Rassenwet is afgeschaft, maar 'haatzaaiartikelen' blijven handig wapen tegen dissidenten Nederlandse koloniale wetten leven voort in Indonesië

De Indonesische rechters boffen dat hun land vroeger een Nederlandse kolonie is geweest en geen Britse. Want anders zouden ze, net als hun collegae in enkele snikhete Afrikaanse landen, nog altijd de wollige pruiken dragen waarmee de Britse magistratuur zich al eeuwenlang tooit....

Van onze verslaggeefster

Marianne Boissevain

JAKARTA

Van de koloniale Nederlands-Indische wetgeving heeft Indonesië de afgelopen vijftig jaar nog aardig wat in stand gehouden. De jonge republiek begon zijn bestaan met een overgangsbepaling in zijn in allerijl opgestelde grondwet: alle geldende regelingen bleven van kracht, behalve als ze volkomen in strijd waren met de nieuwe situatie. Wat daarom wèl verdween was de Indische Staatsregeling met het beruchte artikel 131, dat de burgers indeelde in drie categorieën: Europeanen, Vreemde Oosterlingen en Inlanders.

'De nieuwe leiders dachten dat ze de oude wetten wel op een nieuwe manier konden toepassen', legt de jurist Adnan Buyung Nasution uit van achter zijn bureau op het Instituut voor Rechtshulp (LBH) in Jakarta. 'Als wij Indonesiërs maar eenmaal eigen baas zijn komt alles wel in orde, wij zullen het volk wel beschermen dachten ze. Dat is natuurlijk naïef - maar in het begin was het nog waar ook.'

Als voorbeeld noemt hij de nog altijd bij hun Nederlandse naam aangeduide 'haatzaaiartikelen', artikel 154, 155, 156 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, die tot op de huidige dag worden gebruikt om critici van de regering de mond te snoeren. Artikel 154 verbiedt het zaaien van haat jegens bepaalde bevolkingsgroepen, zoals de etnische Chinezen - een artikel waar niemand veel moeite mee heeft. In één adem door wordt echter vervolgens het zaaien van haat tegen het staatshoofd, tegen de regering en tegen de instellingen van de staat verboden.

'Het Nederlands gezag had die artikelen overgenomen van het Britse koloniale bestuur in India, dat ze overigens al snel moest intrekken omdat ze zoveel verzet opriepen.' Ook Sukarno zelf werd in 1930 op grond van de haatzaaiartikelen veroordeeld en in zijn pleitrede trok hij fel van leer tegen deze 'elastieken' wet. 'Die artikelen zijn zo rekbaar dat ze gevaarlijk zijn', beaamt Adnan Buyung Nasution. 'Belediging is overal ter wereld verboden, dat is een duidelijk omschreven delict. Maar haat, dat kan werkelijk alles zijn.'

Je zou denken dat Sukarno zodra hij president werd de gewraakte artikelen met één pennestreek zou schrappen. 'Die moeite heeft hij niet genomen', zegt de Indonesische mensenrechtenactivist. 'Maar Sukarno had zelf onder de haatzaaiartikelen geleden en hij heeft ze in de twintig jaar dat hij president was niet één keer toegepast.'

En zo beschikt Sukarno's opvolger over een handig wapen tegen iedereen die het waagt kritiek te uiten op de president. Vorig jaar werden 21 studenten in Jakarta veroordeeld tot gevangenisstraffen van soms wel vier jaar omdat ze Suharto ter verantwoording wilden roepen voor alle inbreuken op de mensenrechten onder zijn bewind.

En nog vorige maand werden er gevangenisstraffen geëist tegen een man in Bandung die de president in pamfletten had beschuldigd van nepotisme en autoritair optreden, en tegen de redacteur van een studentenblad in Jakarta die had geschreven dat Suharto chaos en verwarring sticht in Indonesië.

Toch zijn er in de loop der jaren heel wat wetten gewijzigd en toegevoegd. Om dat aan te tonen leggen twee medewerkers van een juridisch adviesbureau drie loodzware boekwerken op tafel: een vijftien centimeter dikke pil met alle wetten van het oude Nederlands-Indië; daarnaast een tien centimeter dikke met alle nieuwe of aangepaste Indonesische wetten; en daarnaast een zeven centimeter dikke met de oude wetten die nog altijd van kracht zijn.

'We zijn flink opgeschoten sinds 1945', zegt de een. 'Het strafrecht is nog gehandhaafd, maar er wordt nu gewerkt aan een nieuw ontwerp. En we hebben nog heel wat moderne economische wetten nodig, zoals een regeling voor het toezicht op de beurs.'

'Een nieuwe belastingwet hebben we al', zegt de ander. 'Die is gebaseerd op het Amerikaanse recht, want de jongere juristen hebben tegenwoordig allemaal in de Verenigde Staten gestudeerd. En we hebben een nieuwe narcoticawet, een anti-corruptiewet - o ja, en een nieuwe assurantiewet, daar hebben we meer dan dertig jaar over gedaan.

Langzaam maar zeker worden de Nederlands-Indische wetten aangepast of vervangen door nieuwe, Indonesische wetten. Aanvankelijk waren ook die wetten nog vooral geïnspireerd op de Nederlandse wetgeving, zoals de Arbeidswet die in de jaren vijftig werd opgesteld. Tenslotte waren de Indonesische juristen uit die tijd veelal in Nederland opgeleid. Tegenwoordig is de Amerikaanse invloed sterker, vooral in de wetgeving voor het bedrijfsleven.

Maar de wetgeving die de familiesfeer raakt, zoals het huwelijksrecht en het erfrecht, staat vooral onder invloed van de oude adatregels - en in toenemende mate ook van de islamitische voorschriften. De nieuwe huwelijkswet, uit 1974, zegt dat de godsdienst de grondslag voor de huwelijkssluiting vormt. Islamieten trouwen volgens de islamitische regels - en een islamitische man mag dan ook met meer dan één vrouw trouwen, mits zijn eerste vrouw dat goedvindt (een ambtenaar heeft bovendien toestemming nodig van zijn chef); christenen houden zich aan hun kerkelijke voorschriften; hindoes en boeddhisten volgen hun eigen rites. Maar aangezien de wet zwijgt over wat er moet gebeuren bij gemengde huwelijken, zijn die in de praktijk niet langer mogelijk.

Bij erfrecht wordt nog altijd onderscheid gemaakt tussen de etnische Chinezen, voor wie nog altijd het Nederlands-Indische erfrecht geldt, en de overige Indonesiërs, voor wie soms het adatrecht van hun omgeving geldt en soms de islamitische wet - dat hangt ervan af waar ze wonen, en dat leidt vaak tot onduidelijkheid. Adnan Buyung Nasution noemt het geval van een man die was getrouwd met drie vrouwen: nummer één was christelijk, met haar was hij getrouwd volgens het burgerlijk recht; nummer twee had hij getrouwd volgens het gewoonterecht van de adat; en nummer drie was islamitisch. Toen hij overleed en zijn erfenis moest worden verdeeld, vroeg de rechter volgens welke regels de man gewoonlijk had geleefd. Toen bleek dat hij bij alle belangrijke gebeurtenissen, zoals de geboorte van zijn kinderen, de adatgebruiken had gevolgd, besloot de rechter zijn erfenis volgens de adat te verdelen.

Weliswaar heeft de overheid ernaar gestreefd eenheid te brengen in de toepassing van de adatregels, maar dat streven was eigenlijk tot mislukken gedoemd: het adatrecht is van plaats tot plaats verschillend. Intussen worden de adatgebruiken geleidelijk aan verdrongen door de regels van de islam. Een voorbeeld van dat laatste is, naar verluidt, te vinden bij de Minangkabaus, waar huizen en landerijen van oudsher werden vererfd langs de vrouwelijke lijn. Maar nu zijn de vrouwen daar bezig hun adatrechten te verliezen omdat steeds vaker het islamitische erfrecht wordt toegepast.

Grondbezit is belangrijk in het zich snel ontwikkelende Indonesië, waar de overheid steeds gretiger beslag wil leggen op land voor migratieprojecten, waterkrachtcentrales, industrieterreinen, wegen en woningbouwprojecten. 'In Sumatra, Borneo, Celebes, in Irian Jaya, overal heb je nu conflicten tussen de bevolking en de autoriteiten', zegt Adnan Buyung Nasution, wiens Instituut voor Rechtshulp daar wel enige ervaring mee heeft. 'De mensen beroepen zich op hun adatrechten, die in onze nieuwe Agrarische Basiswet ook worden erkend - als je hem tenminste goed leest. Maar de overheid verwijst naar de grondwet, waar staat dat al het land wordt geregeerd door de staat, in het belang van het volk. Daar maakt de regering nu van dat het land eigendom is van de staat.

'Ik moet zeggen dat de koloniale wet op dit gebied veel beter was dan onze Agrarische Basiswet. Want al was het discriminerend, in Nederlands-Indië mochten Europeanen en Chinezen geen land kopen van Inlanders, en die genoten dus een zekere bescherming. Maar nu mag iedereen alles kopen en dat betekent dat de rijken via corruptie en manipulatie hun gang kunnen gaan. En het wordt steeds erger. Soms worden de mensen zelfs met geweld en intimidatie van hun land verdreven.'

Dat klinkt niet alsof Indonesië een rechtsstaat is. 'Dat is het ook niet meer', oordeelt Adnan Buyung Nasution. 'De mensen die zich verzetten tegen de aanleg van de Kedung Ombo-dam probeerden hun recht te halen bij de rechter, en vervolgens bij de beroepsrechter, en ten slotte bij de Hoge Raad. Uiteindelijk hebben ze dat verloren omdat de regering de Hoge Raad gewoon opdracht gaf zijn uitspraak te herzien.

'En zo is het de afgelopen 25 jaar zo vaak gegaan. Zelfs de rechterlijke macht is niet meer onafhankelijk. Er is in Indonesië geen enkele instantie die de macht van de president kan controleren. Een rechtsstaat? Nou, nee.'

De vorige afleveringen in deze serie zijn verschenen op 1, 3, 7, 8, 10 en 14 augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden