Rattle laat Haydns appeltjes blozen

De zaaloptredens van Simon Rattle en het Orkest van de Achttiende Eeuw zijn naar verluidt drie keer uitverkocht, maar er is altijd nog Radio 4, en straks ook Nederland 3....

Acht jaar achtervolgingsarbeid werd geïnvesteerd in het aanwerven van de Brit als eenmalig gastdirigent. Zaterdag was het zover, en werd in het Concertgebouw de lente welkom geheten in een verkwikkende zesachtste maat, waarna al gauw de eerste meiregens vielen, even klaterend als het applaus na afloop.

Op tournee met Die Jahreszeiten. Dat is het oratorium waarin Joseph Haydn zich ontpopt als muzikaal meteoroloog en veterinair specialist, en het verloop van de seizoenen schildert aan de hand van zowel het blatende schaap als de snuffelende jachthond (fagot) en de opkomende wintermist (strijkers, contrafagot). Het moet voor Rattle een afwisseling hebben betekend, de afgelopen maand: Tristan und Isolde dirigeren bij de Nederlandse Opera, en 's nachts onder de wol met een Haydn-partituur.

Van Wagners Liebestod naar het Haisa Hopsa lasst uns höpfen, hoogtepunt van Haydns Herfst. Op papier is het al een hele stap, maar ook in werkelijkheid was de omschakeling groot, want het was er een van het Rotterdams Philharmonisch Orkest naar oude instrumenten. De vraag was: klikt dat?

Toen Brüggens specialistenorkest het jaren geleden eens probeerde met Edo de Waart, draaide dat uit op een mislukking. Rattle, die eerder de deeltijd-authentici van The Orchestra of the Age of Enlightenment dirigeerde, lijkt het niet uit te maken met wat voor types hij werkt. Als ze maar het beste geven wat ze in huis hebben. Achter de schittering van Rattles Jahreszeiten-uitvoering, getacteerd met een (optisch) detonerend dirigeerstokje, zat hetzelfde geheim als achter het succes van zijn Tristan: een combinatie van transparantie, ritmische veerkracht en denken in grote vormen, waarbij de fijnere detaillering gedicteerd wordt door de tekst.

Hetzelfde dus eigenlijk als wat de componisten Haydn en Wagner deden, al schijnt met name Richard Wagner wat tevredener met zijn eigen teksten te zijn geweest, dan Haydn met het vertaal- en knutselwerk van baron Van Swieten. Die leverde een tekst, zo vol beekjes en brommende bijen, dat het zelfs de godvrezende Haydn, die in principe wel schik had in het toonzetten van de kikker en het schietgeweer, te gortig was.

Wat Rattle doet is voorbeeldig: hij neemt de tekst volkomen serieus. Hij geeft het Nederlands Kamerkoor, de sopraan Christiane Oelze, de bas David Wilson-Johnson en de (helaas soms tegen de toon aanzingende) tenor John Mark Ainsley gelegenheid hun verpersoonlijking van de biedermeier boerenstand te profileren tot in het meest ontwapenende detail. Hun zingen gaat vanzelf.

Zelf haalt Sir Simon, wellicht enigszins beïnvloed door Brüggen, omgeschoold als het ware tot bio-boer, de ene blozende appel na de andere geurige honingraat uit zijn mand. Meesterlijk, dat schemeren van de lage strijkers en klarinetten in de zomerochtend. Nog meesterlijker: het wijndrinkerskoor, met verbluffende profilering van de verschillende ritmische en harmonische niveaus. Nog ontroerender: de laatste, schraal-winterse bas-aria, met het graf in zicht. Door Rattle fijntjes aangezet met pianissimo-zuchten in de contrabassen. Als een portret van de bejaarde Haydn zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.