Radicaal antitheater

Voorstellingen die dwingen het alledaagse met andere ogen te aanschouwen.

Als er een paar Oeroldagen zijn verstreken, beginnen titels over Terschelling te gonzen. Nu gaat het vooral over Toneelgroep Oostpool. 'Absoluut niet heen gaan', heet het. 'Belachelijk! Zonde van de fietstijd.' En ook: 'Alles behalve spectaculair.'


De Arnhemse groep staat op het festival met Spectaculaire voorstelling. Ze spelen op een winderig parkeerterrein helemaal aan de oostkant van het eiland. Het kost enige inspanning om deze Oostpool te bereiken.


Voor aanvang spreken regisseurs Bianca van der Schoot en Suzan Boogaerdt het publiek toe. Ze willen uitleggen wat we gaan zien. Een groep mannen gaat iets voor ons bouwen. Iets wat we goed kennen, maar misschien dat we er nu met nieuwe ogen naar gaan kijken. Ze vragen gepaste stilte.


Dan loopt iedereen naar de tribune. Ervoor staan acht acteurs, verkleed als werklui op degelijke schoenen. Eentje (Erik Whien) zet een emmer gereedschap op het grind. Anderen halen metalen constructies en houten planken, die verderop staan opgestapeld. Ze bouwen een tribune. Dit duurt ongeveer een uur. Dan verschijnt het publiek dat een kaartje kocht voor de tweede opvoering die dag. Het neemt plaats op de nieuwe tribune. De eerste groep moet naar huis en de nieuwelingen mogen zien hoe de leeg achtergebleven tribune wordt afgebroken.


Het is een goede grap, met een clou die je al van ver ziet aankomen. Het is ook een sterk beeld, en terechte kritiek op de spektakelkoorts die in de theaters heerst. Maar het is óók voorstelbaar dat mensen zich misleid voelen. Wie wil, ziet soepele werkmannen uiterst geconcentreerd planken vastklikken en kijkt zich helemaal mindful. Wie een ouderwets Oerolfeest verwacht, blijft inderdaad beter weg bij dit beetje pretentieuze antitheater.


Er zijn op Oerol meer voorstellingen die toeschouwers dwingen het alledaagse met andere ogen te aanschouwen. Theatermaker Lieke Benders maakte Gluren, waarbij het publiek in echte huizen van Terschellingers mag rondkijken. Er is ook Like me van Judith Hofland, waarin je met een iPod met instructies door Midsland wandelt en vreemden ontmoet. Productionele hoogstandjes zijn het, waarbij de middelen helaas afleiden van het doel. Geen idee is zo simpel en radicaal als dat van Oostpool.


Het kan ook anders. Ook regisseur Joost van Hezik wil radicaal zijn. Hij doet het echter met 'regulier' theater, nota bene opgevoerd in een kerk. Hij liet Timen Jan Veenstra Dantons Dood van Georg Büchner herschrijven tot een opruiend pamflet.


De strijd tussen Georges Danton en Maximilien Robespierre (Justus van Dillen en Sadettin Kirmiziyüz) wordt hier als een bloederige punkrevue uitgespeeld. De twee kopstukken van de Franse Revolutie debatteren met de nodige schwung en proberen toeschouwers te overtuigen van hun gelijk. Vier je het leven of kom je in opstand?


Het mooie is: uiteindelijk moet het publiek daadwerkelijk kiezen. Activist Robespierre roept op de kerk samen met hem te verlaten. De achterblijvende passievelingen krijgen een ouderwets theatrale slotmonoloog en sterfscène te zien. Terwijl buiten in de straten van Midsland de revolutie wordt voorbereid. Radicaal én spectaculair. Dat kan dus ook.


Festival Oerol, Terschelling, nog t/m 23 juni, www.oerol.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.