Realistische kijk op gastvrijheid met geurtjes

Het had niet veel gescheeld of de beelden uit de voorstelling Als ik mijn ogen dicht doe ben ik in Honolulu van theatergroep Parels voor de Zwijnen zouden als nieuws in de journaals zijn gepresenteerd....

Als Rita Verdonk, minister van Integratie en Vreemdelingenbeleid, niet daags voor kerst op aandringen van de Kamer de gemeenten toch nog toestemming had geven om opvang te regelen voor uitgeprocedeerde asielzoekers, hadden de kerken zich zeker geroerd de afgelopen feestdagen. Met kerkasiel zouden kerkbesturenen gelovigen opnieuw de aandacht hebben gevraagd voor de slachtoffers van het uitzettingsbeleid.

Nu zijn de beelden van illegalen op matrassen omringd door brandende kaarsen 'slechts' theater. Maar wel verrassend realistisch gebracht tussen de muren van de Oranjekerk in de Amsterdamse wijk De Pijp. Tien jaar geleden werd deze geloofsgemeente beroemd met haar kerkasiel voor Zazen. Nu hangt er overal wasgoed te drogen: van een jonge beschadigde vrouw uit Liberia, een gevluchte Rus wiens lief spoorloos is verdwenen, een op straat gezette Servimet zijn Italiaanse vriendin, de Mokumse ex-gedetineerde Joke, een uitgeprocedeerde Ruandese en van het echtpaar Ankie en Cees dat deze 24-uursopvang runt.

Zonder aanziens des persoons bieden zij ontheemden een gastvrijonthaal. Maar gaandeweg de voorstelling ontstaan er scheuren in deze nobele medemenselijkheid en gaat de gastvrijheid rieken naar de dekens van het Leger des Heils.

Prachtig is de sc waarin Ankie dozen met afgedankte blousjes uitspit naar land van herbestemming en daar een minutieuze administratie van bijhoudt omdat 'gevers toch recht hebben te weten wat met de ingezamelde kleren gebeurt'. Het is een vileine uithaal naar de motieven van mensen die zo graag willen horen hoe goed ze doen met een paar zakken oubollige kleren. Hilarisch is ook de opening waarin Ankie boven diezelfde dozen een toespraak oefent voor de Raad van Kerken. Met intonatie en adempauzes persifleert ze de typische retoriek van solidariteitsspeeches.

Hier tegenover staan aangrijpendemomenten zoals het tweegesprek tussen de Liberiaanse Paris en de Ruandese Nadja, die een interview met de IND repeteren. Schrijnend wordt duidelijk hoe fataal een moment van zwakte, twijfel, onbegrip of geheugenverlies kan uitpakken. Of de aandoenlijke zoektocht van de Russische Fjodr die iedere nieuwkomer tevergeefs confronteert met de foto van zijn vermiste vriendin en elk drama relativeert met nog treurigere feiten uit zijn vaderland.

Nadeel is wel dat het stuk, bedacht, geschreven en geregisseerd door Saskia Huybrechtse, niet kiest voor zere plek. Gaat het haar om de huwelijksproblemen van een altruisch echtpaar en de midlife-crisis van antropoloog Cees die zijn reislust gesmoord ziet in de verhalen van asielzoekers? Of om de huisvestingsproblematiek van daklozen, illegalen en ex-gedetineerden en de politiek van een zogenaamd christelijke partij die aan 'dubieuze afvalscheiding' doet?

Dit gemis in dramaturgie wordt echter gecompenseerd door de opvallend theatrale eenheid binnen de kleurrijke heterogene acteursploeg. Zowel de semi-professionele allochtone acteurs als het professionele duo Irene Kuiper en Felix-Jan Kuypers komen volledig tot hun recht. Het gebruik van naturel spel en alledaagse taal, met accenten en Engelse intermezzo's, geven de toeschouwer het gevoel daadwerkelijk thuis te zijn in kerkasiel.

Dit politiek-realistisch theater is zeldzaam in zijn soort en onthult de kloof tussen de harde papieren opstelling van ministers als Donner en Verdonk en de nae maar onontbeerlijke solidariteit van mensen met actiefolders in stoffen tasjes.

Meer over