'Rampenman' wordt 'leeuwenman'

VOOR DE lezers van John Irving geldt al sinds jaar en dag de regel: verwacht het onverwachte. Er zijn weinig auteurs die hun plots zo volstoppen met bizarre gebeurtenissen, tergende toevalligheden en gestoorde persoonlijkheden als hij....

De auteur paart zijn verhalende vaardigheden aan helder verwoorde en onmiskenbaar verstandige morele standpunten. Zo stelde hij in The Cider House Rules de abortusproblematiek aan de orde, in A Prayer for Owen Meany de Amerikaanse Vietnam-kater en in A Son of the Circus de wereldwijde migratie en zijn gevolgen. In al deze kwesties nam Irving een genuanceerd, mild-progressief standpunt in, en sloot daarmee heel behoorlijk aan bij de opvattingen van de gemiddelde romanlezer.

John Irving beheerst als weinig andere schrijvers de kunst van het entertainen en het daarbij verwoorden van politiek correcte opvattingen. Hij beschikt over de stijl en de verbeeldingskracht om je, althans zolang het leesproces duurt, mee te zuigen in zijn wereld. Zolang hij vertelt, ben je bereid hem te geloven. Nou ja, meestal. Het echte hoofdschudden volgt doorgaans pas achteraf. Of helemaal niet, want Irving heeft een schare aanbidders waar menige auteur jaloers op is.

Wie na het lezen van een Irving-roman zijn hoofd schudt, stoort zich meestal aan de overdaad van alles. Als een man zich bij hem tot vrouw laat verbouwen, is het geen fijngebouwd, feminien type, maar meteen een geblokte footballspeler. Als er hasj gesmokkeld wordt, gebeurt dat niet in een dubbele kofferbodem, maar in een gigantisch model dildo. Dat werk.

Ook Irvings tiende roman, The Fourth Hand (De vierde hand), omarmt het Grote Gebaar. Het boek valt met de deur in huis. De eerste zin luidt: 'Verbeeld je een jongeman aan de vooravond van een gebeurtenis van nog geen halve minuut: het verlies van zijn linkerhand in de kracht van zijn leven.' De jongeman in kwestie is Patrick Wallingford, verslaggever bij een nogal sensatiebelust televisiestation en toegerust met de eigenschap dat bijna iedere vrouw die hem tegenkomt, met hem naar bed wil.

Op een dag is Wallingford in India, in verband met een item over verongelukte koorddansers die zonder net moesten werken. Tijdens de opnamen begeeft hij zich wat dicht in de buurt van een leeuwenkooi, wat hem - hap! - op het verlies van zijn linkerhand komt te staan. De opname is nog dezelfde dag overal ter wereld in eindeloze herhaling op tv te zien en levert Patrick, die al de bijnaam 'rampenman' had, een nieuw koosnaampje op: 'leeuwenman'.

Tot de mensen die via de tv van Wallingfords misfortuin vernemen, behoort onder anderen Doris Clausen, een jonge getrouwde vrouw uit Wisconsin, die fantaseert over de mogelijkheid om de hand van haar man - mocht hij toevallig komen te overlijden - aan Wallingford af te staan. En zie: niet lang daarna schiet Otto Clausen zichzelf per ongeluk dood en grijpt Doris haar kans. Wel dwingt ze een bezoekregeling af met de hand. En nog voor deze bij Patrick wordt aangezet, dwingt ze hem bovendien het bed in. Want Doris Clausen wil al jaren een kind en weet zeker dat het uitblijven van zwangerschap te wijten was aan Otto.

Bij dat alles dient vermeld te worden dat Doris Wallingford weliswaar een knappe man vindt, maar niet verliefd op hem is en geen relatie met het wenst. Ze wil slechts een kind, dat Otto wordt genoemd, naar de man wiens hand ze zo gretig heeft afgestaan en voor wie ze - zo houdt Irving vol - nog altijd een grote liefde koestert.

Wallingford is ondertussen wel degelijk verliefd geworden op Doris, en als hij naast haar in bed ligt, zijn nieuwe linkerhand op haar zwangere buik, droomt hij ervan met haar een gezin te stichten. Vergeefs.

Natuurlijk heeft Irving nog enkele andere verhaallijnen door zijn roman gesponnen. Zo is er Wallingfords haatdragende ex-vrouw. Zo is er de ascetische, smetvrezende handchirurg dr. Nicholas Zajac, die eveneens te kampen heeft met een haatdragende ex-vrouw, die hun zoon tegen hem wil opzetten. Zo is er Zajacs huishoudster, die van de ene dag op de andere een fanatiek bodyshaper wordt en om de aandacht van de dokter te trekken voortaan naakt het huishouden doet. Zo is er Zajacs hond, die gulzig zijn eigen uitwerpselen consumeert (niet fijn voor een smetvrezend baasje).

Zo zijn er al die vrouwen, die ernaar hunkeren met Wallingford het bed te mogen delen of als het even kan zelfs een kind van hem willen. Zo zijn er de blauwe, alleen in India verkrijgbare pijnstillers, die niet alleen Wallingford maar ook zesjarige meisjes bloedgeil maken. En zo is er de stem van Doris Clausen, die er tijdens een kort televisieoptreden in slaagt alle mannelijke kijkers een gigantische erectie te bezorgen.

Kortom: ook in The Fourth Hand vergast Irving zijn lezers weer op een ruimhartige dosis, eh. . . ongewoonheden. Helaas is de plot waarin ze zijn ondergebracht ditmaal zo krachteloos, zo weinig dwingend, dat je ze onmogelijk voor zoete koek kunt slikken, zoals in de meeste andere Irving-boeken. Bij The Fourth Hand begint het hoofdschudden niet achteraf, maar al na een stuk of wat pagina's, en krijg je er na een paar hoofdstukken koppijn van.

Naast het gebrek aan een dwingende plot - het boek leest als een aaneenschakeling van anekdotes - ligt dat aan de afstandelijke, laconieke schrijfstijl die Irving ditmaal hanteert, en die van meet af aan lijkt te suggereren dat de auteur geen enkele betrokkenheid bij het doen en laten van zijn personages voelt, wat voor hem heel ongebruikelijk is. Alle gebeurtenissen worden niet alleen verteld, maar ook van hinderlijke commentaren voorzien door een alwetende verteller, die maar praat en praat, maar die het allemaal geen zak lijkt te kunnen schelen.

Natuurlijk heeft The Fourth Hand ook een moraal. Na een tijdje begint Wallingfords anti-immuunsysteem de donorhand af te stoten en moet hij weer operatief worden verwijderd. Tegenover dit nieuwe verlies staat dat hij in de loop van het boek wel aardiger wordt. Met name het feit dat hij Doris Clausen niet kan krijgen, terwijl hij niet anders gewend was dan dat elke vrouw die hij begeerde voor hem viel, heeft op Wallingford een louterende uitwerking. 'Patrick Wallingford was tot tweemaal toe zijn linkerhand kwijtgeraakt, maar had wel een ziel gekregen', heet het dan. En zoals de titel van het boek al aangeeft, is ook op het gebied van ledematen alle hoop nog niet verloren.

Het schijnt dat The Fourth Hand een soort 'tussendoorboek' is, een roman die zich aandiende terwijl Irving onderzoek deed voor zijn boek Until I Find You. Op een avond zagen Irving en zijn vrouw Janet een documentaire over Amerika's eerste handtransplantatie. 'Stel dat de donor een bezoekregeling zou willen?', merkte Janet op. In plaats van vriendelijk 'Bedtijd, Janet' te zeggen, begon Irving over het idee na te denken. En schreef vervolgens zijn slechtste roman tot nu toe. Maar ja, een goed huwelijk is ook wat waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden