Race naar Witte Huis vaak vol verrassing

Op de avond van de presidentsverkiezingen van 1960 kreeg John Kennedy een telefoontje van zijn running-mate Lyndon Johnson. Nadat hij de hoorn weer op de haak had gelegd vroeg een medewerker wat Johnson had te melden....

Van onze verslaggever Paul Brill

De verkiezingen van 1960 zijn het bekendste voorbeeld van een nek-aan-nekrace naar het Witte Huis. De Democraat Kennedy versloeg de Republikeinse vice-president Richard Nixon in dat jaar met een verschil van ongeveer 100 duizend stemmen. Hij prevaleerde slechts in 22 staten, maar omdat daarbij de meeste grote staten waren, reikte hij toch naar een tamelijk ruime meerderheid in het kiescollege dat de president aanwijst: 303 tegen 219 stemmen.

Dit jaar is er zowel bij de popular vote, het totale aantal uitgebrachte stemmen, als in het kiescollege sprake van een fotofinish. Voor de uiteindelijke verliezer zullen de druiven dus nog wat zuurder zijn dan destijds voor Nixon. En als Gore die verliezer is, wordt de zuurgraad verder verhoogd door het feit dat hij, enigszins tegen de verwachting in, wel de winnaar is van de popular vote, terwijl hij in het kiescollege toch aan het kortste eind trekt.

In de Amerikaanse geschiedenis is dat twee keer eerder gebeurd. In 1876 gingen de meeste stemmen naar de Democraat Samuel Tilden, maar de Republikein Rutherford Hayes versloeg hem in het kiescollege met één stem verschil. Twaalf jaar later veroverde de Democratische president Grover Cleveland bijna 100-duizend stemmen méér dan zijn Republikeinse uitdager Benjamin Harrison (op een totaal van 1,1 miljoen), die echter aanzienlijk meer kiesmannen achter zich kreeg.

De victorie van Hayes ging overigens gepaard met veel politieke machinaties. In drie zuidelijke staten (South Carolina, Louisiana en Florida) betichtten Democraten en Republikeinen elkaar over en weer van stemmenfraude - waaraan beide partijen zich inderdaad schuldig hadden gemaakt. De controverse leidde ertoe dat de drie staten elk twee uitslagen naar Washington stuurde, eentje in het voordeel van Hayes en de andere met Tilden als winnaar. Ruim vier maanden bakkeleide het Congres over de vraag welke uitslagen de juiste waren. Uiteindelijk werd een speciale commissie ingesteld, waarin de Republikeinen een nipte meerderheid hadden. Resultaat: Hayes werd in alledrie de staten tot winnaar uitgeroepen, waarna hem ook de eindoverwinning ten deel viel.

De Democraten, vooral uit de noordelijke staten, waren woedend en noemden de nieuwe president smalend 'Rutherfraud Hayes'. Ook op dit punt valt een parallel te trekken met 1960, toen er sterke aanwijzingen waren dat met name in de staat Illinois (met de stad Chicago) stembusuitslagen waren vervalst ten gunste van Kennedy, maar Nixon - die toch bepaald geen heilig boontje was - besloot daar geen zaak van te maken.

Twee keer in de geschiedenis moest het Huis van Afgevaardigden eraan te pas komen om te bepalen wie zijn intrek zou nemen in het Witte Huis. In 1824 behaalde geen van de (drie) presidentskandidaten een meerderheid in het kiescollege, waarna het Huis John Quincy Adams aanwees. In 1800 staakten de stemmen in het college van kiesmannen en kreeg Thomas Jefferson het beslissende zetje vanuit het Huis van Afgevaardigden. Daar waren wel 36 stemmingen voor nodig.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden