Ranke torens zoeken redders

Nederlandse watertorens zijn met zo veel zorg ontworpen omdat ze hoog boven ons vlakke landschap uittorenen. Nu ze niet meer nodig zijn, wil niemand ze kwijt. Maar er zijn nogal wat obstakels te overwinnen voor een toren een nieuwe bestemming krijgt.

Als je van het nieuwe naar het oude land rijdt, van de Noordoostpolder oostwaarts de kop van Overijssel in, dan priemt hij daar majestueus boven het landschap uit. De watertoren van Sint Jansklooster (anno 1931) is aan zijn tweede leven begonnen als uitkijkpost.


Op een zomerzaterdag leiden vrijwilligers de bezoekers 45 meter naar omhoog, waar het uitzicht over natuurgebied De Wieden 360 graden lang geweldig is.


Niet met alle watertorens in Nederland gaat het zo goed als in Sint Jansklooster. Er zijn er nog ongeveer 175, trotse verticale monumenten van een verouderd waterleidingsysteem. Nederland heeft - in tegenstelling tot Frankrijk en België - in architectonisch opzicht altijd werk gemaakt van die torens. Ze waren niet alleen utilitair: in het vlakke land moet een toren er ook goed uitzien. Dat maakt het extra pijnlijk als ze aan de sloophamer ten prooi vallen. Wat de laatste jaren een aantal keren is gebeurd.


Maar de toren van Sint Jansklooster is een succesverhaal. Het is ook niet zomaar een watervat op pootjes. Het is een superstoer ding van baksteen, zeskantig, met diepe neggen in de hoekzijdes. Hier heeft een, anonieme, architect bijna honderd jaar terug zijn best gedaan om ook het oog te behagen.


De draagconstructie binnenin is van beton, een van de eerste bouwwerken waarin glijbekisting werd toegepast op grote hoogte. Een houten mal werd volgestort, omhoog getrokken en opnieuw gevuld: laag voor laag tot aan de top. Het beton droeg het gewicht van 400 duizend liter water. Het baksteen dat de betonnen kern omhult, heeft geen dragende functie, het is puur esthetisch. Het geeft de toren iets kasteelachtigs.


'Kijk', zegt Bart Kellerhuis van Zecc Architecten, 'hoe mooi en sculpturaal dat metselwerk aan de buitenkant is aangepakt. Je ziet dat de architect goed naar de Amsterdamse School heeft gekeken.' Kellerhuis wijst op de basis van het bouwwerk dat breed uitloopt, als de voet van een stokoude beuk. Naar boven toe is de toren recht en rank. Slechts uit subtiele details kun je opmaken dat bovenin een verdikking zit om het watervat te bergen. 'Je kunt zien dat iemand er hier iets moois van heeft willen maken', zegt Kellerhuis.


Zecc architecten heeft meerdere watertorens een nieuw bestaan gegeven. In Soest is van een toren een woonhuis gemaakt. De watertoren van Den Bosch krijgt horeca en kantoorruimte. Het bijzondere aan Sint Jansklooster is dat het hart leegt blijft. 'Er is alleen een trap die naar het uitkijkpunt leidt. Dat geeft je als architect veel vrijheid', zegt Kellerhuis. Hij ontwierp een geschakeerde trap die zowel een sculptuur is als de drager van het verhaal van de toren.


In onregelmatige vorm zigzagt hij naar boven dwars door de ruimte. Op sommige momenten waan je je in een tekening van Escher. De sturing is uitgekiend: soms loop je dicht langs de wanden, waar je de verticale groeven van de glijbekisting kunt voelen, dan weer openbaart de toren zich in de volle binnenhoogte. Je passeert rakelings de loden waterbuizen en de wankele steile ladder waar het personeel vroeger omhoog moest klauteren.


Bovenin, boven de lekvloer en boven de waterketel, is een platform met rondom ramen. Je kijkt hier uit over een zeer waterrijk terrein, het hart van natuurgebied De Wieden. Niets belemmert het uitzicht, behalve dan het folie dat aan de onderzijde van de ramen is geplakt.


Dat folie is misschien een detail, maar wel een omineus teken dat de herbestemming van deze watertoren - zoals vaak - geen bagatel is geweest. Het afplakken is een concessie aan de omwonenden die bezwaar maakten tegen de uitkijkpost omdat ze vreesden voor inkijk in hun tuin en huis.


'Dat is typerend voor de problemen van watertoreneigenaars', zegt Keni Paulzen, bestuurslid van de Nederlandse Watertorenstichting. 'Er zijn altijd twee grote obstakels: de vergunningen en de omwonenden.'


De stichting is in de jaren negentig opgericht omdat steeds meer torens gesloopt dreigden te worden. Ooit waren er 260. Daarvan zijn er zo'n 85 verdwenen. 'De gebouwen zijn beeldbepalend in de omgeving, de gemeenten willen niet dat ze verdwijnen, maar ze doen er ook te weinig aan om een nieuwe bestemming mogelijk te maken', zegt Paulzen.


Paulzen zelf kocht meer dan tien jaar geleden de watertoren van Gouda, uit 1883. Hij is sinds die tijd bezig geweest met procedures en vergunnningen. 'Gemeenten zijn zo bang voor precedenten dat ze van alles verzinnen om het wonen te verbieden.' Omdat de Goudse toren nabij een industrieterrein staat, moest Paulzen eindeloos bakkeleien om een woonbestemming op het gebouw te krijgen. 'Terwijl bewoning een uitstekende garantie is dat de toren behouden blijft. Leegstand is funest voor zo'n oud gebouw.' Hij heeft nu een woonvergunning 'tot 6 meter hoogte', terwijl de toren zelf 33 meter hoog is. Volslagen absurd, vindt Paulzen. 'Als je een watertoren koopt, wil je toch ook de bovenkant gebruiken.'


Je moet over een lange adem beschikken, dat is duidelijk. Luc Veeger is een architect met geduld. Hij is sinds midden jaren negentig betrokken bij de Watertoren Noord in Groningen. Hier wordt niet gewoond, maar is lang gezocht naar financiering voor het project. Het resultaat ging in juni open: de 'Bovenkamer van Groningen'. De toren is verbouwd tot culturele plek, met theater, kantoren en panoramazaal.


'Het is moeilijk een goede exploitatie te vinden voor een toren, zeker als je er geen woningen van kunt maken', zegt Veeger, architect bij ingenieursbureau Arcadis. Het bijzondere aan de negentig jaar oude Groningse toren is dat hij op 'pootjes' staat. Een open stalen frame waarop het vat rust. In Nederland is deze typologie zeldzaam, de torens zijn meestal dicht van onder.


De toren heeft boven in de oude bolvormige waterketel van 13 meter doorsnee een amfitheater waar 120 mensen kunnen zitten. Daarboven een ronde multifunctionele zaal met panorama over stad en ommeland. De oorspronkelijke wenteltrap is bewaard, maar er is een nieuwe ranke liftkoker tegen de buitenkant gezet om de toren toegankelijk te maken. De liftconstructie heeft het uiterlijk van een waterpeilstok.


De toren van Groningen heeft dertig jaar leeggestaan. 'Je moet maar iemand zien te vinden die het risico wil nemen om zo'n watertoren op te knappen', zegt Paulzen van de stichting Watertorens. 'Dat is niet voor iedereen weggelegd.' Verbouwen en onderhoud is een zware financiële last. 'En als ik voor al die procedures met de gemeente een advocaat had moeten inhuren, was ik blut geweest.'


In Boskoop is vorig jaar een 71-jarige eigenaar bezweken aan een hartaanval toen hij terugkwam van het zoveelste gesprek over vergunningen. 'Wij hebben toen in een brief de gemeente ter verantwoording geroepen', zegt Paulzen.


De Watertorenstichting wil graag dat een gemeente meer meedenkt over een nieuwe bestemming. Niemand wil de watertorens kwijt, maar de gemeente zelf zal niet gaan investeren. Dat laten ze aan particulieren over. 'Misschien zitten er af en toe wat avontuurlijke types tussen, maar ja, als je niet een beetje bevlogen bent, begin je hier nooit aan.'

WATERTOREN VAN SOEST

Gebouwd 1931


Architect H.F. Mertens


Hoogte 24 meter


Waterreservoir 200 duizend liter


Status rijksmonument


Verbouwd tot woonhuis door Zecc Architecten.


De Watertoren in Soest, met een vloeroppervlak van 250 vierkante meter, is eind jaren negentig verbouwd tot woningen. De toren heeft nu negen woonlagen. Om de vloeren voldoende licht te geven is een hoog venster toegevoegd. Het project won in 2004 de Watertorenprijs.

DE BOVENKAMER VAN GRONINGEN, WATERTOREN NOORD

Gebouwd 1908


Oorspronkelijke architect Carl Francke


Hoogte 42 meter


Waterreservoir 1 miljoen liter


Status rijksmonument


Verbouw en renovatie Luc Veeger/Arcadis


De Bovenkamer van Groningen is een cultuurplek, met kantoorruimte op de begane grond en een amfitheater plus uitkijkpunt in de toren zelf. De ruimtes zijn te huur voor culturele manifestaties en bijeenkomsten.

WATERTOREN SINT JANSKLOOSTER

Gebouwd 1931-1932


Architect onbekend


Hoogte 45 meter


Waterreservoir 400 duizend liter.


Status rijksmonument.


Verbouwing door Zecc Architecten.


Waterleidingbedrijf Vitens heeft de toren in 2011 overgedragen aan de non-profitorganisatie BOEI, De Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed. In overleg met Natuurmonumenten is besloten om er een uitkijktoren van te maken. Open sinds 24 april, bekroond met de Watertorenprijs 2014. De toren is te bezoeken op afspraak of op zaterdagen tussen 11 en 15 uur.

DE OUDSTE

De oudste watertoren van Nederland staat op het voormalig koninklijk landgoed Soestdijk en is gebouwd door stadhouder Willem III, om voldoende waterdruk op te bouwen voor zijn fonteinen. De toren dateert uit 1680 en haalde het water naar een bassin omhoog met hulp van een windmolen. Willem III liet de fonteinen alleen spuiten bij hoog bezoek, omdat het soms dagen duurde voor het gebouw vol was. Het gebouwtje is nu een rijksmonument, waarin een souvenirshop is gevestigd.

WAAROM OVERBODIG?

Vanaf de jaren zestig en zeventig werden de torens overbodig. De pompsystemen waren zodanig verbeterd dat ondergrondse waterbassins goedkoper en efficiënter werden. Van de 175 torens die nu nog overeind staan, is bijna geen enkele meer in het bezit van de waterleidingbedrijven. Een deel ervan heeft de monumentenstatus. Maar niet altijd lukt het om ze te behouden. De torens van Terneuzen en Venlo zijn de afgelopen tien jaar gesloopt, omdat het niet lukte ze te herbestemmen.

WAAROM WATERTORENS?

De opkomst van de watertoren in het Nederlandse waterleidingnetwerk loopt synchroon met de uitvinding van de stoommachine. Hoogte leverde de broodnodige druk op het waterleidingnetwerk:10 meter hoogteverschil levert 1 bar druk op. In Nederland willen mensen 3 bar op hun kraan, daarom zijn watertorens al gauw 30 meter hoog. De zware pompen die nodig zijn om grote hoeveelheden water naar dergelijke hoogte te pompen kwamen pas beschikbaar aan het begin van de industriële revolutie.


Nederland heeft in ruim honderd jaar zo'n 260 torens aangelegd. De oudste stond in Den Helder en werd gebouwd in 1856. De laatste watertoren werd in 1971 in gebruik genomen, dat waren de drie bollen van Eindhoven, die inmiddels een industrieel monument vormen. Een van de grootse reservoirs stond in Rotterdam. Daar ging 1,5 miljoen liter water in het vat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden