NieuwsIndonesië

Radicale beweging ontmanteld, maar betekent dat ook het einde van islamisering in Indonesië?

De Indonesische autoriteiten hebben vorige week het machtige ‘Front van de Verdedigers van de Islam’ (FPI) verboden. Het betekent het einde van een radicale beweging die Indonesië in de loop der jaren steeds verder in orthodox islamitische richting heeft geduwd. Luidt het verbod nu ook het einde van de islamisering in?

Bijna de voltallige leiding van het FPI is gearresteerd, ook leider Habib Rizieq Shihab, hier centraal in beeld. Beeld AFP
Bijna de voltallige leiding van het FPI is gearresteerd, ook leider Habib Rizieq Shihab, hier centraal in beeld.Beeld AFP

Bijna de voltallige leiding van het FPI is gearresteerd. Verreweg de belangrijkste arrestant is Habib Rizieq Shihab. Hij was net terug van een vrijwillige ballingschap van drieënhalf jaar in Saoedi-Arabië toen hij werd opgepakt. In 2017 was hij gevlucht uit angst voor berechting in Indonesië. 

De leider van de grote militante moslimorganisatie FPI was vreemdgegaan en had ranzige appjes en video’s met zijn vriendin Firza uitgewisseld. Voor de autoriteiten had hij zich daarmee schuldig gemaakt aan overtreding van de Indonesische anti-pornowet, en dat kon hem op een serieuze gevangenisstraf komen te staan. 

Bedreiging

In de ogen van de autoriteiten was Rizieq toen al een bedreiging geworden, omdat hij zich steeds meer manifesteerde als boegbeeld van alle islamitische pressiegroepen. Rizieq vertrok, maar bleef zijn organisatie vanuit Saoedi-Arabië besturen. 

Hij had het FPI eind jaren negentig opgericht, als een knokploeg die vuile klusjes opknapte voor leger en politie. FPI’ers maakten stemming, intimideerden tegenstanders en opereerden niet zelden als een pure mafia die mensen en bedrijven afperste. 

In de loop der jaren werd de ‘I’ in FPI steeds belangrijker: de groep manifesteerde zich als een islamitische ‘fatsoenspolitie’: FPI-vigilantes maakten wereldnaam toen ze bars in Jakarta kort en klein begonnen te slaan die tijdens de ramadan open waren. Dat was wettelijk toegestaan, maar het FPI maakte zijn eigen wetten, en zag zelf toe op de naleving. 

Ahmadiya-sekte

Niet alleen bars werden daar het slachtoffer van, ook religieuze en seksuele minderheden werden openlijk aangevallen. Het FPI leidde de keiharde vervolging van de Ahmadiya-sekte, het platbranden van hun dorpen en zelfs het doodknuppelen van Ahmadi’s. Christenen moesten kerken sluiten onder druk van militanten. Lhbti’ers werden van de straten gejaagd – en onder islamitische druk zelfs van de Indonesische televisie verbannen. Bijeenkomsten van ‘liberale’ ngo’s werden tot sluiten gedwongen. Bij al die acties kreeg het FPI altijd de volle medewerking van de politie. Die ging niet zelden over tot het verbieden van legale evenementen, met een beroep op de veiligheid.

Leden van het FPI tijdens een anti-Israel-demonstratie.  Beeld AP
Leden van het FPI tijdens een anti-Israel-demonstratie.Beeld AP

Het FPI was nagenoeg onaantastbaar, en met het jaar groeide hun invloed. De vorige president Susilo Bambang Yudhoyono gaf de intimidatie van minderheden zelfs een wettelijke basis, die nog steeds van kracht is. Het hoogtepunt voor het FPI kwam in 2016, toen honderdduizenden moslims in het centrum van Jakarta protesteerden tegen de christelijke gouverneur Basuki Tjahaja Purnama oftewel ‘Ahok’. De druk van deze ongekend grote protesten leidde ertoe dat Ahok de verkiezingen verloor, en later zelfs wegens godslastering twee jaar achter de tralies verdween.

Schrikken

De succesvolle moslimdemonstraties maakten de autoriteiten danig aan het schrikken. Het leidde ertoe dat de orthodoxe islam definitief doordrong tot het nationale centrum van de macht: bij de presidentsverkiezingen van 2019 deed zowel president Joko ‘Jokowi’ Widodo als zijn tegenstander Prabowo alles om moslimstemmen te winnen. 

Jokowi koos Ma’ruf Amin als vicepresident: een bejaarde moslimgeleerde die nog als kroongetuige tegen Ahok had opgetreden. Prabowo associeerde zich met de radicalere organisaties, waaronder het FPI. Op zijn verkiezingsmanifestaties prijkte ook het portret van Habib Rizieq op metershoge vlaggen. Prabowo verloor, maar werd door Jokowi als minister van Defensie in zijn kabinet opgenomen – ongetwijfeld ook met het oog op het islamitische deel van Prabowo’s aanhang. Ma’ruf Amin zit in het vicepresidentieel paleis.

Pornozaak

Rizieq zelf was toen nog steeds in Saoedi-Arabië. De ‘pornozaak’ tegen hem was weliswaar na zijn vertrek door de politie als ‘afgesloten’ verklaard, maar de FPI-leider durfde een terugkeer nog niet aan. Herhaalde geruchten dat hij terug zou komen, leidden tot een sfeer van verwachting waarin het imago van Rizieq alleen maar aan aanzien steeg. 

Dat werd duidelijk toen Habib Rizieq afgelopen november uiteindelijk echt terugkeerde: tienduizenden aanhangers stroomden naar het Soekarno-Hatta-vliegveld van Jakarta om hem te onthalen. Een triomferende Rizieq kondigde daarop aan een ‘morele revolutie’ in Indonesië te zullen gaan leiden, en even leek het erop dat hij inderdaad in staat zou zijn de radicale moslimgroepen onder zijn leiding te verenigen.

Zover heeft de regering het niet laten komen. Rizieq, die na zijn glorieuze thuiskomst nog enkele massabijeenkomsten leidde, werd op 13 december gearresteerd wegens overtreding van de coronaregels. Die arrestatie maakte de weg vrij tot de ontmanteling van het FPI. 

Persconferentie

Op de persconferentie waarop het verbod op het FPI werd aangekondigd, op 30 december,  brachten negen ministers meteen zwaarder geschut tegen Rizieq in stelling: er werd een video getoond waarop Rizieq zijn steun uitsprak voor IS en voor de vestiging van een wereldwijd kalifaat. 

Hij wordt nu dus ook verdacht van terroristische banden en ondermijning van de staat. Een rechter in Jakarta heeft bovendien de heropening gelast van de ‘pornozaak’. Op alledrie de aanklachten staan gevangenisstraffen. 

Rizieqs advocaten vechten de arrestatie aan. Maandag was een eerste, zwaar beveiligde, hoorzitting maar de vertrouwde ‘Allah u’Akbar’ schreeuwende FPI’ers lieten zich niet zien. Ook Rizieq zelf was niet aanwezig. Hij moest ‘in belang van het onderzoek’ in zijn cel blijven. 

Of de actie het begin inluidt van het einde van de islamisering van Indonesië valt nog te bezien. De FPI is onthoofd en verboden, maar de geest van de beweging is daarmee nog lang niet verdwenen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden