Rammelende hazen, oftewel 'the march madness'

Als de hazen in februari en maart 'rammelen' in het veld, is dat lang niet altijd om de gunst van een vrouwtje, zegt Sim Broekhuizen, die ontdekte dat jonge hazen na zonsondergang terugkeren naar hun geboortegrond.

De haasBeeld Anne Geene

'Ik heb het vaak gezien, in deze tijd van het jaar, een haas die wordt achtervolgd door een jachthond. Dat gaat al heel hard. Op een bepaald moment loopt die hond toch wat in, maar dan, opeens, zet de haas de turbo erop, hij heeft nog een ongelooflijke versnelling in huis, tot boven de 65 kilometer per uur. Die hond geeft het dan vaak op, en kijkt wat verdwaasd om zich heen, alsof-ie denkt: hoe kan dit?

'Een haas houdt dat rennen lang vol, in tegenstelling tot het konijn. Dat is ook logisch; een konijn moet vooral even heel hard rennen om zijn veilige burcht te kunnen bereiken. Maar een haas heeft geen hol, die slaapt in het veld, hoogstens heeft hij een leger, een enigszins beschutte plek, een soort kommetje, waarbij hij net onder het maaiveld blijft. Hij moet dus blijven lopen totdat hij zijn belager heeft afgeschud.

Paartijd

'En dan de rammelende hazen. Dit fascinerende verschijnsel is doorgaans in februari en maart te aanschouwen. The march madness wordt het ook wel genoemd. Groepen hazen die elkaar achtervolgen in het veld. En die al boksend tegenover elkaar staan, op hun achterpoten. Het traditionele idee is dat er een tochtig vrouwtje, een moerhaas, vooroploopt en dat daar een hele stoet op seks beluste mannen achteraan rent. Mannetjes, rammen, die vechten om de gunst van de vrouw. Maar dat is een te simpel beeld. We hebben hazen van oormerken voorzien, en wat bleek: het was lang niet altijd een vrouwtje dat vooropliep. Ik denk dat het rammelen deels een functie heeft in het bevestigen van de hiërarchie in de groep. Het zijn trouwens niet alleen de mannetjes die vechten, ook vrouwtjes kunnen flink van zich af meppen, als ze nog niet paringsbereid zijn.

'De paartijd van hazen begint al rond de kortste dag van het jaar, op het moment dat de dagen gaan lengen. De eerste haasjes worden dan al in januari of februari geboren. Dat zijn dan meestal worpen met een of twee jongen, in juni of juli telt een worp vaak drie tot vier jongen. Gemiddeld werpen hazen vier keer per jaar, in totaal elf of twaalf jongen. Drie of vier daarvan overleven misschien het eerste jaar. Ze sterven door predatie, door ziekten en door voedseltekort. Uiteraard sterven er in deze tijd van het jaar ook hazen door de jacht, maar dat effect wordt later in de winter gecompenseerd door een verminderde natuurlijke sterfte.

Kenmerken


De Haas (Lepus europaeus)

Kenmerken: Forser dan konijn. Grotere poten, langere oren.

Verspreiding: In geheel Europa, behalve IJsland en Noord-Scandinavië.

Leefgebied: Van oorsprong in de steppes. Voorkeur voor agrarisch cultuurland.

Onderzoek

'De basale vraag van ons onderzoek destijds, in de jaren zestig en zeventig, was: waarom zijn er zo veel, of zo weinig, hazen als er zijn? We keken onder meer naar geboorte en sterfte, maar ook naar het terreingebruik. We hebben hazen met zendertjes uitgerust om te kijken waar ze zich in het landschap ophielden. Dat was niet voor niets. In de jaren veertig en vijftig leefden er enorm veel hazen in de akkers en weilanden. Die aantallen zakten in de jaren zestig drastisch, vanwege de verarming in het agrarische land. Onkruid, geliefd voedsel voor hazen, verdween overal, er bleven nog maar een paar soorten gras over. Akkers werden geëgaliseerd, vanwege de mechanisatie, daardoor verdwenen de dekkingsmogelijkheden voor hazen. Door ruilverkaveling verdwenen ook de kleine akkers. Bovendien wordt er nu veel vaker gemaaid dan vroeger. Vooral die vegetatieverarming heeft een rol gespeeld bij de achteruitgang van de hazenstand.

'Hoe gaat dat in zo'n polder met bouwland? Na de oogst is er geen voedsel meer te vinden voor de hazen. Ze gaan dan allemaal naar de slootkanten, naar de randen van de velden, daar is nog wat voedsel. Niet alleen hazen doen dat, maar ook muizen en andere dieren. Je krijgt op die kleine stukjes een enorme foerageerdruk. De dieren krijgen stress en allerlei ziekten steken de kop op. Pseudotuberculose bijvoorbeeld, dat is een echte stressziekte die hazen volop treft.

Een hond tijdens de hazenjacht.Beeld anp

Vijanden

'De achteruitgang is in de laatste decennia gestopt. Er is nu een stabiele populatie hazen, op een lager niveau dan vroeger. Ik schat dat er nog altijd honderdduizenden zijn.

'Hazen hebben geen echte territoria, dat is ook logisch, want de leukste plekken met vegetatie veranderen iedere keer. Ze leven niet in groepen, maar 's avonds zie je ze wel groepsgewijs eten. Dat is anti-predatiegedrag, in een groep zie je meer dan alleen. Er zijn nogal wat vijanden. Roofvogels, reigers, ooievaars, meeuwen, kraaien, en 's nachts vossen en dassen; een klein haasje is voor iedereen wel een aantrekkelijk hapje. Overdag houden hazen zich daarom gedeisd. De mechanische landbewerking is dan wel rampzalig, want die jongen hanteren de strategie: blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Dat hebben ze in de evolutie meegekregen, maar dat systeem is niet berekend op maaimachines.

'Hazen werpen hun jongen gewoon in het veld. Anders dan bij konijnen worden de jongen met een goed ontwikkeld vachtje geboren, met de oogjes open, ze kunnen ook direct horen. Ze gaan al snel uit elkaar, want als je met zijn vieren bij elkaar ligt, val je meer op dan in je eentje. Al na een week beginnen ze ook al zelf wat te sabbelen aan het groen.

Ontdekking

'Toen ik begon met het onderzoek observeerden we vooral, nachtenlang. De spectaculairste ontdekking was dat jonge hazen iedere avond, drie kwartier na zonsondergang, terugkomen naar de plek waar ze zijn geboren, de plek die ze met elkaar weten. Een kwartier later komt ook de moeder en worden de jongen gezoogd. Die moeder zit daar drie minuten, dan heeft ze er genoeg van en springt ze weer weg. Na ongeveer een maand komt de moeder niet meer. Die jonge haasjes komen dan nog een keer of twee, totdat ook zij wegblijven.

'We hebben natuurlijk goed gekeken of dat voor alle hazen gold. Dat bleek zo te zijn. Sindsdien denk ik vaak, een uur na zonsondergang: op dit moment worden alle jonge haasjes in heel Nederland gezoogd.'

Sim Broekhuizen (77) is bioloog en oud-medewerker van onderzoeksinstituut Alterra.

De haas tijdens een hazenjacht.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden