Rauw en cockney

Wedden op voetbalwedstrijden. Op de vuist na een avondje pub. De gebeurtenissen die Mike Skinner - alias The Streets - in zijn rauwe nummers schetst, zijn herkenbaar voor een hele generatie Engelse stadsjongeren....

Mike Skinner druppelt nog maar wat extra azijn over zijn friet, en tikt met zijn vork een paar gifgroene doperwten naar de andere kant van zijn bord. Maar eigenlijk smaakt het 'm niet, deze lunch in zijn Zuid-Londense stamkroeg The Canton Arms. Het is eigenlijk zijn ontbijt. Feestje gehad gisteravond. A Grand Don't Come For Free, het tweede album dat hij uitbracht onder zijn artiestennaam The Streets, heeft de eerste plaats in de Engelse albumlijsten bereikt. Dat moest gevierd. De kater is genadeloos.

Hij maakt een verontschuldigend gebaar als het gevaarte dat aan een koord om zijn hals hangt begint te piepen. Het blijkt zijn telefoon te zijn (annex digitale zakagenda, spelcomputer 'en nog wat dingetjes'). De gebeurtenissen van de voorgaande avond moeten even worden doorgenomen. Ja, hij wist al dat van zijn vrienden aan het eind van de avond geknokt heeft. Hechtingen? Echt waar? Langs het ziekenhuis geweest? Fookin' 'ell. Dat krijg je ervan als je ruzie zoekt met zo'n kleerkast. Maar goed, helder denken konden ze geen van allen meer.

'Sorry, mate', zegt Skinner (24) als hij is uitgebeld. Hij draagt een trainingsbroek en een gouden halsketting. Zijn haar is gemillimeterd, zijn gebit verwaarloosd zoals je dat wel vaker ziet bij de working class van Groot-Brittannin Ierland. 'Helemaal uit Holland, niet?' Hij stelt zich beleefd voor, maar eigenlijk was het telefoongesprek van daarstraks de perfecte introductie: welkom in Zuid-Londen, net even ten noorden van Brixton en Clapham. Welkom in de wereld van The Streets.

Zo komen nummers als Geezers Need Excitement ('if their lives don't provide them this they incite violence') en Empty Cans dus tot stand. In laatstgenoemde track beschrijft Skinner als een soort sportverslaggever een vechtpartij die hij ooit had. 'No-one gives a crap about Mike, that's why I'm acting nasty', verklaart hij bij wijze van refrein. Hij vecht niet vaak hoor, in werkelijkheid. 'Hoe vaak? Nou, gewoon: soms', zegt hij schouderophalend. 'Soms kom je nu eenmaal een ongelooflijke cunt tegen.'

Herkenbaar? Voor een hele generatie Engelse stadsjongeren wel. Het verklaart het succes van The Streets in eigen land. Het hoekige mengsel van hiphop, jungle en 'U.K. garage', gecombineerd met rauwe teksten van de straat, brengt het Engeland van nu in beeld. Vooral Londen, al is hij 'import'. Skinner: 'Uit Birmingham, de stad met het hoogste straatroofcijfer van Europa. Ik vond het leven er harder en misschien wel meer urban dan in Londen.'

Grime wordt het genre genoemd dat rond het jaar 2000 ontstond in Zuid- en Oost-Londen. Hiphop is het hoofdbestaddeel. 'Ik imiteerde vroeger LL Cool J en Run DMC, compleet met Amerikaans accent.' Later zwoer hij trouw aan zijn ware afkomst. En nu is er een heuse grime-scene: 'Dizzee Rascal woont iets verderop', zegt Skinner, gebarend richting het oosten. 'Kano woont daar ook ergens. Hij was gisteravond op mijn feestje. Die jongens maken hun muziek thuis op de computer, net als ik. Maar we zijn mates. We komen elkaar tegen op straat. En in de pub.'

Verschil nummer : Skinner is wit, maar dat speelt volgens hemzelf geen rol. 'Ik voel me geen witte in een zwarte scene, zoals Eminem in Amerika. Ik ben nog nooit op mijn huidskleur aangesproken.'

Verschil nummer twee: meer dan zijn collega's is Skinner een verhalenverteller. De Britse muziekpers bejubelde hem bij de verschijning van zijn albumdebuut Original Pirate Material (2002) omdat hij de tijdgeest zo fraai op de staart trapte. Opvolger A Grand Don't Come For Free doet dat zo mogelijk nog nadrukkelijker.

Het album is opgebouwd als een dag uit Skinners leven. Je kent het wel: dat je een dvd-tje wilt terugbrengen naar de videotheek, maar het schijfje thuis in de dvd-speler hebt laten zitten. Of dat je niet meer kunt pinnen ('dat gebeurt tegenwoordig niet vaak meer'). Of dat je vriendin plotseling hysterisch kwaad op je is, terwijl je geen idee hebt wat je nu weer verkeerd hebt gedaan.

'Ik heb nooit de ambitie gehad om een generatie in beeld te brengen', zegt Skinner. 'Mijn teksten gaan over mij. Maar ik wil dat de verhalen mooi zijn. Soms doe ik weken over een nummer. Dan puzzel ik net zo lang tot elk woord op zijn plek staat.'

De teksten spreken zo tot de verbeelding dat zijn muziek wel eens wordt vergeten. 'Voorbeeld!' roept Skinner. 'Ik verkoop veel platen in Japan. Die gasten lezen van die tekentjes, van boven naar beneden, of andersom. In elk geval: die begrijpen dus echt geen moer van mijn teksten. En toch heb ik er een enthousiast publiek.'

En al verstond het Japanse publiek zijn raps, uitgespuugd in een mengvorm van plat cockney en de tongval van Birmingham, dan nog was het maar de vraag of ze iets zouden herkennen in het door en door Engelse palet van gebeurtenissen en observaties. Skinner: 'Ik was me er niet van bewust hoe Engels mijn platen zijn. Ik dacht dat het allemaal redelijk universeel was.'

Nou, niet dus. In welk ander land dan Engeland wedden ze bijvoorbeeld om alles waar om te wedden valt? In Not Addicted baalt Skinner ervan als een voetbalwedstrijd precies het scoreverloop kent waar hij bij de bookies een paar pond op had willen zetten. Even lijkt hij een fraaie geldsom mis te lopen. Na de rust keert het tij en is het achteraf maar goed dat hij vergat te wedden. Hij zou zijn inzet kwijt zijn geweest:

'Would you believe how we fell back?

Three goals lost in the last half!

The question I now have to ask

Is: how the fuck did we get smashed up that bad?'

Wedden op voetbalwedstrijden. Skinner doet het elke week. 'Maar nooit op uitslagen. Ik voorspel hoeveel gele kaarten een bepaalde scheidsrechter gaat geven. Dat kun je aan de hand van de statistieken makkelijk voorspellen. Man, je kunt hier een fiver inzetten op het aantal scheten dat David Beckham die dag gaat laten. Ik wist niet dat dat typisch Engels was, tot ik met The Streets voor het eerst buiten Engeland kwam.'

Zoals veel Engelse jongeren beviel het hem opperbest in het enorme land dat Het Buitenland heet. Mooiere vrouwen, betere drugs, relaxte sfeer, minder gezeik. Het leidde tot allerlei feestelijkheden, maar (in elk geval in Nederland) niet tot goede optredens. Lowlands is niet de enige plek waar Skinner iets goed te maken heeft.

Hij grinnikt. 'Het is een mirakel dat ik me die show nog herinner. Het publiek was fantastisch. Ze gooiden allerlei drugs op het podium. Ecstasy, blokjes hasj, kant en klare joints, paddo's. En ik alles naar binnen proppen. Ik dacht dat ik gek werd. Dit keer zal ik mijn hoofd er beter bijhouden.'

Dan roept de barkeeper. 'Mike! Pint?' Hij tikt met een glas tegen de Carlsberg-tap en schatert als de katerige Skinner alleen al bij de gedachte aan bier groen wegtrekt.

'You pussy', treitert de kastelein.

'Fuck off', zegt Skinner.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden