Rapport over reclame en roken was wèl objectief

IN Forum van 19 september 'beredeneert' Peter de Kort dat een reclameverbod voor tabaksartikelen wel degelijk het roken zou verminderen....

Gezien de opmerkingen van De Kort heeft hij waarschijnlijk het rapport niet gelezen, maar reageert hij op de berichten die rondom de publikatie van het rapport in de pers zijn verschenen. In zijn betoog lopen verschillende onjuiste argumenten en standpunten dwars door elkaar heen. Zo beweert De Kort dat het NEI een instituut is dat eenzijdige rapporten schrijft.

Het NEI heeft een reputatie te verliezen als het gaat om objectiviteit en betrouwbaarheid. De vermoedelijke reden dat de tabaksindustrie juist het NEI vroeg onderzoek te doen naar een verbod op tabaksreclame, is dat het NEI nimmer oprachtgevers 'naar de mond schrijft'. Juist omdat het NEI bekend staat als objectief en betrouwbaar heeft het onderzoek waarde. Het kan niet zo maar opzij worden geschoven als 'verkondigd door de zegslieden van de tabakslobby'.

De Kort stelt vervolgens dat een reclameverbod, samen met een prijsverhoging van 25 procent op tabaksartikelen, tot een consumptieverlaging zou kunnen leiden. Dat is op zich juist, maar staat volkomen los van de effectiviteit van een reclameverbod. Het is de prijsverhoging die leidt tot de consumptiedaling, niet het reclameverbod. Verdere argumenten die zijn conclusie onderbouwen meldt De Kort niet.

Dan stelt De Kort dat er ondanks het wegvallen van inkomsten uit tabaksreclame, in de reclamebranche geen werkgelegenheid verloren gaat, omdat de sector groeit. De groei voorkomt misschien dat er ontslagen vallen, maar in dat geval wordt eenzelfde aantal nieuwe arbeidsplaatsen niet gecreëerd. Groei of geen groei, zo'n 650 arbeidsplaatsen zullen verdwijnen ten gevolge van het reclameverbod (tenzij, zoals de schrijver veronderstelt, de overheid jaarlijks 84 miljoen gulden extra aan anti-roken campagnes zou gaan uitgeven).

Volgens De Kort zou tabaksreclame, vooral onder de jeugd, wel degelijk invloed hebben op het rookgedrag. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter meermalen aangetoond dat reclame voor tabaksprodukten niet leidt tot meer roken, maar dat het leidt tot veranderingen in marktaandelen tussen de fabrikanten.

De belangrijkste invloeden voor of tegen roken die jongeren ondervinden, zijn de voorbeelden die zij zien in hun directe omgeving. Het al dan niet roken van ouders, vrienden of idolen is van grote invloed. Reclame speelt amper een rol, aldus wetenschappelijke publikaties over dit thema.

Voorts zijn 'honderden miljoenen aan reclamegelden' waar De Kort het over heeft, uit de lucht gegrepen. Gezamenlijk gaven de fabrikanten (volgens opgave van het Bureau voor Budgetten Controle) in 1994 84 miljoen gulden uit aan reclame. Produktverbeteringen hebben weinig zin als het niet langer mogelijk is om het publiek daarvan via reclame op de hoogte te stellen.

Ten slotte stelt De Kort dat een tabaksreclameverbod leidt tot een toename van het roken met 3 à 4 procent, en daarom tabaksfabrikanten blij zouden moeten zijn met een verbod. Het NEI heeft echter becijferd dat een reclameverbod zou kunnen leiden tot een consumptieverhoging van meer dan 500 miljoen sticks (sigaretten en shag), ten opzichte van een totaal aantal van 31,7 miljard sticks in 1994. Dat is een stijging van iets minder dan 2 procent.

Hans J. Posthumus

De auteur is verbonden aan het Nederlands Economisch Instituut te Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden