Rauw en puur

Hij doet dit weekeinde twee Nederlandse festivals aan, de maloya-vertolker Danyel Waro, meester van de creoolse vraag- en antwoordzang.

Met zijn stroblonde, pluizige haardos, woest opkrullende borsthaar en gebronsde gelaat, niet zelden getooid met goudomrande zonnebril, zou je Danyel Waro gemakkelijk kunnen aanzien voor een trucker met extreem-rechtse sympathieën. Dat uiterlijk vormt een schril contrast met de rauwe en opzwepende muziek die hij maakt, ontleend aan de worksongs van de zwarte slaven die ooit werkzaam waren op de plantages van La Réunion, een eilandje in de Indische Oceaan, gelegen tussen Madagaskar en Mauritius.


De 57-jarige zanger, dichter en muzikant is de belangrijkste ambassadeur van de maloya. Deze creoolse vraag- en antwoordzang, aangevuurd door slagwerk, was ten tijde van de Franse koloniale overheersing jarenlang verboden omdat die in verband werd gebracht met de separatistische beweging, die door de plaatselijke communistische partij werd gesteund. Pas toen onder president Mitterrand de onafhankelijkheidsstrijd werd beëindigd en het eiland de status van overzees departement kreeg, kon de maloya, ooit de muziek van opstandige slaven, in ere worden hersteld.


Waro ontdekte de maloya in 1973, toen het spelen ervan nog een obscure en ondergrondse activiteit was en raakte meteen verslingerd. Sinds de revival van de jaren tachtig trekt hij de wereld rond om het unieke culturele erfgoed van zijn eiland uit te dragen.


Dat Waro binnen de wereldmuziek nooit een grote ster is geworden, heeft deels te maken met zijn compromisloze artistieke opstelling. Hij blijft trouw aan de volledig akoestische traditie van zang met begeleiding van traditionele en meestal zelfgebouwde slagwerkinstrumenten als de rouleur, een trommel gemaakt van een rumvaatje bespannen met koeienhuid, en de kayamba, een soort dubbelwandig dienblad van suikerrietstengels gevuld met zaadjes, dat met beide handen horizontaal wordt vastgehouden en in wringende ritmes heen en weer wordt geschud.


Bovendien waren Waro's schaarse plaatopnamen tot voor kort weinig representatief voor 's mans muziek, omdat de tomeloze energie van de maloya in de steriele setting van een opnamestudio niet echt wilde gedijen. Om die reden werd Waro's meest recente plaat, de dubbelcd Aou Amwin uit 2010, live en zonder poespas opgenomen in de hut waar hij als kind woonde.


Danyel Waro groeide op in armoede, als zoon van een dagloner. Stromend water en elektriciteit waren niet voorhanden. Dankzij een oudere zus maakte hij als 15-jarige kennis met de chansons van Georges Brassens. Die hielpen zijn kritische geest ontwaken. De jonge Waro sloot zich aan bij de communistische partij. Hij bracht twee jaar door in een Franse gevangenis omdat hij weigerde dienst te nemen in het leger.


Nog steeds legt Waro zich niet neer bij de politieke realiteit. In vlammende creoolse bewoordingen, luidkeels gescandeerd op het stuwende ritme van de maloya, wijst hij ook de nieuwe vormen van afhankelijkheid en culturele dominantie door Frankrijk van de hand. Weg met de eenheidsworst, luidt zijn devies. In Batasité uit 1987 formuleert hij het zo: 'Niet wit en niet zwart; de eilandbewoner van Réunion is tortiyé kaf m malbar (zwart, wit en indiaas door elkaar). Zijn oorsprong is misschien onvindbaar, maar in de som van al die delen schuilt zijn kracht.' Tien jaar geleden was Waro voor het laatst in Nederland te zien. Mis hem dit weekeinde niet.


Zaterdag speelt Danyel Waro op het Afrikafestival in Hertme, zondag tijdens Roots Open Air in Amsterdam.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden