Race tussen drie paarden

Volgende week dinsdag wordt de 36ste (Man) Booker Prize toegekend, waarschijnlijk de invloedrijkste literaire prijs in het Engelse taalgebied. Nooit eerder was er zo'n grote favoriet als dit jaar: David Mitchell met Cloud Atlas....

Er zijn nog altijd Britse kranten die hem gebruiken: de kop 'Booker Prize-jury negeert grote namen', of varianten daarop (sinds drie jaar is het officieel Man Booker Prize, naar de naam van de sponsor, maar dat extra voorvoegsel wordt dikwijls weggelaten).

Dit jaar was het The Daily Telegraph die zich van deze jaarlijkse platitude bediende. Grote namen genegeerd, dat haalt je de koekoek. Sinds de prijs in 1969 werd ingesteld is er nog nooit een shortlist geweest waarop niet een paar literaire sterren ontbraken, maar wie zou het anders willen? Met uitsluitend celebrities voor het voetlicht verliest een prijs als de Booker die immers geen oeuvre maar een titel bekroont een deel van zijn functie en charme.

Tot de groten die dit jaar werden gepasseerd, behoren Louis de Bernis, die na tien jaar zwijgen eindelijk een opvolger van Captain Corellli's Mandolin produceerde, Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul, Muriel Spark, Jeanette Winterson, Jonathan Coe, David Lodge en A.L. Kennedy. Voor de laatste waren de druiven blijkbaar erg zuur, want zij reageerde met de schampere constatering dat de Booker Prize naar domboniveau was afgezakt, en haar uitgever smeekte de hemel om 'te juryleden'.

In 1996, toen Kennedy zelf in de Booker-jury zat, deugde er overigens ook niet veel van de shortlist, als je de Britse literaire wereld moest geloven. 'Weinig avontuurlijk' en 'populistisch' was toen de kritiek. De reden was dat vier van de zes genomineerde auteurs al vaker de eindselectie van de prijs hadden gehaald.

Dit jaar geldt dat voor drie van de zes namen op de shortlist: David Mitchell (in 2001 genomineerd met number-9dream), Colm Tn (The Blackwater Lightship, 1999) en Alan Hollinghurst (The Folding Star, 1994). Naast deze, althans in literaire kringen, bekende namen nomineerde de jury drie onbekende talenten: Sarah Hall, Achmat Dangor en Gerard Woodward.

Van deze drie zogeheten dark horses is de Zuid-Afrikaanse auteur Achmat Dangor misschien wel de grootste verrassing. Dangor (Johannesburg, 1948) is zijn hele leven politiek zeer actief geweest, was als anti-apartheidsstrijder onder meer een bekende van Steve Biko en is nu werkzaam bij het aidsbestrijdingsprogramma van de Verenigde Naties.

Zijn roman Bitter Fruit (Atlantic Books; ¬ 13,95) speelt gedurende de laatste maanden van het bewind van Nelson Mandela en beschrijft de nog immer aanwezige gevolgen van de apartheidspolitiek voor de zwarte Afrikanen. De plot van het boek draait om de hernieuwde ontmoeting van de zwarte voormalig ANC-activist Silas Ali en ex-politieman Frans De Bloise, die twintig jaar eerder Ali's vrouw verkrachtte. Hieruit is een kind voortgekomen, Mikey. Mikey is een vertegenwoordiger van het 'nieuwe Zuid-Afrika', voelt zich aangetrokken tot een groep islamitische activisten en heeft een zekere minachting voor de generatie van zijn ouders. Maar tegelijk is hij een product van het verleden.

De andere outsider in het gezelschap van genomineerden als je tenminste de bookmakers moet geloven is Gerard Woodward (Londen, 1961), die tot voor kort nog de kost verdiende met het bijvullen van de snoepautomaten op de Universiteit van Manchester. Woodwards roman I'll Go to Bed at Noon (Chatto & Windus; ¬ 19,50) is een vervolg op zijn drie jaar geleden verschenen debuut August, waarin hij het gezin Jones portretteerde. In die roman liet moeder Colette zich kennen als een enthousiast lijmsnuifster.

In I'll Go to Bed at Noon is ze overgegaan op een wat conventioneler verslaving, alcohol, en een deel van haar disfunctionele familie (met name zoon en broer, beiden Janus geheten, en zwager Bill) volgt haar hierin. Het boek speelt in de jaren zeventig, en Woodward spiegelt de crisis waarin het gezin Jones verkeert treffend in de economische depressie waaronder Groot-Brittanniebukt gaat, met zijn driedaagse werkweek, watertekorten, de winter of discontent en de onvermijdelijke opkomst van Margaret Thatcher.

Voor Sarah Hall (Cumbria, 1974) is de nominatie van The Electric Michelangelo (Faber & Faber; ¬ 16,99) een herkansing nadat ze eerder dit jaar de Orange Prize was misgelopen. Haar roman opent in het badplaatsje Morecambe Bay aan het begin van de vorige eeuw, toen het zijn hoogtijdagen doormaakte.

The Electric Michelangelo vertelt het verhaal van Cy Parks. In zijn jeugd helpt Cy zijn moeder bij het runnen van het Bayview Hotel. Vervolgens treedt hij in dienst bij de alcoholistische maar zeer bekwame tatoeagekunstenaar Eliot Riley.

Wanneer die gewelddadig aan zijn eind komt, trekt Cy naar Amerika, waar hij een tatoeagepraktijk begint op Coney Island. Daar krijgt hij een liefdesaffaire met Grace, een koorddanseres die hem vraagt over haar hele lichaam het motief van een groen oog met een zwarte rand te tatoen. Een van de centrale thema's in het boek is dat van pijn, een fenomeen dat Hall op indringende, ja venijnige wijze beschrijft en analyseert.

Met vijf romans en vier non-fictieboeken op zijn naam heeft Colm Tn (Wexford, Ierland, 1955) het omvangrijkste oeuvre van alle genomineerde auteurs. Vijf jaar geleden haalde hij, met The Blackwater Lightship, zijn eerste shortlist-notering binnen.

In The Master (Picador; ¬ 20,50) schrijft hij over het leven van Henry James, een van de grootste auteurs die de Verenigde Staten hebben opgeleverd. Tn volgt James' leven van januari 1895 tot Kerstmis 1899, van het moment dat zijn toneelstuk Guy Domville genadeloos flopt in Londen tot het moment waarop hij zijn befaamde korte novelle The Turn of the Screw publiceert, een gebeurtenis die het begin van zijn creatieve hoogtepunt markeert. Tn beschrijft James als een briljante geest die tegelijkertijd gebukt gaat onder eenzaamheid en het onvermogen intieme relaties aan te gaan. Hij blijft daarin dicht bij het beeld van James' biografen.

Alan Hollinghurst (Gloucestershire, 1954) is al 25 jaar een van de household names in de Britse literaire wereld. Voordat hij zich eind jaren tachtig als romanschrijver presenteerde met The Swimming Pool Library, was hij een vooraanstaand criticus en adjuncthoofdredacteur van de Times Literary Supplement.

Hoewel The Line of Beauty (Picador; ¬ 20,50) formeel geen vervolg is op The Swimming Pool Library, gaat het boek verder waar Hollinghursts debuut eindigde, namelijk in 'de laatste zomer in zijn soort die er ooit zou zijn'. Het is 1983, de homo-emancipatie is op zijn hoogtepunt en bijna niemand heeft nog weet van aids. The Line of Beauty gaat over de kater na het feest uit Hollinghursts debuut. Het zijn de jaren van Margaret Thatcher. Hoofdpersoon Nick Guest huurt een zolderkamer in het huis van een conservatief parlementslid en maakt zo kennis met de wereld van politiek en geld.

Na een verblijf van negen jaar in Japan heeft David Mitchell (Southport, 1969) zich vorig jaar met zijn Japanse echtgenote en zijn kind in Ierland gevestigd. Mitchell is van alle genomineerde auteurs de productiefste drie omvangrijke romans in vijf jaar , en zijn ster is in korte tijd hoog gestegen.

Cloud Atlas (Hodder & Stoughton; ¬ 15,50) is zijn beste boek tot nu toe, ondanks de onconventionele opzet heel goed leesbaar en vaak ronduit meeslepend. Het boek vertelt zes verhalen in zes verschillende tijdsperioden, in verleden, heden en toekomst, en stelt de blinde menselijke exploitatiedrift aan de kaak. De eerste vijf verhalen worden halverwege afgebroken, en pas na het zesde, middelste verhaal worden de vijf andere vervolgd. Structuur: 1-2-3-4-5-6-5-4-3-2-1. Oogt geforceerd, leest dwingend.

Hoewel de hele shortlist van een hoog niveau is, zijn zowel de Britse critici als de bookmakers het erover eens dat het dit jaar om een three horse race gaat tussen Tn, Hollinghurst en Mitchell. Mitchell is bij bookmakers Ladbrokes en William Hill zelfs de grootste favoriet in de geschiedenis van de prijs. Moge dit jaar, voor keer, de vox populi gelijk krijgen. Met Tn of Hollinghurst als winnaar valt uitstekend te leven, maar de vijftigduizend pond dienen dit jaar naar Ierland te gaan. David Mitchell is gewoon de beste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden