Radicalisering gebeurt niet meer in de moskee

Buitenlandse haatimams in de gaten houden en zonodig het land uit zetten, of ze meteen al niet toelaten - kan dat de gevreesde radicalisering tegengaan?

Fouad Belkacem van de radicale groep Sharia4Belgium spreekt zich in juni 2012 uit tegen de arrestatie in Brussel van een vrouw in niqab.Beeld Foto AFP

We maken haatimams het werk onmogelijk en zorgen dat buitenlandse haatpredikers Nederland niet meer binnenkomen. Stoere taal van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken), maar hoe effectief zijn deze maatregelen?

Niet zo, is de eerste indruk. Tenzij de minister precies weet welke haatimams hij op de korrel moet nemen. Vreemd is dan wel dat hij ze nog niet eerder heeft aangepakt.

Het probleem is dat radicalisering nauwelijks nog in moskeeën plaatsvindt, maar vooral via internet. Salafistische (ultraorthodoxe) moskeeën, rond de tijd van de moord op Theo van Gogh in 2004 een bron van radicalisering, worden tegenwoordig scherp in de gaten gehouden door de inlichtingendienst AIVD.

Jongerenimam Yassin Elforkani, woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), wijst erop dat zijn organisatie vorige week alle imams van bij hen aangesloten moskeeën, ruim 380, heeft opgeroepen in de vrijdagpreek stelling te nemen tegen terreurbewegingen en radicalisering.

'Hoogst ongelukkig' vindt hij het dat Asscher de term 'haatimams' gebruikt. 'Die terminologie kan in het verkeerde keelgat schieten van imams die partner willen zijn van de overheid.' Elforkani maakt onderscheid tussen een imam, 'die een beroep heeft, een preekstoel, een gebedshuis', en haatpredikers.

Buurthuizen

Hij doelt op autodidactische 'predikers', veelal Nederlandse jongeren die via internet zijn geschoold in de terroristische ideologie. De AIVD meldt in zijn laatste jaarrapport aanwijzingen te hebben dat dergelijke predikers lessen geven aan kinderen in onder meer buurthuizen. Elforkani: 'Geef ons namen en rugnummers, dan kunnen wij actie ondernemen.' Kennelijk heeft de overheid die niet paraat.

Buitenlandse imams de toegang tot het land ontzeggen, zoals Asscher aankondigde, is ook niet eenvoudig. In 2005 klonk vanuit de Tweede Kamer de roep om de zwarte Amerikaanse 'haatprediker' Khalid Yasin de voet dwars te zetten. In 2012 was een Kamermeerderheid tegen de komst van de extremistische Brits-Palestijnse sjeik Haitham al-Haddad. In beide gevallen stelde de verantwoordelijke minister (Hirsch-Ballin respectievelijk Opstelten): de uitspraken van de predikers zijn verwerpelijk, maar optreden op voorhand is onmogelijk.

Keurig

Dat kan pas als ze in hun uitingen in Nederland tot geweld oproepen of haatzaaiende en opruiende taal bezigen. Die predikers kijken wel uit. In hun lezingen in universiteitszaaltjes of debatcentra blijven ze keurig binnen de grenzen van de wet.

Zelfs als er preken worden gehouden waarvan jongeren zelf zeggen dat die hen hebben geradicaliseerd, kan het moeilijk zijn de betrokken imam aan te pakken. Jongeren uit het Hofstadnetwerk vertelden de Volkskrant in 2005 over de opruiende preken van imam Fawaz Jneid van de Haagse As Soennahmoskee. De van oorsprong Syrische imam had enkele weken voor de moord op Theo van Gogh de filmmaker en de politica Ayaan Hirsi Ali vervloekt. Hij smeekte God hun de vreselijkste ziektes te geven.

Met zijn Nederlandse paspoort kon Fawaz niet worden uitgezet. Hij kon ook niet worden vervolgd, omdat hij niet rechtstreeks tot geweld had aangezet. Hij had zich tot Allah gewend.

Machteloos stonden de Nederlandse autoriteiten ook in mei 2012, toen de komst werd aangekondigd van Fouad Belkacem, alias Abu Imran, van de radicale groep Sharia4Belgium. Hij kwam een conferentie toespreken over het kalifaat in Amsterdam en zou zich 'zelfs niet door het Nederlandse leger' laten tegenhouden om zijn lezing te geven, zei hij vooraf.

De Amsterdamse politie was gealarmeerd. Imran stuurde een lookalike naar de hoofdstad, die hij daar zijn auto liet parkeren. Zelf kwam hij niet. Maar hij had zich aan zijn woord gehouden. Zijn Nederlandse 'broeders' hadden een webcam geïnstalleerd. 'Die idioten hebben er niet aan gedacht dat zoiets ook kan via Paltalk, MSN of Skype', gniffelde Belkacem, die nu in België terechtstaat wegens ronselen voor de jihad in Syrië.

Daarmee raakt Belkacem aan de grootste uitdaging voor het kabinet: het afstoppen van radicalisering en rekrutering via internet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden