Rauwe kerels met een vredesmissie

Welgeteld een vrouw durft het nu aan de opleiding tot commando te volgen, want de 45 kilo wegende basisuitrusting is vrouwen in de regel te zwaar....

Op de binnenplaats klinkt opeens hard geratel. De argeloze bezoeker zou het ergste kunnen vrezen, maar de herrie blijkt afkomstig van pneumatische hamers. Stevige jongens met groene baretten op boren gaten in het asfalt, voor de haringen van een immense feesttent.

Welkom op de Engelbrecht van Nassaukazerne, thuisbasis van de commando's. Eens omstreden vechtersbazen, nu gewaardeerde specialisten bij vredesoperaties.

Het Korps Commandotroepen viert vandaag zijn 55-jarig bestaan. Op de markt van Roosendaal zullen zo'n 3500 veteranen defileren, prins Bernhard krijgt het nieuwe boek dat de geschiedenis van het korps beschrijft, van No.2 Dutch Troop in de Tweede Wereldoorlog tot de huidige inzet bij de vredesmacht in Bosnië.

Het korps heeft meer redenen tot feestvieren. 'De toekomst ziet er rooskleurig uit', zegt overste Dirk Dekker. De commandant somt op: waarschijnlijk 72 man erbij, een nieuwe, zeer veelzijdige opdracht, geld voor de modernste uitrusting. Zelfs de oude kazerne wordt geheel gemoderniseerd.

De opwaardering is een gevolg van de reorganisatie van de krijgsmacht, na het grotendeels wegvallen van de vertrouwde Russische dreiging. VN-operaties vormen nu het voornaamste werkterrein. De commando's worden weer de superspecialisten voor de lastigste klussen. Klein (192 parate militairen na de uitbreiding) maar fijn. Van het redden van neergeschoten piloten tot het verzamelen van inlichtingen en sabotage.

Wat is de definitie van een commando? 'Een vent aan wie hoge eisen kunnen worden gesteld. Stabiele kerels, liefst wat ouder. Geen Rambo', zegt Dekker. De beste soldaten van Nederland moeten in Roosendaal zitten, al wil de overste dat niet hardop zeggen. 'Wij zijn niet de besten van de krijgsmacht. Ik ben geen Van Gaal, die roept dat we de grootste en de sterkste zijn. Wij hebben een speciale taak, en die voeren we rustig, professioneel uit. Dat is alles.'

De commando's hebben van oudsher een omstreden reputatie. Die is vooral te danken aan de inzet in de nadagen van Nederlands-Indië. Het korps voerde succesvolle luchtlandingen uit op Java, maar schreef in de voormalige kolonie ook de donkerste bladzijde in zijn geschiedenis. Onder leiding van de officieren Westerling en Vermeulen rekende het Depot Speciale Troepen op Zuid-Celebes genadeloos af met vermeende terroristen.

Honderden van verzetsdaden verdachte Indonesiërs werden begin 1947 zonder enige vorm van proces geëxecuteerd. Legerleiding en bestuur dekten deze praktijken aanvankelijk volledig, al waren ze 'strijdig met het oorlogsrecht en de militaire ethiek', zoals geschiedschrijvers van de Koninklijke Landmacht vaststellen in het nieuwe korpsboek.

Er zaten vlak na de oorlog veel rauwe jongens tussen. In de eerste helft van de jaren vijftig slaagde de korpsleiding er niet altijd in om de fanatieke commando's in toom te houden. Voor de Haagse legertop waren diverse misdragingen van leden van het korps reden om op 5 augustus 1954 in te grijpen.

De ergste boosdoener, 104 Compagnie Commandotroepen, werd tijdelijk op non-actief gesteld. De mannen hadden tijdens een oefening een NS-trein aangehouden en met scherp geschoten op straatverlichting. Ook de andere commando-eenheden kregen straf: gedurende drie maanden mochten zij niet deelnemen aan steunverleningsoperaties, herdenkingsplechtigheden en oefeningen.

Een jaar later was er opnieuw rumoer in Roosendaal. Na kamervragen over harde ontgroeningspraktijken besloot de minister van Oorlog, ir C. Staf, de opleiding voor twee maanden stil te leggen. Als de opleidingsmethodes niet werden verbeterd, zouden de commando's voortaan bij de gewone infanterie worden opgeleid.

Staf dreigde zelfs met opheffing, indien het korps weer in de fout zou gaan. Den Haag zond overste d'Engelbronner naar Roosendaal om orde op zaken te stellen. Deze eiste van de instructeurs een mentaliteitsverandering: 'Het gaat er niet om, de in opleiding zijnde militairen te breken, doch van hen zorgvuldig commando's te maken'. Eind '55 waren de donkere wolken verdwenen. Koningin Juliana overhandigde het korps een eigen vaandel-wapenspreuk: Nunc aut Nunquam (nu of nooit). Ze roemde de troep als een 'elite van atleten'.

In 1964 diende zich een geheel ander gevaar aan: bezuinigingen. Defensie moest geld vinden voor de aanschaf van nieuwe pantservoertuigen, en decimeerde de eenheid in operatie Chirurg. Van de drie parate compagnieën bleef er één, de 104, over. De resterende honderdvijfentwintig man kregen een nieuwe taak: waarnemen en verkennen. Het was afgelopen met de allround vechtersbaas.

Voor de Nederlandse dienstplichtige was 'Roosendaal' synoniem met afzien. Meer dan tweehonderdduizend soldaten werden bij de commando's door de mangel gehaald van oefening Pantserstorm. Twee weken hindernisbaan, klimtoren, sjouwen en kippen slachten.

'Laat ik over dat volk maar niet te lang uitweiden', schreef een dienstplichtige over de instructeurs. 'Zij lijken allemaal op elkaar (een snor zal wel bij het tenue horen) en het ergste vind ik dat plezier dat ze erin beleven ons allerlei trucs te laten doen, waar je uiteindelijk doodmoe van wordt.'

Eind jaren tachtig klaagde de soldatenvakbond VVDM de hardheid van de oefening aan. Minister De Geus toonde zich niet ontvankelijk.

Het korps toonde zich altijd goed in het afslaan van infiltratiepogingen. Vermaatschappelijking van de krijgsmacht, dat hoefde niet zo in Roosendaal. Lang haar bleef taboe, vrouwen kwamen vanwege de zware fysieke eisen alleen binnen bij de administratie, de geneeskundige dienst en als inpakker van parachutes.

Tegenwoordig is het korps wat diplomatieker. De nieuwe commando mág een vrouw zijn. 'Vrouwen zijn van harte welkom', verklaart overste Dekker monter. 'Maar de praktijk leert dat het voor hen fysiek onmogelijk is onze opleiding te halen.' Hij rekent voor: de basisuitrusting van de commando is 45 kilo, daar komt nog eens 20 kilo groepsuitrusting bij. Daar moet je urenlang mee kunnen sjouwen.

'Ik heb nu een hardnekkige meid', meldt kapitein Jelle Schepers, die bij het korps de selectie doet. 'Die komt na de reünie een dagje langs om zich te oriënteren.'

'We willen belangstellenden een reëel beeld geven. De opleiding is zeer zwaar. Als ze bij ons in de para-training de vrije val doen, dan is dat niet leuk. Het is geen fun-jumpen, ze zien alle kleuren van de regenboog. Je leert je doodsangst overwinnen. Een commando moet een beetje gek zijn'.

Het vinden van geschikte mensen is tegenwoordig moeilijk, merkt het korps. Toen de dienstplicht er nog was, waren er altijd genoeg jongens, meest goed opgeleid, die de commando's als een aparte uitdaging zagen. Nu het leger louter op beroepspersoneel draait is de spoeling dun geworden. Het opleidingsniveau van de nieuwe beroeps levert ook problemen op. Dekker: 'We zitten nog 25 procent onder de sterkte. We gaan dit jaar voor de uitbreiding voor het eerst buiten het leger werven.'

Het toonbeeld van de commando-nieuwe-stijl zit op de SOP-kamer in de kazerne. SOP staat voor Standing Operating Procedures, zeg maar de denktank van het korps. Een kleine ploeg commando's, onder wie luitenant Ger Zwartendijk ('Ik lees de Volkskrant, scheelt dat?') sleutelt hier aan de oefeningen voor het nieuwe takenpakket. Aan de muur hangt een slinger van A4-tjes: van het opblazen van strategische installaties tot het geluidloos kelen van de tegenstander.

'We bezoeken onder meer eenheden als de Britse Special Air Service. Maar die laten toch niet graag in de ketel kijken.' Zwartendijk verwacht niettemin dat het zal lukken om het korps binnen vijf jaar op te werken voor de toekomst. Vol zelfvertrouwen: 'Wij zijn nummer één.'

Vanmiddag zitten de mannen bij elkaar in de grote tent, die is verankerd in het plaveisel van de appèlplaats. Eerst een mars, natuurlijk. Wat zou een commando zijn zonder mars. 's Ochtends opstellen op het voetbalveld, de oudste veteranen voorop, muziekkorpsen ertussen, en dan met z'n 3500 naar het centrum van Roosendaal. In burgerplunje, maar met de groene baret trots op het hoofd .

Defilé voor de prins, erecommando Bernhard, en dan afmarcheren naar de kazerne. Kapitein Schepers, met brede lach: 'Om 14.00 is het signaal 'tap open'. Dan zullen de sterke verhalen opnieuw worden verteld, de glazen geleegd op de herinnering. Het Commandolied zal weer ouderwets schallen:

Commando zijn, dat is je ware leven

Commando zijn, de jongens van stavast

Commando zijn, het doel waarna wij streven

Wij hebben noch van cross of speedmars last

Roosendaal hoeft niet bevreesd te zijn dat het een bende wordt, verzekert overste Dekker. Natuurlijk, nostalgie maakt dorstig. Bij de reünie van 1977 ging er vijfduizend liter bier doorheen, en 'vond een groot landelijk weekblad het nodig de reünisten af te schilderen als een stelletje ordinaire zuiplappen', zoals het laatste nummer van lijfblad De Groene Baret korzelig opmerkt. 'Degenen die er bij waren weten wel beter'

Schepers: 'Om 18.00 drijven we iedereen weer naar buiten. De meesten gaan als eerzame huisvaders naar huis. Ik schat dat een man of duizend 's avonds in de stad blijft hangen. We hebben een eigen ordedienst, de samenwerking met de politie is voortreffelijk. Als iemand echt een probleem wordt, nemen we hem terug naar de kazerne. Krijgt ie daar een slaapplaats'. Eens commando, altijd commando.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden