Rana vluchtte uit Syrië, maar haar vriend bleef achter

Terwijl de aandacht voor de langslepende oorlog in Syrië verslapt, slaat de VN groot alarm: Syrië stevent af op een soort tweede Rwanda. Per dag komen er zesduizend nieuwe vluchtelingen bij. Een groot aantal, maar kan het ons beroeren? Niet echt (of, geef maar toe: helemaal niet), want de vluchtelingen blijven anoniem. Daarom het verhaal van één van hen: de 28-jarige Rana, die een half jaar geleden van Damascus naar Istanbul vluchtte.

Een Syrische vluchteling (niet Rana uit het verhaal). Beeld AFP
Een Syrische vluchteling (niet Rana uit het verhaal).Beeld AFP

Rana wilde lange tijd niet vluchten. Wat had ze te zoeken in het buitenland, behalve een veilig heenkomen? Veiligheid was voor haar ondergeschikt aan alles wat ze zou moeten opgeven in Damascus, waar ze met veel plezier woonde. Daar had ze haar werk - als scenarioschrijver van door Arabieren zo geliefde soapseries - haar vrienden, familie en haar vriend Luay, met wie ze stiekem (want: ongetrouwd) samenwoonde.

Bovendien: de gevechten vonden ver buiten de hoofdstad plaats, in Aleppo, Homs en Daraa. Wel zag ze elke dag de beelden op televisie, van betogers die door Syrische ordetroepen werden belaagd door kogels. Huiveringwekkend, vond ze, maar toch deed het haar gek genoeg niet zo veel. Voor de grap keek ze met Luay wel eens naar de Syrische staatstelevisie. Dan lachten ze over het commentaar van de nieuwslezer die op onheilspellende toon sprak van 'terroristen' en 'buitenlandse invloeden'.

Grimmiger
De oorlog bleef voor haar, als jonge Syrische vrouw die midden in het leven stond, op afstand. De beelden op de televisie kwamen haar vreemd voor, alsof het haar land niet was. Wel merkte ze dat ook in Damascus een verandering gaande was, voelbaar aan de atmosfeer, die grimmiger was geworden.

Waar Syriërs voorheen, ongeacht hun afkomst, op goede voet stonden met elkaar, werden er nu groepjes gevormd. Je was vóór of tégen de revolutie. Zij en Luay waren voor, sommige vrienden tegen. Ze discussieerden erover met elkaar, met oprechte interesse en respect voor elkaars standpunten, maar hoe heviger de discussies in de loop der tijd werden, hoe onhoudbaarder de vriendschap, totdat er op gegeven moment geen vriendschap meer was.

Niet alleen de atmosfeer veranderde: het eten werd schaarser, het straatbeeld grauwer. Familieleden en vrienden trokken bij elkaar in. Het geld was op. Ook Rana en Luay, beide werkzaam voor hetzelfde bedrijf, kregen van de een op de andere dag te horen dat er geen werk meer was. 'In deze tijd koopt toch niemand het script van een soap', had de baas gezegd, en daar had hij natuurlijk gelijk in.

Het stel trok in bij de oudere broer van Luay, die met zijn vrouw en twee kinderen een klein appartement in een buitenwijk van Damascus bewoonde. Niet ideaal, maar in ieder geval hadden ze een dak boven het hoofd, en er was eten. Hun dagen sleten ze met televisiekijken. De beelden werden met de dag gruwelijker. Rana en Luay voelden zich steeds meer gesterkt in hun idee dat het regime beestachtige trekken vertoonde, en dat de oppositie bestond uit moedige helden.

Ze richtten Facebookpagina's op onder valse namen en plaatsten filmpjes van regeringssoldaten die vreedzame betogers doodschoten en kinderen mishandelden. Vrienden die op dezelfde manier protest hadden gevoerd, waren al eens door de geheime opgespoord en in het niets verdwenen. Ja, het was gevaarlijk, maar niets doen was geen optie, vonden ze.

Beelden op de televisie van een aanslag in Al-Qaboun, Damascus. Beeld ap
Beelden op de televisie van een aanslag in Al-Qaboun, Damascus.Beeld ap

Dienstplicht
Hun dagen van betrekkelijke eenzaamheid en verveling werden opgeschrikt door een oproep gericht aan Luay. Hij moest in militaire dienst. De troepen van Assad hadden hem nodig. Ze bespraken een vluchtplan, maar wisten op voorhand dat het geen zin had: Luay moest gaan. En hij ging.

Opgetogen kwam hij na de eerste dag weer thuis - hij was op een administratieve post geplaatst. Het front werd hem bespaard.

Hoewel hij nu voor een organisatie werkte waar hij zich ideologisch van distantieerde - hij keek uit op een portret van Assad - had Luay het naar zijn zin in het leger. Hij had een dagbesteding en verdiende een kleine duit. Tegenover zijn collega's liet hij zich niet uit over zijn standpunt inzake de revolutie. Te gevaarlijk.

Front
In diezelfde tijd ontaarde de revolutie steeds meer in een oorlog. In Damascus ontploften de eerste autobommen. De straten werden in beslag genomen door soldaten. Er reden tanks. De geheime dienst was overal.

Luay was slim genoeg om te beseffen dat het niet lang meer zou duren totdat hij overgeplaatst zou worden naar het front. Daar zou hij moeten schieten op mensen die zijn sympathie hadden. Of erger nog: hij zou zelf het loodje leggen.

Hij besprak de situatie met Rana. Er was eigenlijk maar één uitkomst: Rana zou naar Istanbul vluchten - haar Libanese paspoort (ze beschikte over de dubbele nationaliteit) maakte dat voor haar betrekkelijk eenvoudig. Ze hoefde alleen maar de bus te nemen. De stempel die ze zonder moeite zou ontvangen aan de grens gaf haar toegang tot het veilige Turkije.

Voor Luay was dit geen optie. Als gedeserteerde soldaat zou hij opgepakt worden bij een van de vele legercontroles onderweg. Hij zou gevangen genomen worden en misschien wel ter plekke afgeschoten.

Strijders van het oppositionele Vrije Syrische Leger. Beeld reuters
Strijders van het oppositionele Vrije Syrische Leger.Beeld reuters

Ondergedoken
Luay zou in Syrië blijven. Dat was onvermijdelijk. Hij zou bovendien moeten onderduiken. Als vriendin van een gedeserteerde soldaat was het voor Rana ook niet langer veilig in Syrië.

Terwijl zij in in de richting van Istanbul afreisde, vertrok Luay in het holst van de nacht naar een geheime locatie in Damascus. Daar is hij nog steeds. Zes maanden lang heeft hij het daglicht niet gezien. Hij moet bukken om het raam te openen. Niemand - ook die aardige buurman niet - mag weten dat hij daar woont. Op de achtergrond klinken bijna onophoudelijk geluiden van hevige gevechten, meestal ver weg, soms angstaanjagend dichtbij.

Rana en hij spreken elkaar dagelijks op Skype. Daarvoor hebben ze speciale software geïnstalleerd, zodat de geheime dienst het schuiladres van Luay niet kan traceren. Elke dag bespreken ze een vluchtplan voor Luay, in de hoop dat hij zich snel bij Rana in Istanbul kan voegen. Maar elke dag komen ze tot dezelfde conclusie: te gevaarlijk.

'We hebben besloten nog even te wachten', zegt Rana dan. 'Totdat de situatie beter wordt.'

Oh ja, ze heeft nog een nieuwtje van het thuisfront. 'Mijn ouders zijn na dertig jaar uit elkaar. Ze gingen elkaar steeds erger haten, door hun meningsverschillen over de revolutie. Binnen een maand had mijn vader een nieuwe vrouw. Maar weet je wat nu zo leuk is?' Ze lacht breed. 'Mijn moeder weet nu dat Luay en ik samen zijn en dat we zelfs samen hebben gewoond. En weet je wat? Ze vindt het helemaal niet erg!'

Dit verhaal is gebaseerd op vele gesprekken met Rana en Luay, de afgelopen twee jaar in Damascus en via Skype. Hun namen zijn uit veiligheidsoverwegingen gefingeerd.

Een strijder van het Vrije Syrische Leger neemt een douche op straat in Deir al-Zor. Beeld reuters
Een strijder van het Vrije Syrische Leger neemt een douche op straat in Deir al-Zor.Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden