Rebellie onder de rebellen

Raqqa is de eerste Syrische stad waar opstandelingen aan de macht zijn. Een voorbeeld voor het nieuwe Syrië? Correspondent Remco Andersen ziet volle markten, maar verdeelde rebellen.

Het Haroun al-Rashidpark in downtown Raqqa heeft het optimisme van een gebied dat net is bevrijd. Het gezicht van de belaagde dictator is van de muur gebeiteld, families met kinderen genieten van de lentezon, het zwart-wit-groen van de rebellenvlag siert de bomen, muren en lantaarnpalen.


Maar in deze stoffige plattelandsstad is de revolutionaire driekleur minder een spontane uiting van vreugde dan het bewijs van een ontluikende ideeënstrijd die weleens een voorbode zou kunnen zijn van het toekomstige Syrië.


De muurschilderingen zijn niet aangebracht toen Raqqa net werd 'bevrijd', maar weken later, als een boze reactie op het gedrag van haar islamistische bevrijders. Want sommigen hier vrezen dat zij zich als nieuwe bezetters zullen gedragen.


'Op de vlaggen en muren in Raqqa uit zich een verborgen oorlog', zegt de jonge ambtenaar Abu Ahmad, terwijl hij gekleed in een suède jasje zijn blik over het park laat gaan. Hij zwaait met zijn arm naar de revolutionaire driekleur in het groen en de zwarte vlag van de militante islam in de verte. 'Nu zijn beide vlaggen nog te zien. Maar uiteindelijk zal er één overblijven in Syrië.'


Het gelijknamige Raqqa wordt waarschijnlijk de eerste provincie van Syrië die volledig in handen van rebellen valt. De ontwikkelingen in de aanloop naar dat moment, en het gedrag van de veroveraars en bewoners erna, bieden mogelijk een eerste inkijkje in de manier waarop meningsverschillen in het toekomstige Syrië worden opgelost.


Het noordelijke Raqqa is de graanschuur van Syrië. Op weg van de Turkse grens naar de hoofdstad tuffen boeren voorbij op oude tractoren, langs akkers en irrigatiekanalen, hun verweerde gezichten vaak omlijst door traditionele rood-witte hoofddoeken. Vrouwen met tassen op hun hoofd schuifelen door het zand langs de wegen. De Eufraat slingert als een dikke blauwe lijn door eindeloze groene en lichtbruine velden.


Vanuit die velden stormden oppositiestrijders twee maanden geleden de provinciehoofdstad binnen. Raqqa viel op 4 maart, na een aanval onder leiding van de islamistische brigades die eerder over de rest van het noorden en oosten walsden. Het regime is zwak, concentreert zijn troepen op het centrum van het land en werd overrompeld.


Zwarte banier

De conservatieve salafisten van Ahrar al-Sham ('Vrije mannen van de Levant') hebben nu de meeste macht ter plekke. Zij zijn in hun aanval bijgestaan door het uiterst radicale Jabhat al-Nusra ('Het Steunfront'), dat onlangs trouw aan Al Qaida zwoor, en een verzameling lokale brigades.


Prompt na de val van Raqqa hesen de veroveraars een enorme zwarte banier met de islamitische geloofsbelijdenis - 'Er is geen God behalve Allah en Mohammed is zijn profeet' - boven het voornaamste plein in de stad. Gemaskerde mannen in het zwart namen de straten in en de jihadisten van Jabhat al-Nusra verspreidden flyers die aankondigden dat de bevrijdingsvlag werd verruild voor de zwarte vlag van militante islam.


Potten verf

Dat schoot twee studenten in het verkeerde keelgat. Samen met vele andere pro-democratische inwoners van de stad gingen Mutassim al-Rashid en Mohammed Shabaan de straat op met potten groene, witte en zwarte verf en schilderden het stadscentrum vol. 'De revolutionaire vlag staat voor de martelaren die zijn gevallen, de vele duizenden die vastzitten', zegt Mutassim. 'Voor een civiele staat, met godsdienstvrijheid, verkiezingen en democratie. Terwijl de zwarte vlag staat voor strikte islam. Jabhat al-Nusra en Ahrar al-Sham hebben onze revolutie gekaapt.'


Een paar weken later sluimert dit soort twisten nog altijd onder de oppervlakte, maar vooralsnog blijven ze beperkt tot vlagvertoon en graffiti. De reden: een gemeenschappelijke vijand. De strijd tegen het regime is in Raqqa nog niet gestreden. Het lawaai van oorlogsgeweld dendert zo nu en dan over de daken. Assads luchtmacht helpt belegerde militairen in de nabijgelegen Divisie 17, aan de rand van de stad, maar af en toe valt er ook een raket of een vliegtuigbom op de bewoners. Vorige week herinnerde het regime burgers eraan dat het bevrijde Raqqa niet vergeten is, toen rond middernacht met een enorme knal en stofwolk een gronddoelraket insloeg.


Terwijl angstige jongemannen even later tussen de brokstukken graven naar overlevenden, somt een ambulancemedewerker het resultaat op. Twee doden, een zwaargewonde 'en een hoop ledematen'. Later loopt het dodental op naar drie. 'Ze willen dat wij ons tegen de rebellen keren', zegt een buurjongen, terwijl zijn onderlip en vingers hevig trillen: hij is maar net aan de dood ontsnapt. 'Zodat we hun de schuld geven van het geweld.'


De constante dreiging heeft het tegenovergestelde effect. In Raqqa kom je nauwelijks aanhangers van de ideologie van radicale islamisten tegen, maar velen bewonderen wel hun militaire successen. De 30-jarige Mahmoud, uitbater van een cosmeticawinkel, reageert woedend als hem wordt gevraagd naar zijn mening over Jabhat al-Nusra.


Instemmend gebrom

'Waarom hebben jullie het in het Westen voortdurend over Jabhat al-Nusra?', roept hij, onder instemmend gebrom van omstanders. 'Het zijn vijf-, zesduizend mensen. Waarom heb je het niet over de duizenden die hier worden afgeslacht? Jullie noemen Jabhat al-Nusra terroristen? De westerse landen die ons in de steek laten, zijn net zo goed terroristen.'


Ook Mahmoud wil een democratische, civiele staat, zegt hij. 'Maar ik hijs de vlag van iedereen die mij beschermt tegen Assad. Nederlanders hebben toch Patriot-raketten aan de Turkse grens? Schiet die verdomde Scuds neer en ik hijs een Nederlandse vlag.'


Dreigende ideeënstrijd

Bijna twee maanden nadat de stad viel, terwijl de gevechten onverminderd doorgaan, lijkt in Raqqa een voorzichtig evenwicht te zijn ontstaan. Het uiterst radicale Jabhat al-Nusra heeft hier door zijn opstelling flink aan populariteit ingeboet. De dreigende ideeënstrijd is opgeschort zolang de troepen van Assad nog moeten worden bestreden en symbolen van beide ideologische stromingen - pro-democratisch en radicaal-islamitisch - wapperen rond de stad.


Een lokale commandant van de facto machthebber Ahrar al-Sham, met de schuilnaam Abu Qatada, erkent dat er een conflict op de loer ligt. Hij omschrijft zijn groep - ietwat rooskleurig - als 'de middenmoot'. 'Wij willen een islamitische staat met wetgeving gebaseerd op de sharia van Allah: de Koran en de soenna (overleveringen uit de tijd van de profeet)', zegt hij. 'Maar het wordt een moderne staat; het afhakken van handen zullen veel mensen niet accepteren.'


Over verkiezingen houdt hij zich op de vlakte - 'persoonlijk wil ik een goede leider die God vreest en de sharia toepast', maar hij bezweert dat meningsverschillen vreedzaam worden opgelost. 'Dit is mijn volk. Ik kom uit Raqqa. Als ik met ze ga vechten, ben ik net als Assad.'


Pas als de troepen van Assad in de hele provincie zijn verslagen, zegt Abu Qatada, 'gaan we kijken naar het opbouwen van de stad en een terugkeer naar het normale leven. Nu zit 90 procent van ons nog met zijn hoofd in de strijd.'


Maar Assads leger heeft nog drie bases in de provincie in handen en niemand weet hoe lang die standhouden. Als de nieuwe machthebbers in Raqqa niet opschieten, zou het tij zich weleens tegen hen kunnen keren. De grotendeels islamistische strijders zien zich hier voor het eerst geconfronteerd met de beslommeringen van dagelijks stadsbestuur.


Volle schappen

Op het oog gaat het redelijk. Op de drukke 13 Februaristraat in het centrum hangt shoarmavlees te sudderen, bewoners slenteren langs de volle schappen van minimarkten en groentewinkels, en marktkoopmannen verkopen sjaaltjes van alle aanwezige partijen en ideologieën.


Raqqa heeft een behoorlijke stroomvoorziening, met dank aan een nabijgelegen stuwdam aan de Eufraat die Jabhat al-Nusra eerder innam. Ahrar al-Sham controleert de graansilo's en regelt brooddistributie tegen normale prijzen. 'Vergeleken met Aleppo is Raqqa een paradijs', zo vat een bewoner samen.


Maar het zou weleens een tijdelijk paradijs kunnen zijn. De rebellen teren in op graanreserves. Niemand weet hoe lang die nog voldoen. Het gerucht gaat dat ten minste één van de silo's onder controle van Ahrar al-Sham is gebombardeerd. De landbouw lijdt onder tekorten aan water, brandstof en mankracht. De komende maanden wordt duidelijk hoezeer de oogst in de graanschuur van Syrië het te verduren heeft gehad onder de burgeroorlog.


De brandstofschaarste neemt toe. Rebellen tappen steeds meer ruwe olie af uit een pijpleiding die door de provincie loopt. Ondernemende plattelandsbewoners zetten die in de achtertuin om in iets wat moet doorgaan voor benzine en diesel. In Raqqa klagen chauffeurs tijdens het gekuch van hun auto's over verwoeste motoren en mismanagement door de brigades.


Veruit het grootste probleem is het uitblijven van salarissen. Bijna de helft van de volwassenen in Raqqa werkte vroeger voor de overheid, en die betaalt niet meer uit. Nadat rebellen aanvankelijk het voordeel van de twijfel kregen - alle begin is moeilijk - neemt de onvrede toe. De afgelopen weken demonstreerden woedende leraren en andere ambtenaren voor de deuren van de Centrale Bank in Raqqa, waar Ahrar al-Sham de wacht houdt.


De groep zegt de kluizen niet in te kunnen, maar boze burgers beweren dat de strijders stiekem grote stapels bankbiljetten hebben weggesleept. Zij eisen geld, het maakt niet uit hoe en van wie.


'Het probleem is dat er geen leiderschap is in de stad', zegt Bashir Howeidi, leider van Haquna (Ons Recht), een van de voornaamste actiegroepen in Raqqa.


'De afgelopen maanden was het allemaal nog nieuw, maar mensen worden nu rusteloos. Ahrar al-Sham blijft zeggen dat de strijd prioriteit heeft en de rest moet wachten. Maar zonder oplossing krijgen we demonstraties en andere rotzooi. Ik geef het nog een maand of twee, en dan wordt het chaos.'


Bezwete gezichten

Het geknetter en geknal in het Rashid park is tot ver in de omgeving te horen. Het klinkt als een machinezaag. Zand waait rond de achteloze drentelaars, mannen rennen heen en weer met bezwete gezichten, het strijdgewoel tussen het groen stuurt wolken met rommel over het pleintje.


Als het stof is neergedaald, komt een veertiger in trainingspak met een stel flyers te voorschijn. Terwijl de lawaaiige tuiniers de heggen snoeien en het gazon maaien, overhandigt hij een papiertje. 'Schoonheid is de basis van beschaving.' Was getekend: de zonen van Raqqa.


'Een maand geleden herkenden wij onze stad niet meer', zegt Abu Ahmad, net als de andere vrijwilligers medewerker van de lokale stadsreiniging. 'Vuilnis overal. Wij willen hier geen ziekten zoals in Aleppo en Homs, dus besloten we er wat aan te doen.'


De dienstverlening in Raqqa draait nu goeddeels op vrijwilligers. Dat is op termijn onhoudbaar. Burgeractivisten ijveren voor een civiel bestuur om de problemen aan te pakken, maar hebben weinig om zich aan vast te klampen behalve de hoop dat schijnbaar eindeloos overleg met brigades resultaat zal opleveren.


Volgens Bashir van de actiegroep Haquna kunnen twee zaken een potentiële burgerregering versterken. De Syrische Nationale Coalitie, een oppositiekoepel die buiten Syrië opereert, moet geld geven aan een nieuw te vormen burgercomité.


De tweede boost kan komen uit de olie-industrie in de noordoostelijke provincies van Syrië, waar de rebellen sterk zijn. De Europese Unie kondigde onlangs aan olie te kopen van de oppositie, maar de productie is in handen van strijders.


Als de EU niet duidelijk maakt dat zij uitsluitend zaken zal doen met een, op dit moment nauwelijks bestaand, civiel bestuur, zegt Bashir, verdwijnt al het geld in de oorlogskas en ziet de bevolking in het rebellengebied geen cent.


Voor ons stopt een auto. Drie mannen met bivakmutsen en kalasjnikovs stappen uit en eisen identificatie. Ze zeggen dat ze van de pro-democratische Farouq Brigade zijn en een paar vragen hebben. Maar dat is raar; we komen net bij Farouq vandaan en diemannen waren helemaal niet dreigend. Of gemaskerd.


Deze jongens wel. Als Azouz, de 'fixer' die mij helpt tijdens deze reportagereis, en ik weigeren in te stappen, proberen ze ons de auto in te slepen. Die heeft geen nummerbord, zie ik vanuit een ooghoek. Zwarte ramen. Het ziet er daar niet veilig uit.


Gemaskerde ontvoerders

Dan lopen twee reguliere rebellen voorbij. Ook met wapens, geen maskers. De oudste heeft zelfs een stapel brood op zijn arm. Ik roep dat ze ons moeten helpen, dat we worden ontvoerd. De mannen lopen naar ons toe en praten met de drie gemaskerde ontvoerders. We staan voor de deur van onze slaapplek en Azouz trommelt snel twintig mannen op. De bivakmutsen taaien af, maar waarschuwen dat ze terugkomen.


Het wordt bijna de zoveelste ontvoering in het door oorlog verscheurde Syrië. Dat tekent de uitdagingen voor de nieuwe heersers in Raqqa en voor de toekomstige leiders van het land. Elders in rebellengebied leidt een afgebrokkelde rechtsorde en het gebrek aan handhaving van publieke veiligheid tot een grote toename van diefstallen en geweld.


De ontvoeringsindustrie tiert welig. Soms verdwijnen mensen om politieke of sektarische redenen, maar steeds vaker proberen criminele bendes een slaatje te slaan uit het veiligheidsvacuüm dat achterbleef toen het regime vertrok.


In Raqqa zijn veel mensen voorlopig nog redelijk positief over de veiligheidssituatie. Oppositiebrigades verenigd in een, vrij vertaald, Juridisch Comité proberen samen een burgerpolitie op te zetten. Maar die is vooralsnog nergens te bekennen. Er is ruzie omdat islamisten het comité zouden proberen te domineren. 'Te veel brigades, te veel belangen, geen leiderschap', vat een betrokken pro-democratische commandant samen.


Blauwdruk

Die onderlinge onenigheid slaat steeds vaker om in regelrechte strijd. Vrijwel iedere moslim wil íets van islam in de blauwdruk van het toekomstige Syrië. Maar de mate waarin varieert van het recht te trouwen volgens islamitische regels tot een islamitische staat naar het model van de 7de eeuw. De grootste tegenstelling is die tussen de pro-democratische strijders van het Vrije Syrische Leger (FSA) en de radicale jihadisten van Jabhat al-Nusra.


In maart barstte een dodelijke veldslag uit tussen de Farouq-brigade van het FSA en militanten van Jabhat al-Nusra, nadat de laatsten een checkpoint opzetten in het grensplaatsje Tal Abyad, tot dan toe Farouq-gebied. Zeker vier mensen werden gedood.


Een paar weken geleden gingen de jihadisten op de vuist met een FSA-brigade in Raqqa. Volgens bewoners vielen doden tijdens de strijd die twee dagen duurde. Het is een conflict dat elders in het land ook al is opgelaaid. De houding van beide partijen doet vrezen dat een val van Assad niet per se een einde aan het geweld in Syrië betekent.


'Wij willen geen extremisten in Raqqa', zegt Abu Hamza, leider van de Farouq-brigades in de stad, terwijl een jongere strijder rondgaat met een dienblad vol koffie. 'Zij zien andersdenkenden als ketters, en hun ideologie zegt dat ze ons moeten bestrijden. Dus, als Assad is gevallen, pakken wij Jabhat al-Nusra aan.' Ramadan, een strijder met een kortere politieke antenne, vult gauw aan: 'En ook Ahrar al-Sham, de zachte hand van Jabhat al-Nusra.'


Optimisten hopen dat Raqqa een model wordt van vreedzame samenwerking in Syrië. Er zijn genoeg goedbedoelde initiatieven. Strijders en burgers overleggen met elkaar. De dominante islamistische brigade doet duidelijk haar best niet als bezetter over te komen. Zij en pro-democratische strijders bezweren de stad te verlaten als de provincie valt.


Maar de tegenstellingen tussen de rebellen zijn groot en cynici zoals Ramadan bezweren dat het machtige Ahrar al-Sham een wolf in schaapskleren is. Grote onzekere factor is daarbij Jabhat al-Nusra, die de basis in het gouverneursgebouw nauwelijks meer verlaat. In de omgeving van Raqqa heeft de groep vele honderden strijders en niemand die weet waar zij op broeden.


De bedeesde provinciestad Raqqa laat zien waarom de kans op ogenblikkelijke vrede na de val van Assad niet groot is: boze burgers, onduidelijke plannen en verdeelde rebellen die elkaar naar het leven staan.


WAPENFEIT


Eerste provincie van de oppositie?

De oppositiestrijders in Raqqa hebben nog drie wapenfeiten te voltooien voor ze hun eerste eigen (gelijknamige) provincie hebben. Het regime zit op basis 17 aan de rand van de stad, basis 93 in het noorden van de provincie en het militaire vliegveld nabij Tabaqa, zo'n 40 kilometer verderop. De bases zijn omsingeld en het lijkt een kwestie van tijd voor Raqqa de eerste provincie wordt waar het regime is verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.