Ratje wordt katje

Op dierendag is altijd goed te zien hoe belangrijk dieren zijn voor mensen. Bij de dierenspeciaalzaak, maar ook bij de supermarkt worden 'verwenpakketten' aangeboden, trommels en blikken speciaal voor hond, kat of cavia....

Voorleesboeken voor de allerjongsten gaan vaak over dieren. Mijn groot dierenboek is zo'n startersboek waar je mee kunt beginnen als het kind eenmaal kan zitten. Het is een groot stevig kartonnen boek met foto's van dieren. De eerste dubbele pagina is gevuld met jonge beesten: een kuikentje, een welpje, puppy's, een jong poesje. De grote foto's zijn geplaatst tegen een kleurige, maar effen achtergrond. Volgens hetzelfde stramien is er een dubbele pagina huisdieren, boerderijbeesten, vogels, en dieren die je in de dierentuin kunt zien. Dat wordt natuurlijk dierengeluiden nadoen. Onder elke foto staat de naam van het dier en onder aan de pagina een vraag zoals: 'Ik douche met mijn slurf. Wie ben ik?' De ervaring leert dat peuters blijven vragen om het voorlezen van dit soort boeken, vaker dan je je kon voorstellen toen je aan kinderen begon.

Wie wil mij? van Lauren Child is een prentenboek voor kinderen vanaf een jaar of vier, over een rat die huisdier wil worden. Hij vertelt hoe hij woont in de Slonsstraat in vuilnisbak nummer 3 en slaapt in een kraakzak. Zo af en toe worden al zijn spullen in een vrachtwagen gegooid. Dat vindt hij vreselijk. Hij wil graag een naam hebben, in plaats van bruine rat, straatrat of vieze rat genoemd te worden. Hij is vrienden met een chinchilla, Pierre, die bij een rijke dame woont. Pierre woont in een prachtig huis, mag op donzen kussens zitten en krijgt weleens een bonbonnetje. Zo is rat op het huisdier-idee gekomen. Ook zijn andere vriendjes, Oscar de kat, Knabbel het circuskonijn en Billie de hond zijn blij met hun baasjes. Al hebben ze ieder hun kanttekeningen. Billie zegt dat zijn baasje een lieverd is, maar dat hij zich wel doodschaamt als hij buiten een jasje aankrijgt. Ratje verklaart dat als hij het geluk heeft huisdier te worden, hij best een jasje wil dragen.

Aan het eind neemt het verhaal een grappige wending. Een bijziende meneer ziet ratje aan voor een katje. En is heel tevreden over hem. Laatste prent: meneer de Groot gezellig koffiedrinkend met zijn huisdier, terwijl het beestje inderdaad een truitje aanheeft.

Lauren Child heeft patent op onverwachte grapjes. Haar verhaaltjes zijn nooit zoetsappig, maar altijd stoer, fantasievol of origineel. Haar illustraties zijn kleurig, druk en boeiend. Soms lijken ze meer op collages en vaak zijn er foto's in verwerkt. Lauren Child is in Engeland al vele malen genomineerd en onderscheiden. Kinderboekenweekgeschenkschrijver Rindert Kromhout is haar vaste vertaler en zorgt voor het levendig Nederlands van haar verhalen.

Zelden een mooier boek over mensen en dieren gelezen dan De zomer van Winn-Dixie, het debuut van de Amerikaanse Kate DiCamillo. De Winn-Dixie uit de titel is een grote zwerfhond, maar de werkelijke hoofdpersoon in dit boekje is Opal. Dit tienjarig meisje is pas verhuisd en woont met haar vader, die predikant is, in een caravan. Haar vader werkt hard voor de armen en behoeftigen, en Opal is zijn rustige kind. Maar door de verhuizing die nodig was voor het werk van vader is Opal wel al haar vrienden kwijt. En vaders drukke werk zorgt ervoor dat hij weinig tijd voor haar heeft. Ook niet om bijvoorbeeld eens wat te vertellen over haar moeder. Hoe ze was, en waarom ze is verdwenen.

Opal moet voor haar vader naar de supermarkt om tomaten te halen, maar ze komt terug met de zwerfhond, die ze Winn-Dixie noemt. Voordat ze de hond mee naar huis neemt legt ze aan hem uit hoe de situatie thuis is. Dat hij dus rustig moet doen, en dat zij gaat vragen of hij bij hen mag blijven. 'Geen sprake van', zegt de verstrooide, nauwelijks uit zijn werk opkijkende predikant, 'jij hebt helemaal geen hond nodig'. Tot Winn-Dixie binnenstormt en zijn kop op de knie van Opals vader legt. Die ziet wat haar ook was opgevallen: de hond lacht. Grijnst, kwispelt, niest. 'Die hond heeft mij nodig!' zegt Opal. Vader ziet dat het waar is en zwicht. Waarna alles anders wordt.

Na overleg met Winn-Dixie vindt Opal eindelijk de moed wat vragen over haar moeder te stellen. Ze krijgt tien dingen te horen: haar moeder was grappig, kon hard rennen maar niet koken. Ze vond het vreselijk de vrouw van een predikant te zijn en ze kon soms niet stoppen met drinken. Ze hield veel van Opal maar op een dag heeft ze haar koffers gepakt en is weggegaan. Het praten over de moeder maakt het gemis pijnlijk duidelijk. Al lezende wordt voelbaar hoe eenzaam Opal en haar vader zijn geweest voordat Winn-Dxie er was.

Winn-Dixie kan niet tegen alleen zijn. 'Als hij in de steek gelaten wordt, voelt zijn hart waarschijnlijk leeg', legt Opal aan haar vader uit, 'dat is het 'm.' Vader begrijpt het en dus gaat de hond overal mee naartoe. Daardoor komt Opal in gesprek met de bibliothecaresse, de baas van de dierenwinkel, de 'dorpsheks' Gloria Dump en verschillende kinderen. Iedereen valt voor de lachende hond en hij bezorgt Opal contacten, bezigheden en vrienden. Zelfs haar gekwetste vader komt uit zijn schulp. Als Winn-Dixie panisch bang voor onweer in het donker is weggerend, moet vader huilen. Om moeder en om de hond. Een boekje om nooit te vergeten. Vol onderkoelde humor en verdriet, ronduit ontroerend, maar nergens sentimenteel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden