'Rating Nederland wordt bepaald aan de Indische Oceaan'

Ratingbureaus waarschuwen Europese landen voor te grote focus op bezuinigingen. Ook de positie van Nederland is kwetsbaar. Het kabinet moet zich meer bezig houden met de Nederlandse concurrentiekracht in de nieuwe wereldorde die ontstaat. Dat stellen Marcel Biemond, Jeroen Bos en Robert Bierens.

Franse demonstranten protesteren voor het kantoor van Standard & Poor nadat Frankrijk dit weekend een lagere rating kreeg. Beeld afp

Afgelopen weekend zijn weer een aantal Europese landen afgewaardeerd. Ook de positie van Nederland is kwetsbaar. Niet door een te hoge schuldenpositie, maar door ons verdienvermogen dat steeds meer onder druk staat. Premier Rutte c.s. moeten zich meer bezig houden met de Nederlandse concurrentiekracht in de nieuwe wereldorde die ontstaat. Nederlandse bedrijven moeten elkaar weer weten te vinden. Internationale projectontwikkeling kan de positie van ons land beschermen en uitbouwen.

Thaise badplaatsen en Marokkaanse tomaten
Toetreding van Azië, Zuid-Amerika en Afrika tot de wereldwijde arbeidsmarkt hebben economische waardecreatie door specialisatie en schaalvergroting spectaculair versneld. Landen als Griekenland, Spanje, Portugal kunnen simpelweg niet meer meekomen met hun nieuwe Thaise, Indiase of Marokkaanse concurrenten. Verlies aan concurrentiekracht is de onderbelichte oorzaak van de Europese schuldencrisis.

Nederland lijkt zich met jaarlijkse overschotten op de handelsbalans - andere landen kopen meer van ons dan wij van hen - te onttrekken aan de Europese malaise. 'De Nederlandse positie als handelsnatie staat echter onder druk' stelde de Britse bank HSBC recent in de Volkskrant. We doen te weinig zaken met nieuwe rijken uit de BRICT landen, en teveel met Europa dat steeds armer wordt. Het probleem van dit soort macro-economische analyses is dat ze geen inzicht geven in de onderliggende dynamiek. Een blik onder de werkelijkheid der algemene statistieken ('downframing') is nodig om te zien waarom we kwetsbaar zijn en wat daaraan te doen is.

Nederlandse concurrentiekracht?
Ons handelsoverschot (35-50 miljard euro) steunt al jaren op slechts een beperkt aantal sectoren: verkoop van agrarische producten (vlees, bloemen, groente) en 'handelsmarge' op importproducten via de zee- en luchthavens. Logistieke efficiency vormt vaak de basis voor dit succes. Door een geraffineerd samenspel tussen zeehaven Rotterdam, luchthaven Schiphol en (weg)transport infrastructuur naar Europese bestemmingen. Een verschuiving van het economisch zwaartepunt naar de Indische Oceaan - zoals door Robert Kaplan in Monsoon beschreven - stelt dit systeem voor de nodige uitdagingen. Nederlandse levende varkens zijn nu eenmaal minder makkelijk te exporteren naar China dan Duitse Mercedessen.

Nederland beschikt ook nog steeds over substantiële georganiseerde geldreserves (spaar- en pensioentegoeden: 2.000 miljard euro). De explosieve groei van de wereldwijde geldhoeveelheid zorgt voor grotere concurrentie bij interessante investeringsobjecten. Van traditionele concurrenten als de Verenigde Staten - dat als wereldreserve munt relatief ongestraft nieuwe investeringsdollars kan bijdrukken - maar ook van nieuwe investeerders uit China, India of de olieproducerende landen. Deze context duwt ons steeds vaker richting risicovolle investeringen die door anderen zijn 'gestructureerd' (zoals subprime hypotheken van Amerikaanse zaken banken).

Internationale projectontwikkeling
De Nederlandse economische infrastructuren moeten worden aangepast aan de nieuwe wereldordening. Nationaal zijn goede stappen gezet met onder meer de aanleg van Maasvlakte 2, de Betuwe route en de A-4 Zuid (verbinding haven Rotterdam-Schiphol). Ook internationaal zal Nederland posities in moeten nemen om greep te houden op handelsstromen. Wat zijn de interessante knooppunten in een wereldnetwerk waarin de Indische Oceaan het epicentrum is? En waar kunnen we voldoende naar de tafel brengen om ook daadwerkelijk een positie te bemachtigen? Voor succesvolle internationale projectontwikkeling moet nadrukkelijker gezocht worden naar synergie tussen onze unieke producten, logistieke efficiency en investeringskracht.

De haven van Mombasa zou zo'n knooppunt kunnen zijn waar verschillende Nederlandse handelsbelangen elkaar kruisen: telers van Floraholland kweken bloemen in de Keniaanse Riftvallei, Rotterdam ontwikkelt al een haven aan de Indische Oceaan (Oman), ontwikkelingsbank FMO heeft een aandeel in de spoorlijn die Mombasa met het achterland verbindt en pensioenfondsen kunnen investeren op een plek waar ze weten wie te bellen als er iets mis dreigt te gaan. Vanuit Keniaans perspectief kan een 'deal' met Nederland interessant zijn vanwege ons geïntegreerde aanbod van kennis, geld en ladingstromen.

Actieve rol overheid
Zeker nu vraagt internationale projectontwikkeling om een actieve rol van de overheid. Een eeuw geleden konden families als de Fentener van Vlissingens of de Van Beuningens als 'venture capitalists avant la lettre' hierin een belangrijke rol spelen. Zij zaten in meerdere cruciale handelsstromen en bedrijven. Ze konden daardoor de economische infrastructuur ontwikkelen waarop Nederland in de twintigste eeuw heeft gedraaid (Hoogovens, Akzo, KLM, Fokker). Deze 'luxe' kennen de huidige managers niet, want zij zitten op slechts één balans en winst-en-verliesrekening waarop ze worden afgerekend, terwijl voor succesvolle projectontwikkeling vaak de inzet van meerdere bedrijven is gevraagd.

De overheid draagt de verantwoordelijkheid voor Nederland, haar werkgelegenheid en bruto nationaal product. De huidige verkokering van handelsbelangen vraagt om een verbindende rol van de overheid. Bezuinigingen op de rijksbegroting zijn noodzakelijk, maar gerichte internationale projectontwikkeling heeft meer prioriteit. Het maken van tempo is belangrijk, want de concurrentie schakelt snel. Of willen we dat straks China - al actief in Mombasa - de werkgelegenheid in de Amsterdamse Bijlmer en de Haagse schilderswijken bepaalt?

Marcel Biemond is partner bij adviesbureau Mercator Novus
Jeroen Bos is partner bij adviesbureau Mercator Novus
Robert Bierens is manager financial institutions Latin America bij FMO en schrijft dit stuk op persoonlijke titel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden