Rauw, puur, hip

Punkrock raakt weer in de mode, zeggen de kenners. De tijd is rijp voor Ty Segall, die zondag in Utrecht optreedt.

Op school moest hij niet aankomen met Jimi Hendrix. Niet cool. Harde rockmuziek? Nee, daar luisterde van zijn klasgenootjes niemand naar. Ty Segall (25) kan zich toch al niet herinneren dat muziek voor zijn klasgenoten belangrijk was. Het was een eigen obsessie, waarin hij zo goed als alleen stond. 'Ik was 7 toen Kurt Cobain overleed, daarna is er nooit meer een echt grote rock 'n' rollster gekomen.' Zo iemand die een complete generatie bij de lurven kon nemen, gewoon met een sterk liedje en een gitaar die stond afgesteld om de luisteraar wakker te schudden en niet in slaap te doen doezelen zoals nu.


'Voor mijn generatie is rock 'n' roll iets engs lijkt het wel', zegt Segall terwijl hij tijdens de lunch in een etablissement in Echo Park, een hippe wijk in Los Angeles, in een salade prikt. Hij is even terug in de stad waar hij zich nu definitief hoopt te vestigen. Met zijn band heeft hij er een succesvolle Amerikaanse tournee opzitten. 'Ik stond voor het eerst in zalen van meer dan duizend man geprogrammeerd, die nog uitverkochten ook. Het lijkt wel alsof rauwe rudimentaire rock ineens weer hip begint te worden. Daarvan droomde ik al jaren, maar dan kwam ik hier en sprak ik mijn zusje van 16 die het alleen maar had over Skrillex en andere elektronische dansmuziek. Rock deed niemand iets.'


Voor Segall was het ook even schrikken toen hij zeven jaar geleden naar San Francisco trok om te gaan studeren. 'Hier in LA werd wel veel muziek gemaak, maar weinig punkrock. Dat was waar ik het meest van hield, maar daarvoor moest ik naar San Francisco. Die stad had sinds de Dead Kennedys begin jaren tachtig al veel punk voortgebracht en daar leefde die muziek meer dan bij ons.'


Nou dat viel tegen, zo herinnert Segall zich. 'Iedereen had het daar toen over freakfolk en over mensen als Devendra Banhart. Geen harde gitaar in te ontdekken, ik vond er niks aan.' Dus ging Segall zelf met enkele gelijkgestemden aan de gang. 'Ik wilde singletjes uitbrengen en elpees, op vinyl. Het liefst zo veel mogelijk en ook nog op verschillende labels. Labels die ik zelf cool vond, die muziek durfden uit te brengen die grote labels lieten liggen. En ik wilde vooral veel spelen.'


Die ambities wist Segall aardig te verwezenlijken. Sinds 2008 bracht hij onder eigen naam acht albums uit en een reeks singletjes en leverde hij bijdragen aan gelijkgestemde Californische muzikanten.


Dit jaar bracht Segall drie albums uit, een duoplaat met zijn vriend Tim Presley, die onder de naam White Fence psychedelische rock maakt; een bandalbum, Slaughterhouse en een soloplaat Twins, misschien wel zijn toegankelijkste liedjesplaat tot nu toe.


Ook prijkt zijn naam als drummer op het debuutalbum van Nick Waterhouse, die dit jaar ook in Nederland de aandacht trok met sterk op soul en rhythm-and-blues uit de jaren vijftig en zestig gebaseerde popliedjes.


'Nick en ik groeiden op in dezelfde buurt, maar leerden elkaar pas in San Francisco kennen. Hij zoekt het in andere voorbeelden, maar is net zo bezeten van de oude punkrock-esthetiek als ik: singletjes uitbrengen, gelijkgestemden om je heen verzamelen en met muziek proberen ieders leven wat op te vrolijken.'


Deze nieuwe lichting heeft zeker potentie', zegt Larry Hardy (49) oprichter en al meer dan twintig jaar eigenaar van het platenlabel In The Red uit Los Angeles. Hardy, door Segall beschouwd als een van zijn grote inspiratoren ('mijn wens was het om ook een plaat op In The Red te mogen maken'), bracht platen uit van de Cheater Slicks, Dirtbombs, Black Lips, The Strange Boys, Reigning Sound.


Hij runt zijn label vanuit een zojuist van een flinke opknapbeurt voorzien tuinhuis in Eagle Rock, Los Angeles. 'In The Red bestaat nu een jaar of twintig, maar sinds in 2001 The Strokes en The White Stripes met toch vrij rauwe gitaarrock hipper dan hip werden, had ik niet meer het gevoel dat mijn geliefde punkrock echt potten kon breken. Nu wel.'


Hardy merkt het niet alleen aan de internationale orders die hij krijgt van het album Slaughterhouse, dat hij deze zomer van Segall uitbracht, maar ook aan andere verkopen. 'Ik voel dat punkrock weer in de mode raakt. Kleine releases van mij krijgen op grotere muzieksites veel meer aandacht en contactpersonen in Europa hebben het allemaal maar over een man, Ty Segall.'


Het doet Hardy denken aan het moment dat elf jaar geleden de White Stripes doorbraken. 'Die hadden zich nog aangemeld bij In The Red. Ik heb ze niet onder contract genomen, omdat ik het duo niet bijzonder genoeg vond. Een paar maanden later speelden ze in Londen en had de hele wereldpers het over ze.'


Segall tekende wel bij Hardy. 'Mijn Britse contact verwacht met Ty net zo'n belofte te hebben als met Jack White destijds. Hij voldoet ook aan alle eisen. Hij is jong, heeft uitstraling, schrijft goede liedjes en gooit op de juiste momenten de kont tegen de krib.'


De tijd lijkt er ook rijp voor, beaamt Hardy. In de vroege jaren tachtig leverde garagerock (Gun Club, Cramps) een alternatief voor de oprukkende synthipop, zoals tien jaar later Nirvana en grunge met meer commercieel succes hetzelfde zouden doen. 'Zoiets gebeurt altijd op een moment dat gitaarrock even dood is verklaard', aldus Hardy. 'Tien jaar geleden was dat ook zo, toen waren er ineens The Strokes en werd dat weer een revolutie genoemd.'


En nu is er Ty Segall. 'Hij is een van de velen hoor, ik krijg boeiende demo's uit heel de VS. Maar Ty heeft het van iedereen het meest in zich een boegbeeld te worden.'


Segall hoeft niet zo nodig met zijn kop op een billboard. 'Als ik maar lekker kan blijven spelen. Gisteren op het podium voelde ik me even deel uitmaken van iets bijzonders. De basis is er, ik weet dat ik het kan, liedjes schrijven en spelen. Maar misschien moet ik me nu eens gaan toeleggen echt dat klassieke rockalbum van deze tijd te maken. Zo'n plaat die ook de klasgenoten van mijn zusje niet kan ontgaan.'


Ty Segall speelt 2/12 in Tivoli in Utrecht tijdens het Le Guess Who?-festival.


Schuren en ontregelen


Ty Segall


De platen die Ty Segall sinds 2008 uitbracht klinken allemaal rauw en ongepolijst. 'Ik maak popliedjes die ik vervolgens door de mangel haal. Schuren en ontregelen, dat wil ik met mijn gitaar doen.'


Maar gaandeweg openbaart zich in zijn oeuvre steeds meer melodisch vernuft. Psychedelische pop overheerst op zijn vorig jaar verschenen album Goodbye Bread en het samen met White Fence (een alias voor zijn vriend Tim Presley) gemaakte Hair.


Dat is de eerste van drie albums van Segall in 2012. Slaughterhouse, het album dat deze zomer verscheen, is het hardst en meest compromisloos van de drie, en Ty's soloplaat Twins het toegankelijkst.


In de Ty Segall Band, waarmee hij Slaughterhouse maakte en met wie hij optreedt in Utrecht, speelt op basgitaar een andere belofte uit de nieuwe Californische rockscene, Mikal Cronin, die volgend jaar met een volgens Segall 'onthutsend goede popplaat' komt.


Allah-Las


Ty Segall drumt op de plaat van Nick Waterhouse, die op zijn beurt dit jaar het albumdebuut van de Allah-Las produceerde.


Afkomstig uit Los Angeles werkten drie van de vier bandleden in de immens grote platenzaak Amoeba Records, waar ze een grote liefde voor jaren zestig pop ontwikkelden.


Ze raakten bevriend met Waterhouse, die gebruik maakte van de band op zijn eigen plaat, voordat hij hen ging produceren.


Net als Segall heeft Waterhouse San Francisco nu verruild voor Los Angeles. Beiden om dezelfde reden: San Francisco is veel te duur geworden.


Waterhouse en de Allah-Las spelen zondag ook op Le Guess Who? in Utrecht.


In The Red Records


Larry Hardy begon zijn platenlabel in 1991 als fan. Hij wilde singletjes van de door hem geliefde punkrockbands uitbrengen.


'In Nederland hield men meer van mijn platen dan hier. Cheater Slicks, Oblivians en Dirtbombs deden het bij jullie veel beter.'


Voor dat hij er erg in had, bleek het runnen van zijn label meer dan een dagtaak. 'Sinds een jaar of tien kan ik er bovendien echt van leven, zonder zelf ooit echt grote hits gehad te hebben.'


In The Red is naast in Chicago gevestigde labels als HoZac en Trouble In Mind toonaangevend. De platenverkoop omschrijft Hardy als 'constant, maar nooit echt geweldig'.


De meeste inkomsten genereert hij uit de reclame. 'Een signaal dat garagepunk in de mode raakt, is dat reclamebedrijven steeds vaker liedjes van mijn label onder de commercials willen.'


Meest recente en succesvolle voorbeeld: Be Brave van The Strange Boys, voor computerbedrijf Dell.


'Er kwamen steeds meer territoria bij, waarvoor ook betaald werd. Ik zeg je, die snotjongens hoeven een paar jaar niet meer te werken.'


Vanaf donderdag 29/11 tot en met zondag 2/12 vindt er op diverse door Utrecht verspreide podia het Le Guess Who?-festival plaats, waar meer dan honderd nieuwe en vernieuwende bands en artiesten zullen optreden.

Zondag zal onder de noemer Fuzzbox in Tivoli aan de Oude Gracht een keur aan nieuwe psychedelische- garage-rock en beat te horen zijn. Onder anderen Ty Segall, Nick Waterhouse en Allah-Las treden zondag op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden