Rabobank dicteerde noodlijdend bouwbedrijf Midreth woekervoorwaarden, hof spreekt van machtsmisbruik

Faillissement Midreth

De Rabobank heeft zich als kredietverstrekker van het noodlijdende bouwbedrijf Midreth schuldig gemaakt aan machtsmisbruik. De bank legde Midreth-eigenaar Joop Leliveld ‘zeer nadelige’ en ‘excessieve’ financiële condities op, oordeelde het gerechtshof in Arnhem dinsdag. De ondernemer heeft daarom recht op een nader te bepalen schadevergoeding.

Agenten lopen langs het Stedelijk Museum waar de bouwcontainers van Midreth trots naast het Museum staan. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het gebeurt zelden dat een bank in een juridisch conflict met een boze klant zo’n oorvijg krijgt van de rechter. Meestal wint de bank het pleit in zulke civiele rechtszaken.

Midreth is onder meer bekend van de verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam en de bouw van het nooit in gebruik genomen Scheringa Museum in Opmeer, de voetbalstadions van FC Utrecht en AZ en van concerthal Ziggo Dome. Een conflict over meerwerk bij het Stedelijk Museum en het faillissement van bankier Dirk Scheringa brachten Midreth in financiële problemen. Rabobank schoot met enkele andere financiers te hulp, maar bedong daarbij voorwaarden die het hof omschrijft als ‘onrechtmatig en in strijd met de op haar rustende zorgplicht’.

Voor enkele noodkredieten bracht Rabobank volgens het vonnis vergoedingen van ‘buitensporige omvang’ in rekening. In ruil voor een krediet van 7,5 miljoen euro bedong de bank in 2009 een commissie van 2 miljoen euro. Een jaar later kreeg Midreth een vervolgkrediet van nog eens 7,5 miljoen euro. Daarvoor moest het bouwbedrijf de bank een vergoeding betalen van 5,6 miljoen euro, oftewel 75 procent van het geleende bedrag. ‘Excessief’ en ‘zeer nadelig’, aldus het hof. ‘Beide vergoedingen staan in geen enkele redelijke verhouding tot die kredietuitbreidingen.’

Ook andere financiële contracten met de bank, waaronder een renteswap, waren ‘zeer nadelig’ voor het spartelende bouwbedrijf. Volgens het hof bezondigde de Rabobank zich aan ‘een samenhangend geheel van onrechtmatige gedragingen’.

In 2010 werd ondernemer Leliveld gedwongen om 60 procent van zijn bedrijf voor 1 euro te verkopen aan een consortium waaraan ook de Rabobank deelnam. Als hij dat zou weigeren, dan zou de bank het krediet opzeggen. Ook deze transactie betitelt het gerechtshof als ‘zeer nadelig’ voor Midreth.

Kritisch

De curator (die het faillissement moet afhandelen) was zeer kritisch over het bedrijf en haar management: ‘Midreth heeft in de afgelopen jaren te grote, prestigieuze projecten aangetrokken waarvoor niet voldoende professionaliteit in huis was.’ Het Arnhemse gerechtshof concludeert overigens ook niet dat de Rabobank het faillissement van Midreth heeft veroorzaakt. Banken en andere partijen hebben bij de curator voor bijna 200 miljoen euro aan vorderingen ingediend. De Rabobank verloor meer dan 50 miljoen euro.

‘Eindelijk gerechtigheid’, stelde Leliveld na de uitspraak in een persbericht. ‘De bank heeft een uiterst kwalijke rol gespeeld, die uiteindelijk mede heeft geleid tot het faillissement van dat prachtige bouwbedrijf.’ De Rabobank wilde donderdag niet inhoudelijk reageren op de uitspraak. Een woordvoerder: ‘We bestuderen het arrest van het hof en bekijken nog wat onze vervolgstappen zullen zijn.’

Helpende hand van bank als wurggreep

In de crisis zouden honderden andere bedrijven door hun bank zijn opgezadeld met extreem nadelige reddingsmiddelen.

Dat Rabobank strenge voorwaarden stelde aan het noodkrediet voor bouwbedrijf Midreth is geen verrassing voor Jan Adriaanse, consultant en hoogleraar reorganisatie- en crisismanagement in Leiden. ‘Ik ken de details van de Midreth-casus niet, maar als een bank een extra riskant krediet verstrekt, zal daar extra rendement tegenover staan. De grens van het redelijke is daarbij moeilijk aan te geven. Maar zeker als andere investeerders en aandeelhouders het laten afweten, ligt de druk geheel bij een bank. En dat is geen charitatieve instelling.’

Het ingrijpen van banken bij problemen voelt voor ondernemers vaak niet als hulp, maar als een ‘duw in de verkeerde richting’, merkt secretaris Rob Wolthuis van MKB Nederland op. ‘In de crisistijd heeft dat veel kwaad bloed gezet. Je komt terecht bij de afdeling Bijzonder Beheer van de bank en bent de regie kwijt. Krijg je dan andere voorwaarden en betaalcondities voorgeschoteld, dan kan dat als een strop voelen.’

Dat een gevallen ondernemer nog procedeert over de rol van zijn huisbank bij zijn faillissement is zeldzaam, zegt advocaat Gert Glas. Hij procedeert namens Midreth-oprichter Joop Leliveld tegen de Rabobank . ‘De meeste failliete ondernemers zitten thuis te kniezen. Met niks. Die gaan niet procederen tegen de bank. Het zijn vaak ingewikkelde dossiers. Stuk voor stuk bekeken kloppen al die acties van de bank juridisch gezien vaak wel. Maar door al die stappen bij elkaar op te tellen, ontstaat een ander beeld. Dan wordt duidelijk dat de banken zich in de crisistijd hebben misdragen. Het hof spreekt dan ook van een ‘samenhangend geheel van onrechtmatige gedragingen. Leliveld stond met de rug tegen de muur en kon niet anders dan de voorwaarden accepteren.’

Honderden andere bedrijven zijn tijdens de crisis ook door hun bank opgezadeld met extreem nadelige reddingsmaatregelen, zegt Glas. Die maatregelen liepen uiteen van extravagante kredietvergoedingen en een gedwongen borgstelling op de privéwoning tot de overdracht van aandelen van het bedrijf.

Een stortvloed aan klachten hierover leidde vier jaar geleden tot een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar het functioneren van de afdelingen voor Bijzonder Beheer van de banken. Dat zijn de afdelingen die zich bezighouden met klanten die betalingsachterstanden hebben. De AFM vond echter geen aanwijzingen dat banken noodlijdende mkb-bedrijven ‘structureel benadelen’. Wel konden de banken hun communicatie met deze mkb’ers verbeteren.

Dat AFM-onderzoek stelde weinig voor, oordeelt advocaat Marjorie Sinke. Zij procedeert tegen ABN Amro en Rabobank in zaken die mogelijk vergelijkbaar zijn met Midreth. Ook koelbedrijf Newcold en reisonderneming Oad, waarvan zij de oprichters vertegenwoordigt, zouden door onrechtmatig handelen van de bank zijn verkwanseld. ‘De Tweede Kamer zou nieuw onderzoek moeten laten doen. Er zijn schokkende dingen gebeurd. Een bedrijf hoeft niet eens in problemen te verkeren om slachtoffer te worden van een bank. Plotseling wordt er risicorente berekend op een lening, moeten er hertaxaties van de bezittingen plaatsvinden en wordt een interim-manager aangesteld. Allemaal op kosten van de onderneming zelf. Dat kost de ondernemer niet alleen veel tijd en geld, maar soms ook zijn bedrijf.’

Meer over