Ragfijn web ontrafeld

Werken van Ravel door het Cincinnati Symphony Orchestra o.l.v. Paavo Ji. Telarc...

Aan Ravel, de nieuwste titel in die reeks, valt bij beluistering onmiddellijk de enorme helderheid van de uitvoering op. De orkestklank is veerkrachtig en energiek, geen noot wordt verdoezeld. Dat is mooi, want werkelijk elk detail is te horen, maar het gevaar van die aanpak is dat de typische Ravel-betovering vervliegt: te veel nadrukkelijkheid kan leiden tot ontrafeling van het ragfijne muzikale web.

De Pavane pour une infante dnte klinkt bij Ji junior nog net als een lucide droom, maar de wel erg martiale Danse grale uit de Daphnis et Chlorcadische suite is echt over het randje.

Werken van Ravel en Debussy door solisten en het Cleveland Symphony Orchestra o.l.v. Pierre Boulez. DGG.

Mooi vergelijkingsmateriaal biedt deze cd van Boulez, vertegenwoordiger van een oudere dirigentengeneratie, met een ander Amerikaans orkest, dat van Cleveland.

Bij de Franse meester heeft Ravel een edeler geluid - de orkestklank is intens, maar ontspannen. In een stuk als Shrazade komt het delicate dirigeren van Boulez, in combinatie met de kleurrijke mezzo van Anne Sofie von Otter, schitterend tot zijn recht.

Toch heeft ook deze aanpak een keerzijde:

de warme klank slaat hier en daar om in wolligheid, met een ernstige Pavane die 10 procent langer duurt dan die van Ji en een saaie Tombeau de Couperin met veel te weinig swing.

Dan ligt Debussy Boulez beter: de statige Danses voor harp en strijkorkest, of de merkwaardige poe van de weinig bekende Trois Ballades de Frans Villon. Jammer van dat rare Frans van sopraan Alison Hagley. Vioolsonates van Franck, Saint-Sa en Ravel door Sarah Chang en Lars Vogt. EMI.

Wat de vioolsonates van Brahms zijn voor de Duitse Romantiek, zijn die van Cr Franck voor de Franse. Maar waar het genre bij Brahms stokt, is de lijn van Franck door te trekken naar Saint-Sa en Ravel bijvoorbeeld. Dat is wat de Engelse violiste Sarah Chang doet op deze cd van EMI. Met pianist Lars Vogt, die de afgelopen jaren op het festival van Delft al bewees een ras-kamermuziekspeler te zijn, levert ze schitterend werk, met name in de Franck-sonate.

Elke noot zindert, de tempi wisselen elkaar haarscherp af en de partners lijken elkaar voortdurend uit te dagen en op te zwepen. Changs onbekommerd virtuoze spel is soepel, maar met een volle toon, Vogt is soms bedachtzaam, maar kan ook danig opspelen.

Het doorzetten van deze lijn levert een wat vlezige lezing van Ravels Sonate op, ten koste van de transparantie. In het middendeel (Blues) lijkt Chang de ironie over het hoofd te zien, maar in het alle kanten op schietende slot speelt ze zo stug door dat het weer geestig wordt.

Koorwerken van Martin en Messiaen door het RIAS-Kammerchor o.l.v. Daniel Reuss. Harmonia mundi.

Met zijn nieuwe Berlijnse koor maakte Daniel Reuss, de dirigent die Cappella Amsterdam tot het tweede professionele kamerkoor van Nederland maakte, deze fraaie cd met zelden opgenomen 20ste eeuwse a cappella-werken. Tussen de expressieve Mis voor dubbelkoor van de protestant Martin en het enige liturgische stuk van Messiaen, het ingetogen O sacrum convivium, staan twee wereldlijke stukken.

Martins Songs of Ariel zijn aardige exercities in tekstuitbeelding, maar het hoogtepunt van de cd vormen Messiaens Cinq Rechants, expressionistische liefdesliederen zoals de Canadees Vivier ze jaren later ook componeerde, deels in een zelfverzonnen taal. En Reuss' uitvoeringen hebben geen greintje aan perfectie ingeboet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden