Medialogica

Ramesars bedrog heeft niets met klasse of kleur te maken

Er is veel onzin beweerd in de affaire rond Trouw-journalist Ramesar. En het zelfreinigend vermogen van de journalistiek is niet zo groot als ze zelf van anderen eist.

Beeld Hilde Harshagen

Ook in het licht van de aanslag in Parijs heeft het ironisch genoeg iets geruststellends dat de Haagse 'shariadriehoek' van Trouw niet bleek te bestaan. De fictie van journalist Perdiep Ramesar leek afgelopen weken meer journalisten en media bezig te houden dan lezers, maar we moeten het er hier nog eenmaal over hebben. Er is in de nasleep te veel beweerd om onweersproken te laten.

Zo was de zaak-Perdiep vlak vóór Kerst aanleiding voor het opstappen van Trouw-columniste Elma Drayer. Jammer. Want Drayer had een uitstekende column kunnen schrijven waarin ze haar stap toelichtte. Nu moest zelfs de (hoofd)redactie van Trouw het nieuws uit de Volkskrant vernemen, en het stellen met een summiere uitleg die enkel vragen opriep. (Correctie 13 januari 2013: Drayer heeft de redactie van Trouw zelf ingelicht) Zo claimde zij een van meerderen te zijn die al jaren geleden waarschuwde 'deze man deugt niet'. De oude hoofdredactie had dovemansoren, en de nieuwe weigerde volgens haar consequenties te trekken. Toen deed ze het maar zelf.

'Ik heb ook nooit een column geschreven over stukken van Perdiep, omdat ik hem niet vertrouwde.' Dat bleek al snel anders te liggen: vorig jaar nog prees ze tweemaal een boek dat Ramesar (samen met Martijn Roessingh) had geschreven.

Wat jammer dat Drayer haar pen niet oppakte voor een verweer. En dat onschuldigen in haar optiek moeten boeten voor de perfide praktijken van een doorgedraaide collega.

Had van haar de hoofdredactie moeten opstappen? De vraag is wat daarmee eigenlijk bereikt zou zijn. Het zou hooguit symboolpolitiek zijn, een gebaar voor de buitenwereld. Niet nodig: Trouw-lezers hebben - voor zover bekend - niet massaal hun abonnement opgezegd.

Wel illustreert de zaak weer eens dat het zelfreinigend vermogen in de journalistiek niet zo groot is als diezelfde journalistiek vaak wel eist van politiek en CEO's.

Ook opmerkelijk: de doorgedraaide duidingsdrang van commentatoren en opiniemakers.

De gedachte dat aan het hoofd van Perdieps eenmansbedrijf een eenzaam dolende ziel stond, was voor sommigen onverteerbaar. In hun beschouwingen was Ramesar ineens exponent van een systeem of cultuur. Alsof het bedrijven van fictie in een waarheidsfabriek niet het werk van een eenzame gek kan zijn.

Hans Laroes, voorheen baas van het NOS Journaal, schreef in een blog dat de kwestie niet alleen over Trouw ging, maar over de wijze waarop redacties omgaan met anonieme bronnen. Dat is waar. Maar Perdiep wist zich bij het verhaal over de Haagse shariadriehoek gedekt door de toenmalige hoofdredacteur die in zijn krant loog dat alle bronnen voor het verhaal bij de hoofdredactie bekend waren. Dat verkleint de zaak toch weer tot het unieke en particuliere.

Het bontste betoog kwam van persprofessor Mark Deuze in NRC Handelsblad. Ook bij hem stond de zaak uiteraard voor meer.

De kwestie vloeide voort uit het gegeven dat redacties overwegend 'wit' zijn en Ramesar als allochtoon een uitzonderingspositie kon bekleden. Ook zijn redacties 'het domein van een betrekkelijk kleine maatschappelijke elite', als gevolg van ontslagrondes, reorganisaties en bezuinigingen (Deuze haalde er zelfs de te lage tarieven voor freelancers bij). 'In zo'n context neemt niemand elkaar de maat meer'.

Het is van een onzinnigheid waarvoor Ramesar zijn hand niet zou omdraaien. Niets van deze feiten biedt een solide verklaring voor het eenvoudige boerenbedrog van Ramesar. Dat bedrog heeft niets met klasse of kleur te maken. Of zou Deuze in de roemruchte zaak rond fantast Jan Haerynck bij de Volkskrant (in de financieel florissante jaren negentig) diens Belgische achtergrond willen aanvoeren? Ook in het buitenland bestond en bestaat groot journalistiek bedrog, maar nergens bestond een andere verklaring dan de karakterologische van de betrokken fraudeur. Hooguit moeten (hoofd)redacties zich beter wapenen tegen al te veel vertrouwen in hun personeel.

Intussen blijft het schrijnendste van Perdieps 'shariaverhaal' de afstand van de journalistiek tot het rampgebiedje dat hij had verzonnen. Weliswaar werd de waarheid van zijn verhaal al snel betwijfeld, maar toch kon die twee jaar lang een eigen leven leiden in politiek, maatschappij én media. Alsof het eilandje in de Schilderswijk een ver ebolaland was in onbegaanbaar gebied. Misschien moet de journalistiek die grens eens gaan verleggen en een kijkje nemen rond de ware feiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden