Raymond van Barnevelds wonderbaarlijke brein

De vertraagde opname van een dartpijl op weg naar zijn doel behoort tot de mooiere beelden in de sport. De sport ja....

De pijl volgt niet, zoals ik altijd dacht, een strakke lijn naar de dubbele 18, maar dwarrelt door de lucht, kantelt bijna alsof er een hele draai zit aan te komen, lijkt ver buiten het bord de muur te zullen treffen tot, alsof de pijl is uitgerust met een automatische piloot, de vliegrichting wordt gecorrigeerd en hij zich op de millimeter nauwkeurig in het beoogde landingsgebied boort.

Ik vind dat opmerkelijk. Die pijltjesgooiers zien er niet bepaald uit als Albert Einstein, maar blijken niettemin in staat in een fractie van een seconde te berekenen met welke snelheid, in welke richting en onder welke hoek de pijl gegooid moet worden: een subtiel proces vol halsbrekende natuurkundige formules, waarvoor ze in de wapenindustrie beschikken over geavanceerde computers en lasersturing – en dan komt zo'n projectiel meestal nóg op de verkeerde plek neer.

Maar Barney, evenmin de uitvinder van het buskruit, heeft met z'n ingebouwde calculator al uitgekiend dat hij er is met triple 19 en de bull's eye en kwakt die minuscule kruisraketjes vervolgens feilloos in de betreffende vakjes.

Dit alles onder het toeziend oog van een paar honderd joelende kroegtijgers in de zaal, miljoenen televisiekijkers thuis en met driemaal een modaal jaarsalaris als inzet. De tegenstander heeft meestal twee kilo goud om zijn nek, een weekproductie brilcrème in het haar, angstwekkende tatoeages op borst en armen, een overhemd uit de hel en een enorme whisky-kegel – de vleesgeworden intimidatie kortom – en telkens wanneer je gaat gooien kijkt hij je vuil aan.

En dan zijn er nóg mensen die vinden dat darts op topniveau een spelletje is dat niets met sport heeft te maken.

Een veelgehoord argument daarvoor is, dat de darters er niet uitzien als afgetrainde atleten en dat ze, voor het gevecht begint, nog snel even een paar pints achterover slaan – ik ben backstage in Frimley Green geweest, en dat is inderdaad het geval. Het zijn zuipers, die darters.

Meestal roken ze trouwens ook als ketters. Sommige darters blowen er hele wietplantages doorheen en elke darter is gek op een vette hap met veel mayonaise, pindasaus en goedkope bakolie. Jongens lachen om een uitgebalanceerd topsportdieet. Ook gaan topdarters zelden voor vier uur 's nachts naar bed en een mooie wouw maakt ze wild – darters doen aan seks voor, na en tijdens de wedstrijd, dat is algemeen bekend. Veel darters zijn al volkomen uitgeput wanneer ze het trapje naar het podium hebben bestegen en moeten altijd eerst even uithijgen voor ze de eerste pijl soepeltjes in de triple twintig planten.

Maar ik zie niet in waarom ze daarom geen topsporters zouden zijn. Als we een supergezonde levenswijze, een monsterconditie, wasbordbuik, zestig uur training per week of honderd keer opdrukken met één arm als criteria voor topsport gaan nemen, haak ik af. Dan haat ik vanaf vandaag topsport. Dat gedoe van een gezonde geest in een gezond lichaam is leuk voor recreatielopers, maar met topsport heeft het niks te maken.

Topsport is alles uit de kast halen om de tegenstander in het stof te laten bijten. Bij darts is dat mogelijk met een hangbuik, blubberknieën en een drankprobleem – zolang de pijlen maar de goede kant op vliegen.

Ik zag hoe Van Barneveld in de finale bijna ineenstortte toen het toch nog 4-3 was geworden. Maar hij kreeg z'n tegenstander er toch weer onder en keelde hem: mooie sport.

Wie darts een spelletje vindt, moet maar eens tien minuten naar Van Barneveld luisteren als de pijlen niet vliegen zoals hij wil. Zo onuitstaanbaar kan alleen een egocentrische topsporter zeveren en zeuren.

Darts is eerder een geestelijk gevecht dan een lichamelijke krachtmeting. Die pijltjes vormen niet meer dan de fysieke manifestatie van een duel dat zich op een heel ander niveau afspeelt, in de hoofden van de werpers.

Darts is een denksport.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.