Rafaëlranden ****

Je kunt Rafaëls schilderijen braaf vinden, zijn voorstudies zijn dat zeker niet. Het Teylers Museum toont zijn aandachtige zoektocht naar perfectie.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

Zeggen dat Rafaëls schilderijen van Madonna en kind mooi zijn, is als zeggen dat Shakespeare literatuur is. Probeer het tegendeel maar te beweren. Rafaëls Madonna's zijn zo'n beetje de basis geworden van wat er in de kunst onder schoonheid wordt verstaan, zoals Shakespeare's tragedies archetypen van literatuur zijn geworden. Alles klopt, je kunt het bijna uitrekenen.

Rafaël maakte veel kunst en zelfs architectuur. Maar de meeste bekendheid kreeg hij door die Maria's. Daar komt schoonheid in drie idealen samen: een menselijk (de intimiteit van moeder en kind), een religieus (de bescherming van de Moeder Gods ten opzichte van de Messias) en een klassiek, van proporties en schildertechniek. Het is hogere schoonheidkunde, gemengd met de alledaagse intimiteit waaraan ieder mens kan relateren.

Toch is het niet altijd makkelijk om van Rafaël te houden. Noem het vloeken in de kerk, prima, maar al die Madonna's, ze zijn zo... corréct. Zo braaf. Zo in alle opzichten niet naar de normen die we tegenwoordig hanteren om een kunstwerk goed te noemen: vervreemdend, ontregelend, confronterend. Het komt misschien deels doordat we niet meer terug kunnen naar die tijd, toen er geen miljoenen foto's waren, om de impact van één zo'n Madonna te voelen.

Rafaëls Madonna's zijn als een goed gemaakt mannenpak: van een afstand gelijk aan alle andere, maar de kwaliteit zie je in de details. Als je oplet en een beetje weet hoe het werkt. De superioriteit zit 'm erin dat net die draaiïng van die baby klopt, of dat verkort van zijn armpje. Dat net die minuscule knik in Maria's hoofd het tot een warm onderonsje maakt.

Wat wél direct toegang geeft tot de kwaliteiten van Rafaël, wordt zichtbaar in de tentoonstelling Rafaël en zijn school, die vandaag opent in het Teylers Museum in Haarlem: de tekeningen. Die functioneren immers een beetje als een 'the making of...' van de schilderijen. Neem een blad dat bekendstaat als Studie voor de Bridgewater Madonna, uit het Albertinamuseum in Wenen, het museum waarmee Teylers de tentoonstelling samen maakte. Op de achterkant van die schets is het hele vel gebruikt voor zes Maria's-met-kind, plus twee losse baby's. Elk van hen is een wirwar van lijnen, probeersels van houdingen, zoals ook Leonardo Da Vinci dat deed. Ellebogen, armen, hoofden, keer op keer opnieuw. Het is alsof je die baby voelt, terwijl hij zich los wil worstelen. Een onrustige dreumes die niet kan blijven zitten op schoot, en een moeder die beheerst haar kalmte bewaart.

Elk van die Madonna's op dat vel mondde uit in een schilderij. Het is denkend schetsen, maar wel efficiënt. Een van die schilderijen hangt in de tentoonstelling: Madonna Colonna (1507-8) uit de Gemäldegalerie in Berlijn.

De tekeningen - in Haarlem zijn er 45 van Rafaël te zien en 45 van leerlingen - brengen een kunstenaar tot leven wiens werk niet tot in het engste detail klopt. Hier zien we niet de perfectie van het voltooide beeld, maar het streven, het zoeken naar perfectie, en de mate van aandacht waarmee hij dit zoekproces betrad. Ze geven toegang tot het hoofd van Rafaël, het lange en moeizame proces om tot de schilderijen te komen.

Rafaël ging niet vanzelf zo tekenen. Daar had hij Michelangelo en Leonardo voor nodig. Voor hen trok Rafaël naar Florence: het denkend tekenen, waarvan we nu zo houden, ontstond daar in de 15de eeuw, waarschijnlijk vond Donatello het uit, en werd het door die twee groten verfijnd.

Aan een van de schetsen in Haarlem, voor het schilderij Madonna in het groen, is direct te zien dat Rafaël Leonardo's Sint Anna (nu in het Louvre) moet hebben gezien. Het is weer zo'n oefening, je ziet 'm denken: hoe houdt Maria die baby het beste vast, hoe laat ze hem spelen terwijl ze hem toch beschermt, hoe wordt het een perfecte driehoek op het schilderij? Michelangelo maakte blijvende indruk - eerst in Florence, later zouden ze samenwerken in het Vaticaan, Michelangelo aan het Sixtijnse plafond, Rafaël in de Stanze, de kamers van de paus - ook hiervan hangen voorschetsen in Haarlem.

Alle tekeningen van Rafaël die bewaard zijn gebleven, ongeveer vijfhonderd, zijn te verbinden aan schilderijen die hij heeft gemaakt. Het zijn voorschetsen, of modelli, presentatietekeningen om aan de opdrachtgever te laten zien, of kartons, voorbereidende tekeningen op ware grootte, soms met geprikte gaatjes erin, om de contouren over te kunnen brengen op het schilderij.

Teylers toont verschillende grote afbeeldingen van de schilderijen, zodat je de getekende figuren, als losse puzzelstukjes, kunt vergelijken met het resultaat. Een jonge man met een oude vent over zijn schouder, je voelt de druk op zijn stevige benen, staat linksonder op de muurschildering in de Stanza del'Incendio in het Vaticaan. Van de beroemde fresco's in de Stanza della Segnatura (de bibliotheek van de paus, waar hij zijn documenten ondertekende), is een voortekening voor de School van Athene in Haarlem: een paar mannen, op de tekening nog met de mouwen opgestroopt en blote benen zodat Rafaël de spieren goed kon bestuderen, die later een groep rond de filosoof Pythagoras zou worden.

Zo'n klein museum en dan zo'n indrukwekkende, internationale kwaliteit - het werd in 2005 al duidelijk toen Teylers Michelangelo's tekeningen tentoonstelde, en het verbaast nu weer. Juist omdat van elke tekening wordt getoond of verteld dat er een geschilderd eindresultaat elders in de wereld hangt: het Vaticaan, het Louvre, Villa Farnesina, de National Gallery in Washington of het Kunsthistorisches in Wenen. De tekeningen vormen lange draden en vormen een soort visuele intertekstualiteit. Een mozaïek van beeldcitaten die allemaal verband houden met een ander geheel, een voorstelling elders. Alleen zijn deze tekeningen, vanwege de kwetsbaarheid, maar zelden te zien. De drie maanden die ze nu in het volle licht doorbrengen, is al een uiterste.

Die manier waarop de tekeningen verband houden met andere kunstwerken is de sterkte van deze tentoonstelling. Het is ook het enige echte bewijs, waarmee de tekeningen aan de kunstenaar toe te schrijven zijn. Anders dan bij schilderijen hebben tekeningenonderzoekers, zoals tentoonstellingsmaker Michiel Plomp, nauwelijks harde technieken tot hun beschikking om de authenticiteit van tekeningen te kunnen bewijzen. Je kunt geen jaarringen tellen, zoals bij panelen, en geavanceerde röntgentechnieken halen ook weinig uit met papier. Het oog moet getraind zijn om tekenkunst te onderzoeken en te beoordelen, en gelukkig is dat bij Plomp, die al een lange internationale carrière heeft, het geval. Hij en zijn collega Achim Gnann van het Albertina Museum kwamen in het onderzoek voor de tentoonstelling tot de conclusie dat drie tekeningen aan Rafaël kunnen worden toegeschreven - wat de Rafaëlcollectie van het Teylersmuseum in een klap met 30 procent vermeerderde: van negen naar twaalf stuks.

Dat Teylers deze drie niet als een soort oorlogsbuit naar voren heeft geschoven, maar ze zonder poespas tussen de rest presenteert, getuigt van een prettige bescheidenheid, die bovendien recht doet aan de voorzichtigheid waarmee tekeningentoeschrijvingen kunnen worden gedaan. De makers geven in een film zelfs openheid over de twijfels die ze hadden. Het blijft een onzeker vakgebied.

Tekeningen vragen, meer dan schilderijen, aandacht en voorzichtige benadering. Je moet ze letterlijk dichter naderen dan schilderijen, om ze goed te bekijken. Schilderijen presenteren zich als pauwen met de veren omhoog, tekeningen als schuchtere bosuilen. Ze vragen je aandacht in één kleur, details vallen pas op als je ogen gewend zijn. Hoe fenomenaal zo'n klein mannetje is als de Medici putto (1513-14), met witte lichtvlekjes precies aangebracht waar zijn beentje of buik uitsteekt en schaduwen die hem de volheid van een zachte peuter geven, zie je als je er even voor blijft staan. En dat is dan nog een voltooide tekening. Vaak moet je ze zelf een beetje afmaken in je hoofd, komt een figuur maar half van het papier opduiken. Als tekeningenkijker ben je veel meer deelnemer dan als schilderijenkijker. Daarop heeft de tentoonstelling goed ingespeeld.

Er zijn kleine kanttekeningen te plaatsen. Zo is het een raadsel wat het geschilderde portret van een man uit het Uffizi er doet. Er is geen voortekening te bekennen van het werk, het voelt een beetje als een excuusschilderij; tof dat ze het konden krijgen, maar een beetje willekeurig. En misschien kan de bezoeker een licht gevoel van gemis van context bekruipen. Het is immers géén tekeningenoverzicht van Rafaël. De makers kozen ervoor om alleen tekeningen te tonen uit Albertina en Teylers, plus de twee tekeningen uit Boijmans en het Rijksmuseum. Dat is een noodzakelijke beslissing op basis van (voornamelijk) het budget, en alszodanig volkomen begrijpelijk: het is al een wonder dat de tentoonstelling in het huidige klimaat gemaakt kon worden. Het roept hooguit een verlangen op naar een deel twee. Een tentoonstelling waarin ook de andere Rafaëltekeningen die er nog bestaan aan bod komen, om een vollediger beeld van hem als tekenaar te krijgen.

Het is klein grut, in een tentoonstelling die in alle opzichten van internationale proporties is. Die tot stand is gekomen in een museum dat soms ten onrechte als een lokaal curiosum wordt behandeld, en dat zijn collectie, en het wetenschappelijk onderzoek daarnaar, serieus neemt en genereus deelt met zijn publiek.

Rafaël en zijn school. T/m 6/1 in Teylers Museum (i.s.m. Albertinamuseum, Wenen), Haarlem. Reserveren: rafael2012.nl

Toegangsprijs 16 euro.

Rafaël werd in 1483 in Urbino geboren. Hij werkte in Perugia en Florence, voor hij zijn doorbraak had in het Vaticaan, toen paus Julius II hem een van zijn vertrekken, nu bekend als de Stanza della Segnatura, liet schilderen. Die was zo goed, dat de paus alle andere schilders in zijn Stanze naar huis stuurde. Rafaël maakte onder meer ook beroemde decoraties voor de rijke bankier Agostino Chigi, een portret van paus Julius II (nu in Londen) en de Sixtijnse Madonna (nu in Dresden) en zette na Julius' dood gewoon de

wapens van zijn nieuwe broodheer, Medici-paus Leo X, op de muren van het Vaticaan. Vasari roemt Rafaël om zijn beminnelijkheid en harmonie. Niet alleen hadden zijn schilderijen een enorme schoonheid, Rafaël zelf was volgens de kunstenaarsbiograaf ook een prachtige jongeman, door iedereen geliefd, die een harmonieus functionerende werkplaats van wel vijftig leerlingen runde. Een nadeel: de liefde speelde hem parten. Rafaël stierf jong, 37 jaar, volgens Vasari aan de gevolgen van een te intensief liefdesleven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden