn beste werk heeft geschreven. Het werd Machelen, België, een troosteloos kerkhof en een kil praalgraf. De doodskist die hij ooit in Greonterp had besteld, van degelijk eiken, bleef ongebruikt. Of er 'met onbekrompen maat' werd gedronken, zoals Reve wenste in zijn gedicht Eind goed, al goed, is onbekend. Maar er speelde geen harmonie 'langzaam en vroom, met veel koper'. Er daalde evenmin iets neer 'dat veel lijkt op geluk'.


Het boek begint bij Reves gapende graf. Daar staan zij, de Jongens met wie de Volksschrijver een tijdje serieus getrouwd was. Niet gebeld door weduwnaar Joop Schafthuizen. Niet uitgenodigd. Ze mogen net als de andere fans hun bloemen achterlaten. 'Waarom wordt de Schrijver niet naar zijn graf gedragen op de schouders van knappe geüniformeerde kadetten?', vragen ze zich boos en verdrietig af. En waar is de rij jonge voetballertjes, die tegelijk hun sportbroekjes laten zakken, 'hun stoute billen tonend als groet'? Ze waren Reves liefdespartners, ze werden literaire personages, hun hele leven zou beïnvloed blijven door deze onmogelijke man. Maar wat rest, is diepe frustratie.


Het is bij echtscheidingen altijd goed om het verhaal van twee kanten te horen. Reve vertelde zíjn versie in vele brieven. Het zat zo: hij had zes harmonieuze jaren gehad met zijn grote liefde Tijger, totdat in 1969 de 'hysterische' Woelrat zich ertussen wrong. Biograaf Nop Maas beschrijft dat niet zo in het tweede deel van zijn biografie, De rampjaren, maar hij kiest wel Reves perspectief. Het ging allemaal heel anders, schrijft Van Albada, de verteller in dit boek. Maas was er immers niet bij geweest.


Het was niet eens jaloezie waardoor het trio uiteenspatte. Woelrat, een idolate Reve- bewonderaar, was volgens de wetten van het revisme hun beider vriend en minnaar. Het was prettig voor Tijger om een leeftijdgenoot in huis te hebben, als tegenwicht tegen het dictatoriale gezinshoofd. Het ging een tijdje goed. Vooral als ze samen ijverig aan het slopen en bouwen waren, eerst in Friesland, en later op het Geheime Landgoed in Frankrijk.


Drank, depressie en agressie, daaraan ging de liefde kapot. Teigetje, die geneeskunde en farmacie had gestudeerd, werd op den duur verpleger. Hij diende Reve medicijnen toe tegen slapeloosheid, en gaf hem een kalmerende spuit als de woedeaanvallen gevaarlijk werden. Naarmate Reve meer succes kreeg, werd hij grilliger. Van de ene op de andere dag moest het met zorg verbouwde huis in Greonterp worden verlaten en trokken ze in bij Woelrats moeder in Veenendaal. Het samenleven met 'Maman' in een kleinburgerlijke wijk liep uit op een drama. Zonder overleg trok Reve in bij Guus van Bladel in Weert en liet zich, volgens de Jongens, door hem inpalmen. Maar als Reve in Frankrijk zat en gek werd van eenzaamheid, moesten ze hem wel onmiddellijk ophalen.


Ruimte om een eigen leven op te bouwen kregen ze niet. De verzorging van Gerard was een dagtaak. Ze hadden niks in te brengen. 'Zoals het vaker gaat bij een selfmade man denkt hij opeens overal verstand van te hebben', schrijft Van Albada. Tijger en Woelrat zetten door en begonnen een pottenbakkerij annex winkel; de opening werd versjteerd door Reve die, met Simon Carmiggelt op de eerste rij, gore grappen maakte over de modellen.


Uit een brief aan Carmiggelt blijkt dat Reve heus wel in de gaten had waarom de relatie stuk liep: 'Tijger en Woelrat zijn nu met elkaar getrouwd, en ik ben de vader of oom geworden. Het is smartelijk, maar goed. Met mij hebben die Jongens geen toekomst', schrijft hij in 1972. Er volgt een lange rij nieuwe Verloofdes. Maar in 1974 vraagt Reve aan zijn 'wichelaarster' Josine Meijer: 'Weet jij een goede handleiding om magie te bedrijven? (Bijvoorbeeld om Tijger terug te toveren.)'


Van Albada's toon is tegelijk bitter en weemoedig. Trouwhartig gebruikt hij vele reviaanse clichés. Liefde en woede strijden nog steeds om voorrang. De slotscène is veelzeggend. Tijger en Woelrat zijn op bezoek bij Reve en de niet met name genoemde Nieuwe Vriend, die plat praat en 'Dimme Gerard!' schreeuwt. Ze zijn verbijsterd: 'Vroeger verafschuwde en minachtte Gerard plat pratende mensen.' De volgende dag belt Schafthuizen en scheldt hun de huid vol. Uiteraard mochten ze voor dit boek niet uit Reves brieven citeren. Maar hun ontroerende verhaal is verteld.


Balans; 320 pagina's; € 24,95.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden