Ravensbrück en het gelijk van Bolkestein

Nederlandse communisten kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor de Russische misdaden, wel voor de geschiedvervalsing dienaangaande, betoogt Jolande Withuis. De door Bolkestein opgerakelde kwestie-Ravensbrück is daarvan een triest voorbeeld....

VOLGENS Frits Bolkestein hebben vooraanstaande ex-communisten te weinig rekenschap hoeven afleggen van hun verleden. In dit verband wees hij ook op de verantwoordelijkheid van de voormalige CPN-fractievoorzitter Ina Brouwer voor het onderdrukken van getuigenissen over seksueel oorlogsgeweld van de kant van het Rode Leger jegens ex-gevangenen van het concentratiekamp Ravensbrück.

Juist het feit dat Brouwer na de opheffing van de CPN op het ministerie van Sociale Zaken werd benoemd tot directeur Emancipatiebeleid maakt haar volgehouden zwijgen over deze kwestie schrijnend.

Het zou jammer zijn als het door Bolkestein aangesneden thema werd gereduceerd tot gekissebis over de omgangsvormen binnen paars en de Melkertbaan van Brouwer, waar het zou moeten gaan om onze omgang met pijnlijke aspecten van het (oorlogs)verleden.

Zoals bekend heeft de CPN aan de enorme verliezen die de Sovjet-Unie en de westerse communistische partijen leden, na de oorlog veel van haar legitimatie en identiteit ontleend. Naarmate Nederland gedurende de koude-oorlogsjaren minder over de periode '40-'45 sprak, ging de CPN 'de oorlog' steeds meer monopoliseren als haar exclusieve en onaantastbare erfgoed.

Hoezeer het communisme ook in opspraak was, één ding bleef overeind: 'goed in de oorlog'. In die context moeten wij de gebeurtenissen plaatsen waaraan Bolkestein refereerde.

Voorjaar 1983 raakte de CPN hevig in beroering toen de Ledenkrant schreef dat gevangenen van het beruchte vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück na hun bevrijding hadden blootgestaan aan seksueel geweld door hun bevrijders, het Rode Leger. Het zinnetje stond in een verslag van een 'vrouwenconferentie' (ook in de CPN deed het feminisme in die jaren zijn invloed gevoelen).

Daar was door de bejaarde vriendin van een kamp-overlevende verteld dat Nederlandse verzetsvrouwen zich hadden moeten beschermen tegen hun Russische redders. De vrouwen zelf was vervolgens niets overkomen, maar er was buiten van alles voorgevallen want ze hoorden de hele nacht andere ex-gevangenen gillen.

Na deze publicatie werd het partijbestuur overstroomd met reacties. Hoewel diverse partijafdelingen nader onderzoek bepleitten, ontwaarden anderen, onder meer vanuit het sinds jaar en dag door communistes beheerste Comité Vrouwen van Ravensbrück, hier het zoveelste anti-partijcomplot.

Het gelukte 'de leiding' de rel nagenoeg buiten de openbaarheid te houden; het conflict speelde zich af in interne organen en in een blad van de afgescheiden orthodoxie. De zaak eindigde in de doofpot. De vraag of het gruwelijke gerucht waar zou zijn, werd niet gesteld. De redactie die het verslag had geplaatst maakte excuses, de rank and file werden door het Dagelijks Bestuur met een dramatische verklaring (d.d. 21 april 1983) in de beste stalinistische tradities onderworpen aan emotionele en morele intimidatie.

Volgens het DB namelijk getuigde de gepubliceerde passage 'van een ontstellend gebrek aan ieder historisch en normbesef over de enorme betekenis die de vernietiging van het fascisme inhield en inhoudt', en was ze te beschouwen als 'uiterst kwetsend voor alle anti-fascisten die terecht de overwinning op het fascisme door de geallieerde legers, inclusief dat van de Sowjet-Unie verdedigen, en voor wie de rol van communisten in het verzet onomstreden is'.

Dat seksueel oorlogsgeweld - zelfs of juist van 'bevriende' zijde - een misdaad is, was kennelijk niet de mening van het partijbestuur. Noch zette men de moreel enige juiste stap, namelijk om deze geschiedenis tot op de bodem uit te zoeken.

Dat de geruchten consternatie teweegbrachten is te begrijpen. Voor de communistische oorlogsgeneratie moet deze mededeling een schok zijn geweest van dezelfde orde als de onthullingen over de Sovjet-moordpartij op Poolse officieren bij Katyn. De gedachte dat de kameraden van het Rode Leger, naar wie jarenlang als redders was uitgezien, zieke en uitgehongerde overlevenden van de naziterreur zouden hebben misbruikt, gaat het voorstellingsvermogen te boven. Het verhaal gooide het wereldbeeld omver in cognitieve zowel als affectieve zin; het zette de fundamenten van goed en kwaad, van veilig en onveilig, en de eigen communistische identiteit als oorlogshelden op losse schroeven.

Ik bedoel dit laatste niet sarcastisch. Het communisme mag een van de gevaarlijke wanen van onze eeuw zijn geweest, het inspireerde in 1940 velen tot heldhaftig gedrag, en bood degenen die om hun verzetsdaden werden gepakt kracht bij het doorstaan van hun beproevingen.

Ook voor de vrouwen die van de Russische misdaden slachtoffer of getuige waren, waren de Russen hun langverbeide redders en was Sovjet-wangedrag onverenigbaar met de levensbeschouwing die hen in het kamp had gebracht en hun daar een toekomstperspectief had geboden.

Wat de emotionele impact (het beschaamde vertrouwen) betreft, laten hun ervaringen zich vergelijken met incest. Het gebeuren bezorgde de vrouwen een innerlijk conflict. Ze konden bovendien over hun ervaringen niet praten op straffe van verlies van hun sociaal milieu.

Zowel de onwil om over de Russische misdaden te spreken als die om ervan te horen laten zich dus verklaren (maar daarmee niet verontschuldigen) vanuit een specifiek oorlogstrauma. Die analyse gaat echter niet op voor de generatie-Brouwer, voorzover van buiten het partijmilieu afkomstig. Dat maakt hun medeplichtigheid aan het in de kiem smoren van deze onthullingen des te schokkender.

Vrouwen die na veertig jaar eindelijk een voor hen aangrijpend feit naar voren brachten, werd het zwijgen opgelegd, nu ook door een generatie van wie ze hadden mogen hopen dat die openhartiger en feministischer naar het verleden kon kijken dan de gestaalde kaders.

Wat zich rond Ravensbrück precies heeft afgespeeld, valt niet te reconstrueren. De meeste Nederlandse gevangenen waren kort voor de Russen het kamp kwamen bevrijden, geëvacueerd naar Zweden; van de weinige ooggetuigen zijn velen dood. Toch twijfel ik er niet aan dat er zich Russen hebben misdragen.

Tot die conclusie kom ik allereerst op grond van interviews met betrokkenen. Volgens de een vonden er maar liefst dagenlang verkrachtingen plaats; volgens een ander hadden officieren 'al' de volgende dag ingegrepen; een derde had het over dronken handtastelijkheden.

Soms had men over deze desillusie na terugkeer wel verteld, maar was men er tijdens de Koude Oorlog uit loyaliteit met de partij over gaan zwijgen. De 'horizontale', meest Sovjet-getrouwe geïnterviewden vergoelijkten en bagatelliseerden de zaak: 'Wat is nou aanranding als je de SS hebt overleefd?'

Behalve deze verklaringen is er ander historisch materiaal, deels boven water gekomen na de val van de Muur. Had het CPN-bestuur een onderzoek ingesteld, dan was men op ontstellende feiten gestuit. De term 'massaverkrachting' is voor het optreden van het Rode Leger in Duitsland helaas niet overdreven. Stasi-chef Markus Wolf erkende in 1996 dat de verkrachtingen door het Rode Leger een verboden onderwerp waren geweest, en dat die officiële DDR-censuur veel leed had veroorzaakt. In de DDR belichaamden de Russen het 'antifascisme'; van hen mocht geen kwaad worden gesproken.

Filmmaakster Helke Sander schatte in twee indrukwekkende documentaires (Befreier und Befreite. Krieg, Vergewaltigungen, Kinder, 1991) het aantal verkrachtingen in Duitsland in het voorjaar van 1945 op anderhalf miljoen, zoveel dat de abortuswetgeving werd aangepast.

Uit Sanders materiaal komt ook naar voren dat de Russen generlei onderscheid maakten. Een joodse vrouw was met haar moeder juichend uit hun onderduikadres de bevrijders tegemoet gerend; ze hadden verteld wie ze waren - het mocht niet baten.

De door Bolkestein nu opnieuw aan de vergetelheid ontrukte kwestie-Ravensbrück is niet alleen relevant omdat ze een verwerpelijke censuur uit het verleden laat zien. Na de val van het communisme trokken veel communisten zich terug in het bloeiende Nederlandse oorlogscircuit. Dat heeft tot gevolg dat in diverse van die oorlogscomité's de oude taboes zich voortzetten. Toen ik vorig jaar ten behoeve van een NWO-onderzoek naar de verwerking van het verzet het door de overheid gesubsidieerde Comité Vrouwen van Ravensbrück om inzage vroeg in de archieven, kreeg ik te horen dat ik 'dan eerst maar eens moest schrijven over Amerikaanse verkrachters'.

Ernstiger is de onderling uitgeoefende dwang. Een van mijn bronnen werd het leven door bestuursleden van het Ravensbrückcomité dermate zuur gemaakt, dat ze de jaarlijkse herdenking van het kamp waarin zij haast vier jaar moest door brengen, niet meer durfde te bezoeken.

Nederlandse communisten zijn niet verantwoordelijk voor de Russische misdaden, wel voor de geschiedvervalsing dienaangaande. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de moed waarmee de Spaans/Franse schrijver en ex-minister Jorge Semprun de ontluisterende werkelijkheid onder ogen heeft durven zien.

Semprun overleefde als jong communistisch verzetsstrijder het kamp Buchenwald. Hij beschreef zijn kampervaringen in een prachtig boek, De grote reis. Toen hij echter nadien van zijn geloof viel, kwam hij tot de pijnlijke conclusie dat zijn kampherinneringen een getuigenis waren geweest 'die dreef in het Heilig Oliesel' van het communistische gelijk. Op dat demasqué volgde een nog onthutsender ontdekking, namelijk dat hij zelfs zijn allerpersoonlijkste waarnemingen aan zijn politieke overtuiging had aangepast.

In een tweede kampboek ontleedde Semprun zijn geheugenvervalsingen. Ze betroffen onder andere Russisch wangedrag. Daarvan had hij toen niet willen weten: dat zou hem zijn toekomstperspectief en dus zijn overleving hebben gekost.

Van dergelijke inzichten wordt de mensheid wijzer. Als Bolkestein daartoe heeft willen oproepen, had hij gelijk.

Jolande Withuis is historisch socioloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden