Analyse

Reanimatiecursussen gewild na hartstilstand Eriksen: ‘Als je niets doet, dan gaat het pas mis’

De hartstilstand van de Deense voetballer Christian Eriksen afgelopen zaterdag heeft tot een run op reanimatiecursussen geleid. Moeilijk is reanimeren niet, zeggen medici, en het kan levensreddend zijn. ‘Ik begrijp niet waarom mensen dit níét zouden willen leren.’

Deens fans in shock na de hartstilstand van Christian Eriksen afgelopen zaterdag tijdens de wedstrijd Denemarken-Finland op het EK voetbal. Beeld FrontzoneSport via Getty Images
Deens fans in shock na de hartstilstand van Christian Eriksen afgelopen zaterdag tijdens de wedstrijd Denemarken-Finland op het EK voetbal.Beeld FrontzoneSport via Getty Images

Arts Bernard Leenstra uit Utrecht ziet in 2018 op zijn voetbalclub een oploopje. ‘Ik dacht: laat ik toch even gaan kijken.’

Op de grond ligt een jongen van 12. Omstanders hebben hem in een stabiele zijligging gelegd: ze denken dat hij een epileptische aanval heeft. De jongen lijkt adem te halen, maar Leenstra ziet het meteen: foute boel. ‘Het léék op ademhalen, maar het was een reflex van het lichaam bij een hartstilstand. Het klonk als een soort eendengeluid.’

De jongen ligt er al zo’n twee minuten. ‘Ik voelde gewoon een dood kind onder mijn handen’, zegt hij. ‘Dan kun je nog zo’n stoere arts zijn – dan loopt het zweet je door de naad.’ Toch begint hij meteen te handelen. Hij reanimeert de jongen en sluit samen met omstanders de AED aan. De ambulance arriveert binnen acht minuten.

Naderhand realiseert hij zich één ding: iedereen zou een cursus reanimeren moeten volgen. Of liever nog: ehbo. ‘Iedereen die zo’n cursus volgt, herkent dat eendengeluid en weet wat hij moet doen.’

Nadat voetballer Christian Eriksen zaterdag tijdens een EK-wedstrijd een hartstilstand kreeg en op het veld succesvol werd gereanimeerd, begrijpen veel mensen wat Leenstra bedoelt. Bij het Rode Kruis staat de telefoon maandag niet meer stil. ‘Mensen melden zich massaal aan voor reanimatie- en ehbo-cursussen’, zegt hoofd EHBO Eline Nijhof. ‘We krijgen telefoontjes van vriendengroepen, sportclubs. Na het incident met Ajax-voetballer Nouri zagen we ook een stijging, maar die was niet zo groot als nu.’ Ook op hartslag.nu, het oproepsysteem voor burgerhulpverleners, kwamen honderden nieuwe aanmeldingen.

Jaarlijks zijn er in Nederland zo’n 17 duizend hartstilstanden. Daarvan worden ruim 8 duizend mensen gereanimeerd. Volgens de Hartstichting overleefde van deze laatste groep in de jaren negentig slechts 9 procent. Nu is dat 23 procent. Dit komt doordat meer mensen zijn gaan reanimeren én door de komst van AED’s. ‘Maar het betekent ook dat driekwart nog steeds overlijdt’, zegt huisarts David Smeekes van de Hartstichting.

Bij een hartstilstand zijn de eerste zes minuten cruciaal. ‘De aanrijtijd van een ambulance is gemiddeld acht tot tien minuten’, zegt Smeekes. ‘Elke minuut dalen de overlevingskansen met 10 procent. Met reanimatie door burgerhulpverleners, die sneller ter plaatse kunnen zijn dan de ambulance, wordt er tijd gewonnen. Bij elke hartstilstand krijgen tientallen burgerhulpverleners rondom het slachtoffer per sms de vraag of ze willen helpen. Inmiddels zijn in Nederland bijna 250 duizend burgerhulpverleners actief.

‘Eigenlijk kan er bij een reanimatie niet veel misgaan’, zegt Smeekes. ‘Als je níéts doet, dan gaat het pas mis. Want dan overlijdt iemand gewoon.’

De borstkas flink indrukken

Globaal werkt een reanimatie zo, zegt hij. ‘Eerst check je of iemand bij bewustzijn is. Als dat niet zo is, dan bel je 112. Die begeleiden je door het proces. Daarna check je of iemand nog ademhaalt. Zo niet, dan begin je met reanimeren. Je zet twee handen gekruist op elkaar, midden op het borstbeen, en dan begin je met gestrekte armen dertig keer te pompen. De borstkas moet zo’n 6 centimeter worden ingeduwd. Daarna beadem je twee keer. En dat herhaal je.’

Tijdens dit proces moet een AED worden aangesloten, om het hart eventueel een schok te geven. Lastig is dit niet, zegt hij. ‘Dat apparaat praat gewoon tegen je. Je wordt door het hele proces geleid.’

Toch zijn er wel degelijk zaken die tijdens een reanimatie niet helemaal goed gaan, zegt burgerhulpverlener Dennis Gerritsen (27). Vorig jaar volgde hij een cursus en nog geen twee weken later zat hij al op zijn knieën in de huiskamer van een onbekende man, een dertiger. Daarna besloot hij zelf cursussen te gaan geven in de avonduren. ‘Mensen die niet weten hoe ze moeten reanimeren, durven de borstkas vaak niet 6 centimeter in te duwen. Daarvoor moet je echt flink tekeer gaan.’ Soms breken er daarbij zelfs een paar ribben. Het is één van de redenen dat hij zich verzet tegen online reanimatiecursussen. ‘Je moet zo’n pop echt voelen.’

null Beeld

Het 12-jarige jongetje dat Bernard Leenstra op de voetbalclub reanimeerde, overleefde het uiteindelijk. Zonder schade. ‘En hij voetbalt weer.’ Sindsdien zet de arts zich in voor een initiatief van onder meer het Rode Kruis om ehbo op alle scholen te onderwijzen. Ook op de Spoedeisende Hulp zag hij geregeld hoe gebrekkig de kennis was over levensreddend handelen. ‘Ik zag mensen die tandpasta op brandwonden smeerden, mensen die niet konden reanimeren, mensen die hersenbloedingen niet hadden herkend. Dagelijks lopen mensen in Nederland hierdoor onnodig letsel op.’

‘Eigenlijk’, zegt Leenstra, ‘begrijp ik niet waarom mensen dit níét zouden willen leren.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden